Spiegels

Jezelf nauwelijks gereflecteerd zien worden in je omgeving doet iets met je. Ik kon het nooit goed uitleggen – het voelt in elk geval niet aangenaam.

Een mooie uitleg kwam ik laatst tegen in een artikel over Junot Diáz, een Amerikaanse auteur uit de Dominicaanse Republiek die van schrijven zijn missie heeft gemaakt. Tijdens een lezing vroeg hij het publiek of het een beetje bekend is met vampiers. ‘You know, vampires have no reflections in a mirror. There’s this idea that monsters don’t have reflections in a mirror.’

Diáz gelooft natuurlijk niet in monsters, maar hij heeft geleerd dat het ontzeggen van reflecties een effectieve methode is om een mens zich een monster te laten voelen. De auteur neemt zijn eigen jeugd als Latijns-Amerikaans migrantenkind als voorbeeld: ‘I was like: “Yo, is something wrong with me? That the whole society seems to think that people like me don’t exist? And part of what inspired me, was the deep desire that before I died, I would make a couple of mirrors. That I would make some mirrors so that kids like me might see themselves reflected back and might not feel so monstrous for it.”

Spiegels maken. Voor mij is Ilias Zian zo’n spiegelmaker. Ilias is initiator van de eerste Marokkaanse boot die – als ze door de loting komen – komende zomer mee zal varen in de Amsterdamse Gay Parade. Via Facebook kwam ik met hem in contact. Zijn statussen dwongen me tot een like hier en een like daar, en ik kwam al gauw tot de conclusie dat ik Ilias een interessante jongen vind. Afgelopen week sprak ik met hem af in een cafeetje, samen met Chris Belloni, een vriend van Ilias en maker van de documentaire ‘I Am Gay and Muslim’.

Het kost Ilias tijdens ons gesprek geen moeite om openhartig te zijn. Hij is pas 12 jaar als zijn moeder sterft; zijn vader woont in Marokko. Vanaf zijn 15e woont hij niet meer bij zijn familie. Ilias is nu 25 jaar en blikt zonder zelfmedelijden of rancune terug op een eenzame en heftige jeugd. Zijn stem is zacht, zijn toon beheerst. Na een relatie van 3,5 jaar met een meisje vertelt hij zijn ex-vriendin, zus en broer dat hij op mannen valt. Zijn ex-vriendin is een week ontroostbaar, voor zijn zus komt het niet als een verrassing. Zijn broer is aanvankelijk niet blij met het nieuws, maar heeft het inmiddels geaccepteerd. Ook zijn vader in Marokko weet ervan. Hij hoopt dat zijn zoon ooit nog met een vrouw zal trouwen.

Chris Belloni werkt regelmatig samen met Ilias, maar kende slechts flarden van zijn verleden. Hij luistert stil en aandachtig, maar lijkt ook bezorgd. Ilias zal, als de Marokkaanse boot doorgaat, de komende tijd vaker op de voorgrond treden. Het risico dat hij nare reacties ontvangt is groot. Ilias haalt zijn schouders op. ‘Ik ben er op voorbereid dat niet iedereen op een Marokkaanse boot zit te wachten. Ik wil vooral zichtbaar maken dat er mensen zoals ik zijn.’ Hij is ook nog van plan om samen te werken met de organisatoren van de Joodse boot die dit jaar mogelijk ook meevaart. De jonge Amsterdammer is ambitieus.

Maar waarom Ilias Zian nou voor mij persoonlijk een spiegelmaker is? Omdat ik net als hij – en veel andere jonge Marokkaanse Nederlanders – de zelfcensuur zat ben.

Een paar maanden geleden schreef ik voor het Vonk-katern in de Volkskrant een persoonlijk verhaal over mijn afvalligheid die, in tegenstelling tot het gangbare narratief in de media, niet gepaard ging met geweld en verstoting. De waarheid is dat ik na de publicatie door twee familieleden direct en indirect ben geïntimideerd. De waarheid is dat mijn moeder allerminst blij was dat ik de gesprekken met haar en mijn vader in mijn stuk heb opgenomen (en dat snap ik oprecht, en daar neem ik mijn verantwoordelijkheid voor). En dat ik, uit angst voor escalatie, mezelf heb gecensureerd door geen vervolgstuk te schrijven over de (overwegend hartverwarmende) reacties die ik heb ontvangen van Marokkaanse jongeren.

Maar er is hoop. Toen een Marokkaanse zakenvrouw in Rotterdam onlangs bedreigd en uitgescholden werd omdat ze een wijnbar opende, zag ik voor het eerst autonome Marokkanen collectief naast elkaar staan om een duidelijk statement te maken: tot hier en niet verder. De giftige reacties van eeuwig miskende, verbitterde Nederland-haters op dit initiatief waren voorspelbaar (‘Huisslaven van de media!’ –‘Marokkaantjes!’ -‘Poseren slechts met een wijntje om geaccepteerd te worden door autochtone Nederlanders!’ -‘Wat zeurt iedereen nou, in Marokko is er helemááál geen taboe op alcohol!’), maar niemand lijkt er nog van onder de indruk te zijn. Het damage control-draaiboek van deze liefdeloze mensen is nu echt versleten en kan rustig bij het oud papier gedumpt worden. Benzine erover, aansteker erop.

En terwijl ik net een eind wil breien aan deze column, ontvang ik een berichtje van Chris Belloni vanaf de feestelijke Kick Off van de Gay Parade waar de plekken zojuist verloot zijn: ‘We zijn in!’ Een paar minuten later volgt een berichtje van Ilias Zian: ‘De Joodse boot ook!’