Imi Knoebel, Love Child Ike, 2021. Acryl op aluminium, 125,5 x 131 x 0,2 cm © Galerie Bärbel Grässlin, Frankfurt/Main

Het schilderij heeft een vorm die bestaat uit vier bochtige stukken lijn die bijna bij toeval bij elkaar kwamen. Stuk voor stuk volgde ik die kantlijnen om te zien hoe de vorm in elkaar zit, wat die zou willen voorstellen. Ik merkte dat ik de randen zocht van de vorm. Tussen eigenaardig bewegende lijnen is de vorm abstract. Het leek of die kromme lijnen nog wat slingerend op zoek waren voordat het schilderij zijn eindelijke vorm had gevonden. De vorm was niet planmatig bedacht. Het schilderij was gevonden door impulsieve bewegingen van lijnen, tot die een bevredigende vorm troffen.

Toen hield het beeld stil.

Het is een verwarrende vertelling. Zo zie ik die ook. Eerst zag ik in die wonderlijk zwevende vorm de overvolle kleur erin. Het was een duister olijfgroen. Gewoel van donker gebladerte. De contour pakte het groen zo strak samen dat het, diep in schaduw, bijna zwart werd. Het schilderij was geschilderd op aluminium. Het hing scheef aan de muur. Boven in de vorm, links van het midden, was er een gaatje in het aluminium geboord. Door dat gaatje stak een spijker waaraan het schilderij was opgehangen dat dus scheef hing. Love Child is de lieftallige titel. Voor Knoebel was het een verrassing zulke casual vormen te vinden, zomaar tussen vier loshangende lijnen. Wel hangt het werk loodrecht aan zijn spijker. Het vond een evenwicht door zijn gewicht. De losse vorm van schommelende zijkanten hangt scheef maar tegelijk lijkt die, zelfs zo scheef, ook nog op een vierkante rechthoek.

Een vierkant is een vorm waar alles recht aan is. Eigenlijk is dit nieuwe schilderij van Knoebel een vierhoek – dat wil zeggen een beeldvorm die tussen vier hoekpunten schommelt. De vier afstanden, van hoek naar hoek, zijn ongelijk. Ze zijn anders van lengte maar liggen in elkaars buurt. Geen van de vier is ook recht. Ze buigen iets naar buiten, elk van de vier weer met een andere bochtigheid. Zulke net niet rechte, afwijkende lijnen krijg je bijna vanzelf wanneer je, snel uit de losse hand, met krijt een vierkant tekent. Het gebeurt ook wanneer de kunstenaar op zoek is naar een nieuwe vorm die hij nog niet kent, en het onbekende probeert.

De kleur glijdt makkelijk over het gladde aluminium

Zo zagen we een vreemde vorm ontstaan die wel ongeveer lijkt op een vierkant maar het niet is. Dat was niet toevallig zo, het ging bewust. De eigenaardige vorm ontwijkt vierkant te zijn en vindt in die afwijking een eigensoortige expressiviteit. Maar toch: als ik geduldig kijk naar de kloeke, zwartgroene vorm, in Love Child, bekijk ik die vorm ook als ware het een recht vierkant. Vierkanten zijn onverwisselbaar harde vormen: onwillekeurig begin je vergelijkenderwijs te kijken.

Ik zie dat in Love Child de vorm er wat gezwollen uitziet, niet vlak en strak als bij een echt vierkant, eerder nog wat opgeblazen. Om de vorm heen zien we de randlijnen nog wat uitbuigen. Als bij een kussen geven ze aan de vorm meer zachte ruimte. Die ruimte wordt gevuld met de donkere olijfgroene kleur. Dat donkere groen van verf doet de vorm er zwaarder uitzien dan de dunne lijn die de contour was van alleen aluminium. Dat is lichter van gewicht dan zwaar gekleurde verf. De aluminium lijn is daarom zo wonderlijk licht omdat het een scherpe snijlijn is. Het metaal is gesneden. Het is plat en glad. Het vlak waarop geschilderd werd was niet een vierkant stuk linnen dat een recht spieraam nodig had om strak gespannen te zijn. Daarbij is linnen een stug en stroef weefsel.

Uiteindelijk is het altijd de kleur die een schilderij volledig zijn vorm geeft. De verf is, zag ik, glad gestreken met een brede soepele kwast. Het zijn dunne lagen smeuïge verf. Dunne en dwarse lagen olijfgroen met donkerder groen en zwart over elkaar. De kleur glijdt makkelijk over het gladde aluminium. Het zijn zacht slepende streken van de kwast – overwegend horizontaal lopende streken dus dwars over de scheef hangende vorm. Het aluminium is dun als een blad. We zien ook dat de kwast terwijl die strijkt tegelijk ook draait zodat er een bewegend soort ornamenten ontstaan, kleuren glijden daar door elkaar. Ze lijken een boeket van vederlichte kleur dat door de scherpe vorm van aluminium teder gedragen wordt.

Het beeldvlak waarop kleuren bewegen, en ook doen bewegen, is een verbazingwekkend lichte figuur van aluminium. De vorm is slank als een sierlijke schaal. Ik kijk rondom langs de begrenzing van de enkele vorm om uit te vinden waar ik moet beginnen. Bij de stompe hoek rechts onder, zou ik zeggen. Van de vier hoekpunten ligt die het laagst. Hang het schilderij zo hoog aan zijn spijker dat je naar boven gaat kijken. Dat geeft een overzicht over het vlak van groen heen. Van de stompe hoek kijk ik verder langs de kantlijn rechts, ook naar boven maar ook, min of meer tegelijkertijd, langs de rand die naar links loopt. Tussen die lijnen bungelt een soort driehoek, dan ook een tweede soort driehoek daar tegenover. Ergens hangt ook een diagonaal. Daarlangs, bevend als een vlinder, vouwt de groene vorm zich dan helemaal open.


PS: Het werk is te zien bij galerie Bärbel Grässlin in Frankfurt am Main