Spitskool

Zwijn doet aan jenever denken. Ook aan bes. Ik kom wel eens aan met de boodschap dat ik ben opgegroeid onder de jeneverbes. De waarheid. Al was het niet langer dan zes weken.

Ik knipte poots doorzichtige lijkwade open. De enzymen waren daar al aan de rol geweest. Maar die lucht spoel je er zo weer af. Olie lag klaar en de jenever was ook niet ver meer. Met zout ingewreven poot braden aan alle zijden en twee glazen jenever erop. Veel gesuis en gesis en daarin tien bessen van de jeneverstruik, drie bladeren van de laurier en als laatste vertoon van symboliek een in vieren gesneden ui. Niet alleen om de gelijkenis tussen zwijn en duivel te benadrukken (nadat dit personage uit de hemel verdreven was ontstond, volgens een oud Turks verhaal - weer zo'n leuke door een ander aangereikte wetenswaardigheid - onder de eerste stap van zijn linkervoet het knoflook en onder zijn rechtervoet de ui) maar ook omdat er nog veel plaats over was. Geen knoflook, waarom wist ik ook even niet. Een kruidnagel nog en zwarte peper. Ik zie de duivel eerder in rode wijn dan een andere kleur wegzwemmen: een halve fles Zuidafrikaanse Pinotage. Verder alles volgens het boekje.
Wordt het gebeente zichtbaar, heeft de poot eenderde van zijn braadtijd achter de rug. Ook beeldspraak blijft behelpen.
De afgekloven poot is het aanzien waard. Niet alleen dat er een zeer dun spaakbeen in is verwerkt, ook vertoont het bot naarmate meer vlees verdwijnt steeds mooier de gekwelde lijn van een vroeg twintigste-eeuwse Weense deurkruk. Met wat voortgezette afwerking kun je daar snel de eigenaar van zijn. Maar zo blijf je aan de gang. Te veel ideeën is ook niet leuk.
Bij de poot een rantsoen spitskool. Die ik wel heel vlak na de oorlog voor het eerst proefde. Daar meteen een enkele kloot van een Pools piloot in aantrof. Althans, zo wil mijn herinnering het nu. Ape(n)kool?