Spookachtig mooi

Im Kreis der Trommeln, t/m 3 augustus; Change Machine, 7 t/m 17 augustus; Mecanicum 21 t/m 31 augustus, dagelijks van 12.00 tot 19.00 uur in De IJsbreker.
Muziek en eten zijn twee grootheden die elkaar moeilijk verdragen, zo lijkt het op het eerste gezicht. Maar de schijn bedriegt. De afgelopen jaren zijn de series lunchpauzeconcerten als paddestoelen uit de grond geschoten. In Amsterdam heb je naast de buitengewoon populaire concerten in het Concertgebouw de wekelijkse optredens in de Boekmanzaal van de Stopera, in de Rode Hoed en in tal van kerken en kleine podia. Wie dezer dagen op het terras van De IJsbreker een broodje nuttigt, kan zelfs ongevraagd op een concert getrakteerd worden. Onder de juiste omstandigheden - liefst wat zon - klinkt vanuit de bomen aan de Weesperzijde een subtiel orkest van krekels en aanverwante herrieschoppers. Het is een installatie van Harald Kubiczak. Singing in the Sun bestaat uit een grote hoeveelheid zonnepaneeltjes die in de boom zijn gemonteerd. Deze sensoren geven de zonnesterkte door aan een circuit van piëzo-elementjes die deze mediterrane klankwolk over de terrasgangers drijft.

Singing in the Sun maakt deel uit van een zestal installaties die gastcurator Paul Panhuysen deze zomer in De IJsbreker presenteert. De meeste installaties zijn al eerder te zien geweest in het Eindhovense Apollohuis, dat een half jaar geleden wegens gebrek aan overheidssteun gesloten moest worden. Het werk van Harald Kubiczak is representatief voor het soort kunst dat Panhuysen tentoonstelde. Niet alleen betrof dat per definitie een synthese tussen geluid en beeldende kunst, maar vooral een hoge mate van eenvoud en terloopsheid. Kunst die zich mengt met de natuurlijke omgeving of zelfs gebruik maakt van haar eigenschappen, zoals het zonlicht in het geval van Kubiczak.
En zo was eerder deze zomer Liquid Percussion van Trimpin in De IJsbreker te zien, waarbij waterdruppels (vanuit een langs het plafond geleid systeem) in een grote verzameling kruiken, vazen en potten druppelen. Een sprookjesachtig klankspel is het resultaat.
Op dit moment wordt de zaal binnen in beslag genomen door Im Kreis der Trommeln van Ulrich Eller. Alleen al de aanblik is schitterend. Als bloemen in een bloemperk staan veertig trommels met hun kopjes omhoog geheven. Een computerprogramma stuurt een (grond)toon door de trommels die (via een luidsprekertje) het vel in trilling brengt. Dit betekent dus dat de veertig trommels op eigen houtje staan te spelen. Soms solo, soms in een spectaculair tutti.
Het heeft altijd iets geheimzinnigs, instrumenten die zonder ingrijpen van buitenaf muziek voortbrengen. Denk maar een pianola. Of de moderne variant: de Midi-vleugel. De toetsen die zonder de aanwezigheid van mensenhanden op en neer bewegen roepen een spookachtige sfeer op. Eenzelfde fascinatie gaat uit van dit trommelorkest, dat ook een eigen wereld lijkt te vormen. Deze poëtische kracht wordt versterkt door de museale stilte en concentratie van de lege concertzaal. De muziek die het orkest voortbrengt, verandert als een kaleidoscoop van vorm en kleur. Losse kordate roffels, onverwachte snijdende klappen, subtiele trillertjes en angstaanjagend aanzwellende trommelgroepen - het orkest herbergt een klankspectrum dat loopt van de zachtste brom tot explosieve uitbarstingen. Al deze geluiden vormen telkens weer nieuwe patronen met elkaar.
Im Kreis der Trommeln wordt in augustus opgevolgd door respectievelijk Change Machine van Ad van Buuren en Mecanicum van Pierre Bastien, die met meccano een autonoom functionerend orkest van speelautomaten heeft gebouwd. Niet noodzakelijkerwijs lunchpauzeconcerten, maar niemand belet u het aangename met het smakelijke te verenigen.