MEDIA

Spiegelzaal

Volgens mij heeft iedereen zich ooit wel eens verbaasd over de wijze waarop Aziaten, Japanners voorop, Europa bezoeken. Het is vaak net alsof ze niets met eigen ogen zien, niets met eigen ogen willen zien. Ze gaan voortdurend schuil achter hun fototoestel en klikken, klikken net zo lang tot er niets meer te klikken valt.

Vervolgens lopen ze schijnbaar opgewonden, druk pratend en nog altijd niet kijkend naar de volgende plek die eveneens uitvoerig gefotografeerd of gefilmd wordt. Reizen ze om iets mee te maken of reizen ze om thuis te laten zien dat ze iets meegemaakt hebben? Het is voor de gemiddelde Europeaan onbegrijpelijk, denk ik, in ieder geval ik heb me er vele malen over verbaasd. Wat is het nut van het reizen als je niets ervaart en slechts probeert de ervaring in plaatjes te vangen? Dan kun je, zeker in deze tijden van internet, net zo goed thuisblijven. Alle plaatjes zijn immers al gevangen, je hoeft ze slechts op te roepen.

Dat het zo eenvoudig niet ligt, zien we sinds geruime tijd in eigen omgeving. Mijn draagbare computer is welhaast bezweken onder de vracht foto’s die mijn jongste dochter van zichzelf en haar vriendinnen genomen heeft. Het zijn er vele honderden, zo niet duizenden, en elke dag, letterlijk, komen er nieuwe bij. Ook haar Facebook puilt ervan uit. Opmerkelijk aan de meeste van die foto’s is dat de gefotografeerden veelal zichzelf fotograferen en daarbij, onvermijdelijk, bijna altijd in de lens kijken. De impliciete boodschap kan er maar één zijn: kijk mij nou! Ik mopper er wel eens over. Kijk eens naar buiten, zeg ik. Zie eens hoe mooi, interessant, vreemd… En dan noem ik iets uit de tuin, het dorp, de omgeving. Een meewarige blik is mijn deel.

Hoe actueel dergelijk gedrag is, merkte ik toen ik in Madrid meeliep met een grote protestdemonstratie. Tienduizenden mensen. Woedend. Grote spandoeken. Kreten. Maar te midden van dit oude fenomeen was er één element dat ik nog nooit eerder had gezien, zeker niet in die mate: dat één op de zoveel personen niet zozeer protesteerde maar vooral druk was het protest, dat van zichzelf en naaste omgeving voorop, vast te leggen. Dit eenmaal opgemerkt begon ik ook te letten op degenen die dit niet deden. En ziedaar, zeer velen en zeker jongeren onderbraken hun daden voortdurend om ze eveneens te filmen of fotograferen. Verreweg de meesten deden dit met hun mobiele telefoon. Ze fotografeerden zichzelf terwijl ze scandeerden. Ze knipten terwijl ze liepen. Ze stopten even, staken de hoofden bij elkaar en lachten in de camera. Ze hieven de camera in de lucht en fotografeerden of filmden de omgeving. Dit alles was te meer opmerkelijk omdat overal ook nog eens hele of halve professionele cameralui en fotografen stonden, op auto’s, trapjes, provisorisch opgebouwde podia, elektriciteitshuisjes, balustrades, vele, vele tientallen, zo niet honderden. Zij filmden of fotografeerden voor de publieke media de mensen die zichzelf filmden of fotografeerden voor de private dan wel sociale media: een doosje (het protest) in een doosje (private beeldvorming) in een doosje (publieke beeldvorming).

Het is niet moeilijk op dergelijk gedrag een lange rij psycho- en filosofismen los te laten. Over narcisme, visuele cultuur, versmelting van beeld en werkelijkheid, imitatie­neiging, homo ludens. Maar één aspect staat, denk ik, toch voorop. Dat is dat zeker in de westerse wereld elke activist, bewust of onbewust, weet wat elke burger weet: dat we in een beeldcultuur leven en dat het niet zozeer de daden zijn die tellen als wel de publieke meningsvorming over die daden. Waarom kozen de Spaanse mijnwerkers ervoor om helemaal van het noorden van het land naar de hoofdstad te lopen? Het antwoord kent iedereen: omdat ze hoopten aldus de media en publieke opinie te mobiliseren. Waarom verandert bijna elke persoon als er een camera in de buurt komt – waarom komen juist dan ineens tranen te voorschijn, wordt de woede heftiger, het verdriet schijnbaar groter? Omdat hij of zij weet dat het er op dat moment op aankomt. Wil je effect bereiken, dan gaat dat via het oog van de camera!

Sinds wanneer bestaat dit fenomeen? Wat is de link met de knippende Japanners (die over het algemeen overigens niet zichzelf fotograferen)? Bovenal: wat zegt het over onze cultuur, onze politiek, ons zelfbeeld? Twee constateringen zijn in ieder geval te maken, denk ik. De eerste is dat de werkelijkheid zich in onze samenleving sterker vormt naar het beeld dan andersom. Zoals gezegd: beeldcultuur. Zij betekent niets minder dan een revolutie. Hieruit volgt de tweede constatering: dat jongeren met deze nieuwigheid veel beter en actiever omgaan dan ouderen. Zij hebben met de paplepel binnen gekregen wat laatstgenoemden toch bovenal constateren – met dezelfde verbazing als waarmee ze Japanse toeristen bekijken. Kortom, we leven in een spiegelzaal en het is verdomd moeilijk het origineel te vinden, zelfs als jij dat zelf bent.