Spiegelgevechten in venetie

Harold Brodkey, Profane Friendship. Jonathan Cape, 387 blz., f56,75 (Een Nederlandse vertaling verschijnt in januari 1995 bij uitgeverij Arena)
STELT U ZICH een erudiete man voor die met zijn zevenjarig dochtertje in een gehuurde gondel door het Canal Grande van Venetie vaart. Hij heet Henry, is gescheiden, doceert Amerikaanse geschiedenis in Rome en mijmert dat gondels atavistisch zijn. Het meisje, Melinda, stelt hem vragen: waarom Venetie op water is gebouwd; of het wel veilig is op water; of de stad niet in elkaar zakt. De vader vraagt zich af waarom ze die vragen stelt. Zit de scheiding haar dwars, wil ze daarom de ondergang van Venetie? De stad in het water is anders dan het meisje zich had voorgesteld. Ze vindt aan Venetie niets aan, onthult ze ten slotte. ‘Niks is eerlijk hier, behalve het water.’

Het korte verhaal dat ik hier aanhaal heet ‘Op de golven’. Harold Brodkey publiceerde het bijna dertig jaar geleden in The New Yorker (september 1965) en bundelde het in Verhalen op bijna klassieke wijze (1988). Het zou mij niet verbazen als dat verhaal voor het Consorzio Venezia Nuovo (een vereniging die Venetie van de ondergang wil redden) de aanleiding is geweest Brodkey te vragen een novelle te schrijven waarin Venetie een rol speelt. De novelle schreef hij in het voorjaar van 1992 in Venetie, vlak na de publikatie van The Runaway Soul, een monumentale roman waarin de jeugd van een joodse wees tot in de miniemste details en ogenschijnlijk nietigste nuances wordt gereconstrueerd. Het werd geen novelle maar een roman, Profane Friendship.
Het is de tweede en laatste roman van Harold Brodkey (1930), want anderhalf jaar geleden schreef hij een tegelijkertijd bewogen en nuchter geformuleerd 'ziektebericht’ in The New Yorker over de besmetting die hij tijdens zijn homoseksuele avonturen in de jaren zeventig heeft opgelopen. Brodkey heeft aids. Begin dit jaar publiceerde hij een indrukwekkend en verre van larmoyant vervolg onder de bijna boekhoudkundige titel 'Dying: An Update’.
Voor Brodkey heeft zijn bijna- naamgenoot Joseph Brodsky van hetzelfde Consorzio Venezia Nuovo een opdracht aanvaard om over Venetie te schrijven: Kade der ongeneeslijken (1989). Hij geeft in zijn novelle commentaar op Visconti’s film Dood in Venetie, naar Thomas Manns gelijknamige novelle: 'Helaas stelde de film niet veel voor; ook het boek vond ik al nooit veel. Maar tijdens de lange openingsscene met Bogarde in een dekstoel aan boord van een stoomschip vergat ik de titelrol die door het beeld liep en speet het me dat ik geen dodelijke ziekte had; tot op de dag van vandaag kan ik die spijt navoelen.’
Natuurlijk heeft Brodkey Brodsky gelezen, en uiteraard zitten er in Profane Friendship verwijzingen naar de oude Aschenbach uit Manns novelle, die de jonge Tadzio zo afstandelijk liefheeft. Dat kan bijna niet anders omdat in Brodkey’s roman een gepassioneerde verhouding tussen twee mannen wordt beschreven, of beter geformuleerd: hoe die relatie in het hoofd van de verteller, de schrijver Niles O'Hara, wordt ervaren en geconstrueerd.
DE OPZET VAN Profane Friendship is eenvoudig: voorwoord, middenstuk waarin achteraf en in drie grote delen een vriendschap wordt gereconstrueerd, en een nawoord. In de proloog verontschuldigt de verteller/schrijver zich dat hij maar een gekke, oude man is die de lezer toeroept dat liefde echt bestaat en dat de wereld, terwijl hij schrijft, zoals altijd omkomt in politiek, hongersnood en geweld. De toon is licht en luchthartig, speels zelfs. Ook in de korte portrettering van de ouders van Niles O'Hara voert wrok niet de boventoon.
Dan begint het eigenlijke verhaal: de vriendschap tussen de Italiaanse jongen Onni, die later filmster wordt, en de Amerikaanse jongen Noni, die Venetie vlak voor de Tweede Wereldoorlog voor het eerst bezoekt omdat zijn vader, de derderangs schrijver Dennis O'Hara, in de stad research moet doen in verband met het schrijven van een historische roman over Venetie en de 'barbaarse Turken’. Vlak na de oorlog ontmoeten Noni en Onni elkaar weer. Italie is niet meer fascistisch, Onni is 'communist’ en laat zijn vriend een film zien waarin hij een paar rolletjes speelt. Er begint een spel van elkaar aantrekken en afstoten, een zeer lichamelijke schermutseling waarin de taal - de woordenstrijd - ook meedoet. Misschien is de beste omschrijving een spiegelgevecht. De naam Noni is een anagram van Onni en suggereert niet alleen de vluchtigheid van namen in Brodkey’s werk, de schrijver wil zijn personages ook laten vervloeien. Zo dient een zin als 'Je lichaam is een omgekochte spiegel van die andere knaap’ begrepen te worden.
De strijd die in Profane Friendship wordt gevoerd is die tussen twee narcisten, twee mensen die een rol spelen, die door hun beroep - filmacteur en schrijver - leven in het gevaarlijke schemergebied tussen feit en fictie. Menen ze wat ze zeggen? Leven ze of spelen ze? Zijn ze homoseksueel of is hun identiteit vluchtig, kneedbaar als vlees of vloeibaar als het water in het Canal Grande? 'Denken, voelen en geven om is toch een zenuwslopend gokspel. Elk moment is een roulette - en geschiedenis is nattevingerwerk. Ambitie, liefde - dat je zelf overleeft - dat zijn de bestanddelen.’
Als het ware verhaal van wat dan ook verborgen blijft in wat het geheugen overslaat, zoals de verteller ergens noteert, moet Profane Friendship een soort literair kat-en- muisspel zijn. Het kan geen toeval zijn dat Henry James, Ernest Hemingway, Ezra Pound, Gertrude Stein, William Faulkner en niet te vergeten Shakespeare (De koopman van Venetie) opduiken. De stilistische knipoogjes naar met name Stein lees ik als een hommage aan de literaire meesteres. Venetie treedt op als spiegel van de eenzaamheid, als hoer, als een half verlaten circus, als een dode en verzopen stad en als stad van ontsnappingen.
Travestie, poppenkast, opera, kitsch, Hollywood, groteske, decadentie, ennui, door cocaine opgewekte hallucinaties, het zit allemaal in Brodkey’s roman. Ben ik heteroseksueel, ben ik homoseksueel? Het zijn vragen die de verteller/ schrijver zich stelt. Er is geen afdoend antwoord mogelijk voor iemand die zich overgeeft aan avonturen in gedaanteveranderingen. Dat is ook meteen de kracht van Profane Friendship. Het besef de beweegredenen van iemands doen en laten nooit volledig te kunnen begrijpen, nimmer de ziel van wie dan ook te kunnen doorgronden, geeft de roman een wispelturige energie die verhindert dat Brodkey of zijn personages kunnen worden gestigmatiseerd. Door vernederingen, jaloezie, het gebrekkig functioneren van geest en geheugen wordt alles en iedereen vertekend: feit en fictie raken met elkaar verknoopt. Wat is er echt gebeurd, wat heb ik gedroomd of verzonnen? 'De geschiedenis is moeilijk te achterhalen en het is niet verstandig de bron en de interpretaties te geloven.’
In een recent interview met NRC Handelsblad zegt Brodkey dat het schrijven van zijn memoires daardoor zo moeilijk is: 'Je kunt het verleden van een personage niet straffeloos construeren. Voor je het weet is het je eigen abolute waarheid.’
Het is die absolute waarheid die gelukkig ontbreekt in Profane Friendship. 'De geest is even abrupt als het lot.’ Dat wil niet zeggen dat er geen meningen of filosofieen over tijd, geschiedenis en persoonlijkheid worden gedebiteerd. Het fascisme kende geen ironie, het ideeengoed van het communisme is te gefixeerd en vastgeroest om interessant te kunnen zijn. Altijd spreekt bij Brodkey de overtuiging mee dat alle ideeen oplichters zijn. En wie te snel oordeelt, legt de dingen te snel vast.
Zijn de Verenigde Staten een monster, de duivel, Satan? Het is een dubbelzinnig oordeel dat Onni zijn Amerikaanse vriend voor de voeten werpt, want Amerika kent vele gezichten tussen oost- en westkust, tussen Wall Street en Hollywood.
Brodkey’s taalgebruik is virtuoos en weerspiegelt het thema van verleiden en afleiden, van de ongrijpbaarheid van iemands kern. Maar waar andere schrijvers zwijgen, zet Brodkey door, vooral in het seksuele labyrint waar de rede wordt overwoekerd door grenzeloze en dodelijke lust. Daarom is Profane Friendship een profound boek, een heftige, beweeglijke en speelse roman tussen leven en dood.