Spelen met poep

Het is een genre: filmer ziet om naar eigen jeugd en ouders, met minder of meer verwondering, verwijt, liefde. De meest geslaagde zijn hoogst particulier, maar tegelijk evocatie van voorbije tijdgeest.

Medium tv

Meestal gaat het om uitgesproken, soms extreme personages, situaties, gebeurtenissen. Een greep: Maroesja Perizonius reconstrueerde haar Baghwan-kindertijd; David de Jongh portretteerde zijn complexe, door de oorlog beschadigde vader Eddy, de VN-_fotograaf; Suzanne Raes behandelde in _De mooiste jongen van de klas het wereldverbeterend idealisme van haar Nijmeegse basisschool. Binnenkort een nieuwe loot: Onze kresj van zus en broer Marije en Gregor Meerman.

Dat anti-autoritaire kinderverblijf, eind jaren zestig in Amsterdam gestart, heette Prins Konstantijn. Verbluffend ironische naam als je ziet dat humorloosheid en verbetenheid de voornaamste kenmerken lijken van het door de jonge ouders gevoerde beleid. Zelfs het ‘ludiek’ beschilderen van elkaars blote lijven door peuters, mama’s en papa’s (uitgebreid gefilmd met propagandadoeleinden, zoals ook het spelen met poep, kwetsbare huisdieren en scherpe voorwerpen) heeft ideologische lading.

De vreugde van dat dolle geheel wordt gekraakt door een destijds driftig bodypaintende moeder, nu jongbejaard, die vertelt hoe onbehaaglijk ze haar ‘bevrijdende naaktheid’ destijds vond. Zoals ze er slecht tegen kon dat dure kinderkleertjes die ze van haar deftige familie kreeg en die als collectief eigendom moesten ingebracht, binnen de kortste keren spoorloos verdwenen, terwijl voor haar spruit truitjes met gaten overbleven. Met klagen daarover op een van de talloze vergaderingen ‘konden’ andere ouders ‘niets’. Sterker, ze verraadde zich als burgertrut, en als je íets daar en toen niet wilde zijn, dan dat.

Dat is trouwens de grondtoon van de film: zo velen wier nieuw verworven maatschappelijk inzicht en waardensysteem haaks stonden op hun gevoel, met vaak akelige gevolgen op termijn. De theorie was mede afkomstig van mannen met het hoogste woord op vergaderingen, kinderloze vrijwilligers, gespeend van elke praktische vaardigheid in de omgang met peuters en kleuters. Maar ook Hilde van Oostrum, moeder van de makers, was ideologisch gedreven en maakte met ‘lichtbeelden’ propaganda bij traditionele vrouwenorganisaties in het land. Het is onthutsend voor haar kinderen (en de kijker) steeds duidelijker te beseffen dat deze strenge strijdster meer en meer in de knoop raakte door de spanning tussen theorie en praktijk, nieuwe norm en oud gevoel en een behoorlijk promiscue praktijk (‘ach kind, je weet nog niet de helft’, zegt een geïnterviewde).

‘Zo de weg kwijt’, concludeert ‘kind’ Marije, bij wie mededogen met haar verwarde moeder het uiteindelijk wint van de verbijstering en ergernis die haar tot dan bevingen bij lezing van het crèchearchief uit Hilde’s nalatenschap en bij de vele interviews met ‘ouders van toen’. Makkelijk maakt de gestorven moeder het haar kinderen niet als die pijnlijke ontdekkingen doen over hoe met hen werd omgegaan.

Was het privé-leven hutspot, het theoretisch model was dat ook. Met grootvaders als Marx, Lenin, Trotski en Reich krijg je rare kleinkinderen die onderling bakkeleien over de erfenis. Vader Meerman speelt een grote rol in de film: hard lachend om zoveel gekte van toen, maar zich opvallend selectief herinnerend en zich weinig distantiërend. Hij wijst nadrukkelijk op de overbescherming waar kinderen nu onder lijden en die hij ook, desgevraagd, waarneemt in de ‘ouderwetse’ opvoeding van zijn kleinkinderen.

‘Onze kresj’, dat breekijzer naar een stralende toekomst, heeft kennelijk niet de beoogde ‘nieuwe mens’ en wereldverbeteraars opgeleverd. Maar, vind ik, wel wijze, moedige en goede filmers. Mijn huiver over de jaren zeventig kwam terug. Helemaal schoon zijn ook mijn handen niet.


Marije en Gregor Meerman, Onze kresj, VPRO 2Doc, NPO 2, dinsdag 11 november


Beeld: Documentaire Onze kresj, van Gregor en Marije Meerman. Vergadering kresj Prins Konstantijn, 1970 (Maurice Damoiseaux).