27-02-2007

Spookminister

De bewindslieden Nebahat Albayrak (Justitie) en Ella Vogelaar (Integratie) erven meer van hun voorgangers dan een paar lastige dossiers. Of er nu lijken in de kast zitten of niet, er waart zeker een spook in hun wandelgangen.

AMSTERDAM – Onder wisselende titels heeft een spookminister afgelopen twee maanden IND-brieven gestuurd aan mensen die naturalisatie dan wel denaturalisatie boven het hoofd hangt. Enkele weken geleden meldde De Groene Amsterdammer in het hoofdcommentaar (‘Niet weg te branden’, 2 februari 2007) op basis van zo’n brief dat niet de voor de Immigratie en Naturalisatiedienst (ind) verantwoordelijke minister van Justitie over de deeldienst naturalisatie gaat, maar de ‘minister voor Integratie, Jeugdbescherming, Preventie en Reclassering’, een minister die pas sinds medio december 2006 bestond en vorige week weer is afgeschaft, de minister die bij de burgerlijke stand en het publiek beter bekend stond als Rita Verdonk. De ind was na de kabinetscrisis in december weliswaar overgegaan van Verdonk op Hirsch Ballin, maar dat gold niet voor het onderdeel naturalisatie. Naturalisatie werd namelijk beschouwd als het ‘sluitstuk op de inburgering’. Ergo: de verantwoordelijkheid van Verdonk. Opmerkelijk, zeker aangezien zowel in het werkveld als in de Tweede Kamer – die toch geacht wordt de minister te controleren – niemand van iets wist. Maar goed, waarom zou na jarenlange wantoestanden het vreemdelingenbeleid ineens wel vlekkeloos functioneren?

Er is inderdaad geen enkele reden om daarvan uit te gaan. En dus is er ook geen reden tot opwinding over een andere brief van de ind die dit weekblad onlangs in handen kreeg. De brief was begin februari gedateerd en ondertekend door niemand minder dan ‘de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie’. Wellicht ten overvloede: die minister bestaat dus niet meer sinds de kabinetscrisis van december 2006. Formeel zou het in de brief meegedeelde besluit daarmee wel eens niet rechtsgeldig kunnen zijn. Een spookminister kan immers geen beslissingen nemen.

Maar daarover moet vooral niemand kabaal maken. Beter is de spoken uit het verleden met rust te laten.