Opera: ‘Macbeth Underworld’

Spierwitte haren

Lady Macbeth wast in de opera Macbeth Underworld van Pascal Dusapin voortdurend haar handen, maar dat lijkt nu een heel andere, actuele betekenis te hebben. Het verbindt ons met haar. Wij zijn allemaal slachtoffers en schuldigen van de pandemie die ons heeft overvallen.

Ik kijk naar de prachtige registratie van de wereldpremière uit Brussel. De coronacrisis heeft soms ook een voordeel. Operahuizen tonen hun nieuwste producties gratis via het internet. Het Brusselse operahuis De Munt / La Monnaie besloot zeven recente voorstellingen te streamen. Deze nieuwe, Engelstalige opera is tot eind april door iedereen te ontvangen.

De 64-jarige Franse componist Pascal Dusapin schrijft zeer expressieve muziek, modern en monumentaal tegelijk, vol nuances en emoties, door orkest en vrouwenkoor van De Munt vol vuur vertolkt onder Alain Altinoglu. Vijf jaar geleden ging in Brussel Penthesilea van Dusapin in première, naar het treurspel van Heinrich von Kleist, somber en duister. Shakespeare’s tragedie Macbeth is een zo mogelijk nog somberder verhaal met nog veel meer doden. Librettist Frédéric Boyer plaatst Macbeth Underworld in de onderwereld, na de dood van de hoofdpersonen, en laat ze als in een nachtmerrie de belangrijkste scènes herleven. Je kunt het ook anders zien: in het theater moeten Macbeth en zijn vrouw in toneelstukken en opera’s die afschuwelijke gebeurtenissen steeds weer herbeleven.

We zien het in flarden: de voorspellingen van de drie heksen, de moord op de koning, de twijfel van Macbeth, de wroeging van zijn vrouw, de belegering van hun kasteel en uiteindelijk de dood van beiden. Het wordt hier getoond met, behalve Macbeth en zijn vrouw en de drie verleidelijke en verraderlijke heksen, slechts drie personages. In de eerste plaats de poortwachter van de hel (de oude tenor Graham Clark), hier gekleed en geschminkt als een ouderwetse clown, die met een venijnige lach de handeling begeleidt. Ten tweede de geest van Macbeths vriend Banquo (de IJslandse bas Kristinn Sigmundsson), een dolk al in zijn rug. Maar vooral een jonge jongen (sopraan Elyne Maillard), die in de eerste plaats het gestorven kind van de Macbeths is, maar tegelijk alle door Macbeth gedode kinderen en ten slotte dat ene kind, de zoon van Banquo, die Macbeth zal doden en daarna zelf wel koning zal worden.

Het draaiende en bewegende decor van Bruno de Lavenère is donker en prachtig; enorme, woest vergroeide bomen aan de ene kant, een kasteel vol griezelige trappen en deuren aan de andere kant, door Antoine Travert belicht in een schitterend clair-obscur. De kostuums van Sylvette Dequest zijn verbazingwekkend: bijna alle hoofdpersonen zijn in smetteloos wit gekleed, omdat zij bij aanvang van het verhaal allemaal nog even onschuldig zijn; Macbeth en zijn vrouw hebben ook nog eens spierwitte haren.

De uitvoering is grandioos. Bariton Georg Nigl (Macbeth) en mezzosopraan Magdalena Kožená (Lady Macbeth) zijn geen wrede beulen, maar in de eerste plaats een ongelukkig liefdespaar. Regisseur Thomas Jolly legt de nadruk op het kind dat zij niet hebben gehad en waarvan al hun handelingen doordrongen zijn. Daarmee is het niet een tragedie van het kwaad, maar van de wanhoop van ongelukkige mensen.


Tot eind april, demunt.be