Economie

Spijt

Verkiezingen zijn een magisch moment in het leven van de parlementaire democratie. Een dag lang staat de poort naar een andere toekomst wagenwijd open. Even is alles mogelijk. Totdat om negen uur ’s avonds de eerste exitpolls bekend worden. Dan dringt de macht van het bestaande zich weer met een doffe dreun aan je op: er is niets veranderd. Alles blijft bij het oude. Het magische moment van verandering bleek net zo tastbaar als de schaduw van een rookpluim. Zo was het in 2010, 2012, in 2017, en zo was het ook twee weken geleden, op 17 maart 2021. En zo is het altijd geweest. Hoe groot de onvrede ook is, hoe terecht die onvrede ook is, de krachten van het bestaande winnen toch.

De babbelende kaste mag dan een hoofdnummer maken van de winst van Baudet; van de stagnatie van Ouwehand voor wie de coronacrisis toch kat-in-het-bakkie had moeten zijn; van de winst van de blinde eurofielen van Volt; van die van de populisten van JA21 – in de kern is het doodeenvoudig: de carnivore en herbivore neoliberalen winnen altijd.

Carnivoor is het neoliberalisme van de VVD, omdat het bejubeling van globalisering, de BV Nederland, Europese integratie (alleen in Brussel, niet in Den Haag), vrijhandelsverdragen en belastingverlaging voor het grootbedrijf paart aan een hardvochtig nationalisme dat het heeft afgekeken van klein-rechts: minder migranten, minder asielzoekers, en minder Marokkanen, die zich bovendien moeten aanpassen aan onze waarden. Herbivoor is het neoliberalisme van D66, omdat het omarming van globalisering, de BV Nederland, Europese integratie (zowel in Brussel als in Den Haag), vrijhandelsverdragen en belastingverlaging voor het grootbedrijf combineert met een wokeness dat het heeft gejat van hoogopgeleide, buitenparlementaire activisten: iedereen moet ‘zwart’ leren zeggen, de geschiedenis moet worden geschoond van racistische smetten, en toiletten moeten genderneutraal worden. En wie dat niet kan, of wil, of er het nut niet van inziet, wordt rücksichtslos geschilderd met de kwast van fascisme of barbarisme.

Het komt door het eeuwige nu van de media

Ondertussen zucht de gemiddelde Nederlandse burger al dertig jaar onder de knoet van het neoliberalisme. Inkomens stagneren; het milieu gaat naar de kloten; de verzorgingsstaat is duur, slecht en een labyrint geworden; de woonlasten behoren tot de hoogste van Europa en de hypotheekschulden tot de hoogste van de wereld; de belastingdruk voor werkenden is in tien jaar Rutte alleen maar gestegen; terwijl het grootbedrijf minder en minder aan de schatkist afdraagt; en Nederland internationaal bekend staat als het grote zwarte fiscale gat van multinationals; om over integriteitskwesties en andere affaires maar te zwijgen.

En dan deze uitslag! Het komt door het eeuwige nu van de media. Als er een beroepsgroep is die verantwoordelijk kan worden gehouden voor de voortdurende neoliberale malaise van de gemiddelde Nederlander dan is het deze – naast de bestuurder met MBA uiteraard. Het vacuüm dat is achtergelaten door het verdwijnen van de ledenpartij is opgevuld door Frits Wester, Xander van der Wulp, Joost Vullings, Tom-Jan Meeus en Marleen de Rooy. Zij zijn de lens waardoorheen de politicus zijn kiezers ontwaart; zij zijn de lens waardoorheen de burger zijn volksvertegenwoordiger ziet. En in die lens gaat van alles mis. In de slag om de kijker/lezer/luisteraar is politiek een tijdloos voetbalspel geworden, met doelpunten, winnen en verliezen, strafschoppen, overtredingen, sterren en sukkels. Zonder geschiedenis, zonder context, zonder geheugen, zonder systeem. Welkom in het korsakov-syndroom van de journalistiek.

En dus krijg je dit soort uitslagen. In 2017 was Jesse Klaver de frisse nieuweling en werd dus groot gemaakt. In 2021 was Sigrid Kaag de verademing en was het haar beurt om groot te worden gemaakt. Terwijl Mark Rutte maandenlang als redder des vaderlands op het schild is gehesen en zonder problemen op de eindzege kon afstevenen. En Thierry Baudet dankzij de relzucht van journalisten na een briljante campagne acht zetels kon incasseren. En als er dan zelfreflectie is, gaat het over hoe men klein-rechts zo groot heeft kunnen maken. En niet over waarom men groot-rechts – ondanks evident falen – niet klein heeft kunnen krijgen.

En zo daalt twee weken na de verkiezingen een knagend gevoel van spijt over de kiezer neder. Met lede ogen ziet hij hoe de tribuun van de toeslagenaffaire van voor de verkiezingen, na de verkiezingen door de neoliberalen van D66 en VVD meedogenloos voor de bus wordt gegooid. Over vier jaar beter?