Een niet aflatende stroom gasten passeert zo de Amsterdamse studio waar Han Reiziger spreekuur houdt. Van Buenos Aires tot Loon op Zand heet het auditieve reisverslag dat de VPRO onlangs heeft uitgebracht. De dubbel-cd is de weerslag van zeven jaar Reiziger in muziek en opent uiteraard met de bekende locomotief-tune van Reizigers ontdekkingsreizen. Net als in het programma staan op de cd de meest uiteenlopende stukken naast elkaar: de ernstige Fantasie opus 47 van Schönberg naast het uitbundige Caramel mou van Darius Milhaud of bijvoorbeeld een aria uit de Goldberg variaties van Bach door pianist Geoffry Madge naast een uitvoering op de Chinese pipa, die een klingelig nasaal geluid produceert. Hoewel in de overgangen tussen de verschillende tracks wel rekening lijkt te zijn gehouden met een continuïteit in toonsoort, krijg je toch af en toe een cultuurshock. Maar de onbevooroordeelde houding van Han Reiziger werkt aanstekelijk. Zoals hij in het voorwoord bij de cd stelt dat muziek ‘het mooiste (is) dat er is’, zo brengt hij eenzelfde genereus enthousiasme op voor de bruisende jazz van John Engels, de schelle exotische vrouwenzang van Ami Koita, de smeuïge accordeonmuziek van Jean Corti, als voor de dramatische aria uit I Pagliacci vertolkt door Robert Bruins die zich in de kale zondagochtendstudio de longen uit het lijf zingt.
De keerzijde van die tolerantie is een onvermijdelijke willekeur en relativering. Kun je een pianokwartet van Mahler op een hoop vegen met een Slavische Paasmis of traditionele muziek uit Albanië? Luister je niet op een heel andere manier naar de jazzlegende Betty Carter dan naar Robert Holl die een Schubert-lied vertolkt? De tegenwerping zal luiden dat het allemaal mooie en bijzondere muziek is.
Mijn primaire reactie is om in deze grabbelton van stukjes favorieten aan te willen wijzen. Daarom dus twee hoogtepunten van deze dubbel-cd: Radio Tarifa en Les Inuits. Radio Tarifa (Tarifa is de Spaanse grensplaats bij Gibraltar, het puntje dat het dichtst tegen Noord-Afrika ligt) laat een prachtige vermenging van Arabische en Spaanse muziek horen, zoals die ook in de flamenco tot uiting komt. Het is gepassioneerde, sterk ritmische en rijk versierde muziek die met beide benen in deze tijd staat.
Haaks daarop staat Katsouvaqtaq van Les Inuits. Het machinale gedreun zou je op het eerste gehoor zelfs geen muziek noemen, zo bizar klinkt deze tweezang. Volgens de hoketustechniek (waarbij twee ritmische motieven in elkaar haken) brengen de Inuit-vrouwen uit Canada krachtige keelgeluiden voort die samen een pompend ritme vormen. Katsouvaqtaq schijnt ‘spetterend water’ te betekenen, maar minstens even aannemelijk is het feit dat deze muziek door priesters ‘demonisch’ werd genoemd. Een ontdekking!