H.J.A. Hofland

Spoor van ruïnes

NEW YORK – In Bagdad werden vier jaar geleden de beelden van Hoessein omver getrokken, waarna het grote plunderen begon. ‘Stuff happens’, zei minister Rumsfeld toen. Nu hebben de volgelingen van de sjiïtische leider Moqtada al-Sadr in de heilige stad Najaf een grote demonstratie tegen de Amerikaanse bezetter gehouden. Dit wordt in Washington opgevat als een bewijs dat het al veel beter gaat met de democratie. Een nadelige bijkomstigheid is dat al-Sadr zich verbonden voelt met Iran, gevaarlijkste lid van de As van het Kwaad.

Om het democratiseringsproces verder te begeleiden zijn in februari 21.500 manschappen extra naar Bagdad gestuurd. ‘The surge’ wordt deze nieuwe krachtsinspanning genoemd. Verloven worden drastisch bekort, de strijdkrachten raken overspannen, de kwaliteit van het materieel gaat achteruit. Time brengt in zijn nummer van 16 april daarover een vernietigend artikel dat weer uitvoerig in de nieuwsprogramma’s van CNN en NBC is geciteerd. Een van de conclusies is dat het eerste militaire grondbeginsel van de VS in het gedrang is geraakt. De natie zou in staat moeten zijn drie oorlogen tegelijk te voeren. Nu blijkt dat één oorlog al te veel dreigt te worden. Binnenkort wordt er nog meer herdacht. Op tv zullen we weer zien hoe president Bush op 1 mei 2003 op het vliegdekschip Abraham Lincoln landde en in oorlogstenue het einde van de ‘major operations’ afkondigde. Nu woedt in Irak een burgeroorlog, heeft al-Qaeda er een ideaal operatieterrein gevonden en slaat het gewone geboefte zijn slag. Maar wat dan? Het land prijsgeven aan een genocide zoals die zich in Joegoslavië heeft voltrokken? Een eind maken aan de Amerikaanse invloed in de hele regio?

Nog een probleem dat deze regering niet kan oplossen: dat van de wapenleveranties aan de belangrijkste bondgenoot en olieleverancier Saoedi-Arabië. Israël heeft bezwaar gemaakt tegen een omvangrijke transactie. Washington is daarvoor ontvankelijk, zodat nu wordt geprobeerd dit vraagstuk voorlopig op de lange baan te schuiven. Dat is in dit geval misschien mogelijk, gezien de warme vriendschap tussen de familie Bush en het Saoedische vorstenhuis. Maar voor de Arabieren is het een bewijs temeer dat de buitenlandse politiek in de regio mede door Israël wordt ontworpen.

Langzaam dringt tot het Amerikaanse volk door dat het niet alleen in Irak, maar in het hele Midden-Oosten wordt aangegrijnsd door een catastrofale verwarring van historische omvang. Het besef breekt door dat deze regering met haar valse voorstellingen van zaken en loze beloften het land verder binnenleidt in een uitzichtloze situatie. In Amerika is zelfs geen overtuigende politieke wil meer, dat wil zeggen er is geen regering die, met een samenhangend beleid dat gesteund wordt door een solide meerderheid, naar een bereikbaar einddoel streeft. In Washington is onder dit presidentschap een machtsvacuüm ontstaan.

In deze chaos voelen alle partijen zich gelegitimeerd om een poging te doen hun eigen lijn te volgen. Het duidelijkste voorbeeld is Nancy Pelosi, Speaker of the House en de tweede in lijn voor de opvolging van de president als er een ongeluk zou gebeuren. Ze heeft een reis gemaakt naar het Midden-Oosten, wat op zichzelf niet meer dan verstandig is. Ze is ook op bezoek gegaan bij de Syrische president Assad, die ervan wordt verdacht de opstand in Irak, Hezbollah in Libanon en Hamas in Israël te steunen. Syrië herbergt ook tienduizenden vluchtelingen uit Irak, is in ieder geval partij in het grote drama. Allemaal goede redenen om eens persoonlijk te horen wat hij ervan vindt. Eerst heeft de president haar deze expeditie afgeraden, daarna is ze het doelwit geworden van een loeiende haatcampagne. Het is symptomatisch voor de wanorde. Volgens de begin deze week gepubliceerde uitslag van een peiling heeft nog dertien procent van het publiek vertrouwen in de politiek, en elf procent in de media.

Een voormalige Iraakse politicus die in het begin van de oorlog een rol heeft gespeeld, Ali Allawi, schreef een boek over wat zijn land door de bevrijding is overkomen. Hij heeft het over ‘de arrogantie en ongelooflijke onwetendheid’ der Amerikanen. Hij stelt een topconferentie voor over het Midden-Oosten, waaraan alle landen van de regio zullen deelnemen. Maar diplomatie is voor Bush taboe. De commentator van Time, Joe Klein, schrijft in het eerder genoemde nummer over de ‘historische ineenstorting van deze regering’. Hij besluit: ‘Ik heb geprobeerd mijn respect voor de man en de functie te bewaren. Maar de drie definiërende kwalen van de regering-Bush – arrogantie, onbekwaamheid, cynisme – zijn aangeboren. En het wordt steeds moeilijker je een voorstelling te maken van de aderlatingen onder het bewind van een leider die zo duidelijk niet in staat is te leiden.’ Na de ruïne van Irak ontdekken we nu die van de Amerikaanse politiek.