Spelletje

En onze volgende kandidaat is… Pieter! LE:

Pieter? Pieter, ben je daar? Ja hallo? Je bent in de uitzending. Ja nee, je spreekt met de vader van Pieter. Pieter is even weg. Ik zal ’m effe roepen… Hij is verlegen… Pieter durft niet aan de telefoon te komen… Het valt wel mee, hoor. Hij durft echt niet. Pieter is even naar de wc, dames en heren… Pieter? Nee, hij is weggelopen. Dan gaan we met jou spelen. Wablief? Ik zei dan gaan we met jou spelen. Kan Pieter op de achtergrond helpen. Hoe heet jij? Ik heet Henk. Henk, ga je nog op vakantie? Ik? Ja? Op vakantie? Ja. Of ik nog op vakantie ga? Ja. Nee. Henk, we gaan spelen. De vakjes verschijnen… De hoofdstad van Frankrijk. Eh… de a. De a van Anton, ja! En de… En de e van… van Eduard. Ga door nu. … Helaas, niet snel genoeg voor de walkman. Maar wel ga je naar… Slagharen! Dag Henk! … Dag Petra! Hallo. Pieter durfde daarnet niet. Is het nou echt zo eng om mee te doen? Nou, beetje toch wel hoor. Beetje de zenuwen? Beetje toch wel hoor. Beetje de kriebels? Beetje toch wel hoor. Waar bel je vandaan? Uit Maarssenbroek. Joh! Hoe is ’t daar vandaag? Lekker weer. Hoe dat dan? Nou, het zonnetje schijnt. Hou je wel van die kou? Het is gezond hè? Heb je lekker gewandeld? Nee, dat ga ik zometeen even doen, wandelen. Nou, ik zal je zeggen, het valt tegen hoor, dat lekkere weer. Het ziet er lekker uit, maar het is koud buiten, bar en boos. Frisse lucht is ook goed, hè? Wie hoor ik daar op de achtergrond? Mijn dochter, die zit met de koptelefoon op te luisteren, dus de tv staat helemaal uit. Hartstikke goed! Ik hoop dat jij de walkman wint, nee echt! Ja. We gaan beginnen. Hoofdstad van Frankrijk. De e van Eduard? De n van Nico, de i van Izaak, de s van Simon, de l van Leo, de h van Hendrik, de j van Jan, de o van Otto? Je moet snel zijn. De d van Dirk, k van Karel? Jammer, net niet snel genoeg voor die walkman. O, dat is jammer. Maar het is maar een spelletje.