Groen

Spleetoogboktor

We zouden bijna blasé worden van ruimingen. De afgelopen jaren zijn er zo veel dierenziektes geweest dat beelden van grote hoeveelheden dode schapen, varkens of runderen min of meer gewoon werden. Akelig, maar ook vreemd vertrouwd. Toch was ik blij dat we van het ruimen van geiten niet veel te zien kregen in journaals. Slappe, dode geiten in de laadbak van een of ander grijpapparaat, nou ja, ik wil maar zeggen: het kan ook te gek en met angst om het hart vraag je je af wat het volgende zou kunnen zijn. Daarop hoefden we niet lang te wachten. Eind januari verschenen op de tv beelden van het ruimen van bomen en struiken in een woonwijk in Boskoop. Mistroostige bewoners bij leeggerausde voortuintjes, grote stapels twijgen en stammetjes, stoere mannen in oranje pakken die een brullende takkenversnipperaar voedden.
Allemaal door een of andere uitheemse boktor, de Oost-Aziatische boktor. Onze eigen huisboktor - die ik vooral ken uit de dierenverhalen van Toon Tellegen, waarin hij de rol van dokter vervult, gespecialiseerd in het spalken van geur - houdt niet van levend hout. Deze drooghoutboorder, die vreemd genoeg uitsluitend vuren en grenen lust, vreet zij aan zij met de houtworm liever dakconstructies op. Heel vervelend, wel goed te bestrijden. De boktor zelf doet trouwens niets, het zijn de larven die de vraat veroorzaken. Inheemse boktorren die wel van levend hout houden, worden over het algemeen steeds zeldzamer, en kiezen ziekelijke of pas gevelde bomen, richten dus niet al te veel schade aan. De Oost-Aziatische boktor is een volbloed nathoutboorder en houdt erg van vitale, levende bomen, maar dan juist weer niet van sparren of dennen, hij blieft alleen loofbomen. Hij is nauwelijks te bestrijden, vooral omdat hij geen natuurlijke vijanden heeft, wat, zo stel ik me voor, verklaard kan worden uit het feit dat mogelijke natuurlijke vijanden het beest simpelweg niet herkennen, omdat het een allochtoon is. ‘Een vuile spleetoogboktor’, hoorde ik een racistische hovenier zeggen. In Boskoop houdt men intussen de adem in, enkele boomkwekerijen hebben al een handelsverbod aan de broek.