Spoken

Het gerommel met toeslagen heet fraude, maar belastingontwijking mag. De Haagse debatten hierover leggen een fundamenteel verschil bloot in het denken over de mens.

Wie denkt dat spoken niet bestaan, heeft het mis. De laatste tijd waren er nogal wat rond over het Binnenhof. De politiek is er druk mee: spookburgers bij de belastingdienst, spooknota’s en spookindicaties in de zorg en spookfirma’s aan de Amsterdamse Zuidas.

Spookfirma’s? Niet iedereen op het Binnenhof vindt het leuk als je dat zegt. Je kunt de fraude met toeslagen voor huur of kinderen toch niet vergelijken met het ontwijken van het betalen van belasting, is dan de reactie. Sommigen kunnen er echter wel om lachen als ik vertel dat in mijn hoofd de Bulgaarse spookburgers en de buitenlandse postbusfirma’s aan de Amsterdamse Zuidas door elkaar zijn gaan lopen. Overeenkomsten genoeg. Waar spookburgers niet verblijven waar ze opgeven te verblijven, zijn postbusfirma’s immers ook niet daadwerkelijk gevestigd waar ze opgeven te zijn gevestigd. De postbusburger en de postbusfirma, want zo zou je ze ook kunnen noemen, profiteren vervolgens allebei van hun spookadres: de eerste door toeslagen aan te vragen voor huur of kinderen, de andere door het betalen van belastinggelden te ontwijken. Wat de twee ook gemeen hebben, is dat ze de onderlinge solidariteit in een gemeenschap ondergraven.

Maar inderdaad, het verschil is dat het ene fraude is en het andere wettelijk toegestaan. Toch belijden ook de politici die liever niet het woord spookfirma gebruiken met de mond dat er iets aan de belastingontwijking moet worden gedaan. Dat dan weer wel. Net als tegen de spookburgers, spooknota’s en spookindicaties willen ze ertegen ten strijde trekken.

Maar wat opvalt in de Haagse debatten over deze onderwerpen: de politiek is verdeeld over de vraag hoe de spoken verjaagd moeten worden. Dat is geen verdeeldheid over een beetje meer of minder controle op Bulgaren, artsen, bureautjes die persoonsgebonden budgetten aanvragen of ‘lege’ postbusfirma’s, maar vaak een fundamenteel verschil van denken over mens, maatschappij en mate van eenwording in de Europese Unie. Dat werd onder meer goed zichtbaar toen de Tweede Kamer in aanloop naar de vorige week woensdag gehouden Europese top debatteerde over postbusfirma’s en belastingontwijking. Om dat ontwijken tegen te gaan stelde GroenLinks voor om in de Europese Unie tot een gemeenschappelijke grondslag te komen waarover vennootschapsbelasting moet worden betaald, om ook een gemeenschappelijk laagste tarief daarvoor af te spreken en om het vetorecht te schrappen waarmee individuele lidstaten dit zouden kunnen tegenhouden.

GroenLinks-Kamerlid Jesse Klaver kreeg voor de complete drietrapsraket weinig handen op elkaar. Maar vooral bij zijn vvd-collega Mark Verheijen schoot het GroenLinks-voorstel in het verkeerde keelgat. Een principieel keelgat. De vvd’er wil geen uniforme grondslag en geen uniform laagste tarief, omdat hij dit geen politiek neutrale zaken vindt. In dat laatste heeft Verheijen gelijk. Met grondslagen en tarieven probeert de politiek te sturen, denk bij de inkomstenbelasting aan het bevorderen van werken buitenshuis of het nivelleren van inkomens, en bij de vennootschapsbelasting aan het scheppen van een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor bedrijven. Door dat laatste is belastingontduiking ook zo lucratief geworden voor bedrijven: landen beconcurreren elkaar ermee. In de ogen van GroenLinks concurreren ze elkaar er kapot mee.

Wat Kamerlid Klaver voorstelde, was dan ook om van de vennootschapsbelasting een politiek sturingsmechanisme op Europees niveau te maken, zonder dat individuele lidstaten nog dwars kunnen gaan liggen. Daar zat voor vvd’er Verheijen het dieperliggende bezwaar. Als landen hun vetorecht op het terrein van de belastingen opgeven, houdt de natiestaat in zijn ogen op te bestaan. Hij zei het overigens andersom, dat belasting heffen – samen met het geweldsmonopolie en het buitenlandbeleid – een van de zaken is die van een staat een staat maken.

Waar zo’n debat dus lijkt te gaan over zoiets ingewikkelds als grondslagen bij de belastingheffing gaat het eigenlijk over het voortbestaan van Nederland als staat. Ook ingewikkeld.

Ook bij het debat over spooknota’s voor niet of slechts ten dele verrichte medische handelingen en over spookindicaties voor gebreken die op papier een graadje erger zijn gemaakt dan ze daadwerkelijk zijn, speelde een fundamenteel verschil van inzicht een rol. Dat ging zelfs zo ver dat de sp er door de vvd van werd beschuldigd de fraude in de zorg niet te willen aanpakken. De sp die fraude niet zou willen aanpakken? Natuurlijk wil die partij dat wel.

Zowel de vvd als de sp ziet in dat als je medici betaalt per handeling dit kan leiden tot onnodige handelingen of tot rekeningen voor handelingen die helemaal niet zijn verricht. De vvd, en deze partij niet alleen, wil daarom naar een betalingssysteem in de zorg waarin voor het kwalitatieve resultaat van een medisch traject wordt betaald. Een goed gesprek met een patiënt levert in een op outcome gestuurd systeem dan ook inkomsten op. Een dergelijk betalingssysteem ontwikkelen is niet gemakkelijk, maar dat is niet de reden waarom de sp tegen is. De sp wil dat medici in loondienst zijn, zodat ze sowieso niet in de verleiding kunnen komen om hun medisch handelen door geldgewin te laten sturen.

Waar zo’n debat dus lijkt te gaan over de aanpak van fraude in de zorg gaat het eigenlijk over het hele financieringssysteem in de zorg en de mate van marktprikkels daarin.

sgp-Kamerlid Kees van der Staaij bracht in dit debat een element in dat bij alle spook­dossiers een rol speelt en waarin hij in ieder geval gelooft: de neiging van de mens tot het kwaad. De politiek moet daar volgens hem ‘enig oog’ voor hebben. Wie gelooft in de menselijke geneigdheid tot het kwaad kan vooraf al rekening houden met spoken, was zijn les. U maar denken dat het in Den Haag over platte politiek gaat, maar eigenlijk gaat het over zoiets filosofisch als het mensbeeld. En over spoken.