Menno Hurenkamp

Spijt

Volkert van der G. zegt dat hij geen spijt heeft van het doden van Pim Fortuyn. Spijt, dat is berouw of wroeging, iets dat knelt. Je hebt iets gedaan en zegt: «Ik baal ervan. Het had ook anders kunnen zijn.» Spijt vergt terugkijken. Je loopt het op als je een domme actie overweegt en die ook uitvoert. Als je uithaalt in plotselinge woede of een onbedoelde belediging uit, dan kun je alleen spijt hebben over je karakterstructuur of je onnozelheid.

Chef Spijt is Raskolnikov uit Dosto jevski’s Misdaad en straf. Volkert van der G. is vanwege zijn berekenende koelbloedigheid weleens vergeleken met de student-moordenaar die dacht dat hij het recht had een vervelende vrouw en haar dochter te doden. Nu Volkert van der G. gedurende de rechtszittingen zijn kalmte bewaart, kun je hem nauwelijks nog op één lijn zetten met Raskolnikov. Die verzinkt na zijn daden in steeds diepere wanhoop en snakt naar straf.

Volkert van der G. zegt zoiets als: «Het is niet best, maar het had niet anders kunnen zijn.» Iedereen is daarover verontwaardigd, want zo tast hij wéér de maatschappelijke orde aan.

Spijt vergt publiek. Van een geestelijk gezonde moordenaar verwacht men dat deze op enig moment tot het openbaar beleden inzicht komt dat hij spijt heeft. Anders kan hij in herhaling vallen en bovendien anderen op het idee brengen dat het normaal is mensen te doden. Maar dat is niet de enige reden dat je wroeging wilt zien. We willen ons ook laven aan de ellende van de spijtoptant. Dat gaat niet alleen om sensatiezucht. Berouw is een sociale emotie — in gezelschap interessanter dan blijdschap en hanteerbaarder dan woede. Het tonen van berouw is ook het vragen van vergiffenis. Het houdt het verzoek in weer in de gemeenschap opgenomen te worden. Het is vermoedelijk juist daarom dat Van der G. zijn poot stijf houdt. Om vergeving jammeren betekent vroeg of laat verbroedering met de aanhang van zijn slachtoffer. Hij lijkt te zeggen: «Gedane zaken nemen geen keer. Ook als ik ooit vrij ben, kom ik niet in jullie talkshows zitten.»

Ook George Bush heeft tegen Saddam Hoessein een actie in gang gezet waarvan hij vermoedelijk spijt krijgt. Hij zal de oorlog ooit wel winnen, maar je kunt nu al voorspellen dat de prijs veel hoger is dan hij en zijn militaire planners dachten. Er moeten meer soldaten naar Irak en die zullen vermoedelijk langer in het land moeten blijven. Dat is in tegenstelling met de suggestie die Bush wekte dat de dictatuur Irak in korte tijd zou zijn aangeharkt.

Hij zal daar nog lang last van hebben. Bush is een diepgelovig christen. Zijn religie biedt een uitgelezen belevingswereld om publiekelijk wroeging te belijden over zijn inschattingsfouten. Maar daarmee zou een president de positie van de VS zo onmogelijk maken dat Bush dat heus uit zijn hoofd laat. Zijn evaluatie is dus aan het electoraat.

Berouw tonen is je aan de wilde honden overleveren — vooral functioneel voor verlopen artiesten. Daar mag je je aan onttrekken. Niet omdat een echte man op zijn sterfbed nergens spijt van heeft. Maar het recht ordent, de kiezers oordelen en de rest is voor een democratie sentiment.