Sylvain Ephimenco

Spooktocht

Vanaf het prille begin van het verschijnsel heb ik heel wat bedenkingen gekoesterd ten aanzien van stille tochten. De eerste volkstocht vond plaats in Leeuwarden in september 1997 naar aanleiding van de dood van Meindert Tjoelker. Die tocht was onmiskenbaar een gemanipuleerde uiting van spontane angst. Georchestreerd en gedirigeerd door een gespierde overheid die er alle baat bij had de burgers eerst te laten bibberen om ze plooibaar te krijgen en ontvankelijk te maken voor het repressieve denken. De initiatiefnemer van de tocht was politiechef Bangma, Bangmaker schreef ik toen, en de ideoloog ervan de toenmalige burgmeester en schijncollectivist Apotheker die de dood van Tjoelker recupereerde om hem op het conto te schrijven van «het doorgeschoten individualisme». Een gotspe voor een toekomstige paarse bewindvoerder. De inburgering van de STTZG (stille tocht tegen zinloos geweld) in tal van andere Nederlandse steden werd vervolgens succesvol gerealiseerd. Met als culminerend punt die van Gorin chem in januari 1999. De moord op twee blanke meisjes door een Turk mondde uit in een ongekende manifestatie van massaliteit. Het vervoer van de stilletochters werd gratis via bussen, veerboten en treinen geregeld. Met talrijke live-uitzendingen, radioreportages en paginavolle teksten en foto’s dramatiseerden de media een gebeurtenis die op zich al dramatisch genoeg was.

Vanaf het jaar 2000 kregen we te maken met rampen en moesten de tochten niet alleen massaler worden maar ook van aard veranderen: van STTZG naar gewoon ST. Deze aanpassing was broodnodig, want zowel in het geval van Enschede als dat van Volendam was het zinloos geweld hier door de falende overheid gepleegd. Je kon dan moeilijk burgemeesters en wethouders, premier en ministers eventueel aangevuld met enkele dependances van het huis van Oranje tegen zichzelf laten marcheren. De stille tocht als schijnvertoning was een feit.

Maar sinds afgelopen weekeinde weet ik dat het nog erger kan. Maar dan omgekeerd. De stille tocht die men uit schaamte of desinteresse stil houdt. De tocht die niet mag tellen. De Untertocht. De mars in de marge. De spooktocht. Toen ik hoorde dat in Alkmaar drie dronken figuren een man die hun de weg had gevraagd vanaf een brug in het water hadden gegooid, hield ik mijn hart vast. De man verdronk. Daar gaan we weer, dacht ik. Bussen, treinen, waxinelichtjes, live-uitzendingen, Kok. Alex, Bangma. Ik viel op mijn knieën en bad: «O God Van Het Toeval, maak dat het niet om een ras-Alkmaarder ging die door drie Marokkaantjes met strafbladen en een gestolen scooter het water in werd gelazerd. Want dan is Nederland, in deze tijd van inhaalslag, veel te klein. Dan gaat die tocht in een razzia muteren.

Maar godzijdank ging het om een doodgewone neger die door een blanke Hollander zinloos was vermoord. Yunas Gudetta, een Eritrese van 26 jaar. Ja kom nou, voor een zwarte sloeber gaan we toch niet het hele arsenaal weer uitstallen. No plains, no trains. En ook geen gratis bussen, klokgelui, Bangma, live-uitzendingen en ernstige toespraken. Er kwamen niet meer dan 250 mensen op de stille tocht af. Voornamelijk Eritreërs. De volgende dag zocht ik in mijn landelijke kwaliteitskranten de uitvoerige reportages over deze STTZG van allochtone snit. Niets of bijna niets. Hier een foto met onderschift, daar een bericht van tachtig woorden. Meindert Tjoelker was al een moei lijke naam, maar Yunas Gudet ta is helemaal onuitspreekbaar. Stille tochten zijn de expressie van de Hollandse geest en cultuur. En dat moet zo blijven. Justitie heeft nu maar één doel: bewijzen dat het in Alkmaar niet om racisme maar om «baldadigheid» ging. Baldadigheid is het oudere woord voor zinloos geweld.