Speurneus

Bij alle records die sneuvelen is dat van de minimumkijkduur. Ook ik zit aan de rivier en lees. En verbaas me over de Volkskrant. Via haar verneem ik dat de slager van Geldrop, tevens commandant van de vrijwillige brandweer, thuiskomend na het blussen van een auto, is doodgeschoten. De dader zou een drugverslaafde zijn wiens pistool en honorarium werden geleverd door des slagers vrouw die een verhouding had met de shoarmaverkoper van de overkant. Mij doet zo'n bericht wel wat en het mag best in zo een nette landelijke krant.

Niet gering wat daar gebeurde en het doet minder aan Brabant dan aan Latijnse contreien denken. Het heeft iets archetypisch en zonder veel moeite beland ik in een Franse speelfilm met Jean Gabin - nee, dat is de lezer te lang geleden: met Michel Piccoli als slager, Catherine Deneuve als zijn vrouw en Gerard Depardieu als buurman. Het aantrekkelijke en huiveringwekkende schuilt in een combinatie: enerzijds de herkenbaarheid van de situatie die ons allemaal zou kunnen overkomen of overkomt en die, begrijpen we, in een kleine gemeenschap moeilijker ligt dan in de anonieme stad; anderzijds in de Griekse-tragedieachtige wijze waarop de vrouw haar maatregelen nam - maatregelen die wij niet nemen en die ook weinig zeitgemass lijken nu echtscheiding de regel is. Een klein bericht kortom dat zowel doet dromen als huiveren. So far so good.
Maar de Volkskrant laat het er niet bij en vaardigt een jong talent af om, blijkens de inleiding, ‘op zoek te gaan naar de waarheid’ over de vraag 'waarom kon de vrouw niet op minder ruwe wijze haar huwelijk beeindigen?’ Mij lijkt dat enerzijds stof voor 'Onze Bladen’, anderzijds voor een schitterende studie door een literair journalist of voor een roman door Henk Romein Meyer, maar Stieven Ramdharie redt het met een retourtje Geldrop. Althans - hij blijft het antwoord schuldig. Eerst zegt hij te vrezen dat voortaan de crime passionel onverbrekelijk aan de dorpsnaam verbonden zal blijven. Dan: 'Wat waren ze toch diep geschokt en ontzet in het anders vervelend rustige dorp.’ Wat is dat voor spottende toon? Ik woon in een grootsteedse kakbuurt waar je niet over je buren roddelt omdat je zelfs geen idee hebt wie het zijn, maar reken maar dat wij geschokt zijn wanneer de baas van de dierenwinkel voor z'n raap wordt geschoten omdat z'n vrouw het met de drogist doet. Bedoelt schrijver dat moorden normaal is voor een beetje modern type als hij? Wat doet-ie daar dan? En volgens en voor wie is dorpsrust vervelend? Maar dan verbruit Geldrop het geheel bij hem: men wenst niet met de journalist, vertegenwoordiger van de koningin der aarde, over de zaak te praten. 'Ze sluiten de rijen’, constateert hij gepikeerd en spottend. Dan vertelt hij de toedracht nog maar eens, waarbij de slager niet dood blijkt, en vraagt zich af of er 'gekletst’ wordt. De terrassen zijn opvallend vol maar dat kan ook door het mooie weer zijn. 'Bij de Hema wordt in ieder geval volop gefluisterd.’ Niets is onze speurneus kennelijk te veel geweest. 'Geroddel’, stelt hij minachtend vast. Op z'n pik getrapt omdat niemand tegen hem wilde roddelen. Kortom, een van de oneerlijkste, meest stads hautaine reportagetjes van de laatste tijd.