Lieven de Cauter, De oorsprongen of het boek der verbazing

Spoorzoeken

Een wit vel papier als een sterrenhemel in negatief bezaaid met zwarte punten waarvan sommige genummerd waren en als je die in volgorde met een lijn verbond tekende zich in die wirwar een patroon af, een figuur. Ik weet niet eens of het alleen maar een kinderspelletje was; in elk geval is het idee te gebruiken als beeld voor het boek dat ik hier wil signaleren.

Medium 9789020993035

Het eerste deel, De oorsprongen, van een trilogie met de titel ‘Het boek der verbazing’, bestaat uit korte bespiegelingen die in rotten van vijf over zeven hoofdstukken verdeeld zijn. De titels van de hoofdstukken en van de stukken, waarvan er nogal wat beginnen met 'oorsprong van…’ (van het wandelen, de muziek, het spel, de komedie het dandyisme, de oorlog, het communisme, het niets, de mystiek) zijn dan de coördinaten die wanneer de lezer ze als de losse punten op het papier met elkaar verbindt duidelijke patronen vertonen. Alleen al die indeling en de titels zijn een gebruiksaanwijzing die meteen duidelijk maakt dat het hier om meer dan alleen maar een bundeling van verspreide miniatuuressays gaat; zoals Nicolaas Matsier ooit aanduidde met zijn titel Het sluimerend systeem: niet direct bedoeld, toch aanwezig. Lieven de Cauter (1959) docent in Brussel, Leuven en Rotterdam, is zo'n auteur bij wie zelfs in gelegenheidsstukken een aantal vaste coördinaten meespeelt, zoals architectuur en de stad, de heterotopie en utopie, poëzie en vele dingen meer.

Er is een beschouwing met als titel Lof der polymanie dat een zelfportret van zijn manier van werken, kijken en denken is. Polymanie staat tegenover monomanie, 'echte manie is enthousiasme’; het zou 'de natuurlijke toestand van de filosoof’ (moeten) zijn. De polymaan staat open voor van alles en nog wat, maar anders dan bij de erudiet zit er systeem in zijn zigzaggende manier van zoeken en onderzoeken. De Cauter kan het naar aanleiding van een jubileum van een tante non over roeping hebben, door hem vergeleken met engagement; over de ontdekking van het landschap door de schilderkunst; over wandelen, met Petrarca als eerste wandelaar en het einde ervan in het fitnesscentrum. Het onuitputtelijke enthousiasme van de polymanie bestaat bij de gratie van de verbazing: 'Het is de verpletterende verbazing /over het bestaan van de dingen/ en hun afgrondelijke, onverklaarbare zijn/ dat nergens op slaat. En dat dit toch het mooiste is wat er bestaat./ Alleen al omdat er niets anders is.’ Ik citeer het slot, een samenvatting geschreven in dichtvorm, met als typerende titel 'Oorsprong van de mystiek. Een recept tegen gedweep’.

Ook dat is een vast punt: allergie voor grote woorden en bijbehorende sentimentaliteit: 'Alleen als je alle goedkope mystiek/ te vuur en te zwaard hebt bestreden/ - vooral in je eigen wereldbeeld, bedoel ik, begint het mystieke.’
'De commercie en de kitsch vinden niets uit, ze versterken alleen maar’, schrijft hij in het stuk Kleine kerstantropologie. Maar De Cauter, die ooit een groot boek over Walter Benjamin schreef, weet dankzij Benjamin dat het niets uithaalt om van bepaalde zaken te zeggen dat ze louter schijn en bedrieglijk zijn; ook haalt hij niet de truc uit om (de eigen gevoeligheid voor) kitsch salonfähig te maken door iets 'camp’ te noemen. Van kerstgebruiken, de kerstboom en Santa Claus, de terugkeer van Halloween uit Amerika naar Europa, het naturistenkamp spoort De Cauter de oorsprong op om vast te stellen dat daar het oorspronkelijke motief is te vinden - vaak een utopische droom - die onder de korst van slijtage en verbastering voort bestaat; vergeten, verdrongen, maar nog altijd levend. Zijn kleine kerstantropologie eindigt aldus: 'Kerstmis is uiteindelijk het enige kosmische ritueel dat ons rest. Daarom ook wordt het, terecht wellicht, bewaard op het “sterkwater” van de kitsch.’

Dezelfde geest ademt in het hoofdstuk Etnografie van het alledaagse het stuk 'Opkomst en verval van de spreuken’. Dialecten, streektaal, sociolect en idiolect hebben plaatsgemaakt voor 'verkavelingsvlaams’, een tussentaal, een verarming van het voor-individuele erfgoed. De Cauter blijkt een goede neus voor de nestgeur van woorden te hebben, en daarmee besnuffelt hij vroegere gezegden van zijn moeder bijvoorbeeld. Taal is toch al het middel bij uitstek om naar oorsprongen te zoeken en etymologieën, hoe onbetrouwbaar ook, 'wijzen wel de weg naar een diepgelegen verstaan van de wereld dat in de taal als in een overwoekerd archief ligt opgeslagen’. Zo openbaart de oorsprong van het woord 'oorlog’, verwant met ontbinding (van maatschappelijke banden en verbintenissen) en verwarring (warre) dat het aanvankelijk om een uitzonderingstoestand ging. In samenspraak met een vriend zoekt hij in woordenboeken de oorsprong van het woord komedie, de bevestiging van het idee dat de komedie uit de buitenwijken en de lagere cultuur stamt. Speculatiever is de oorsprong van God: alle klinkers achter elkaar gezet levert snel uitgesproken het woord Jahweh op. Het mag vrije associatie zijn; het is wel geestig. De oude betekenis van scholè als 'vrije tijd’ (buiten de economie), biedt gelegenheid om onder de titel 'het einde van de vakantie’ een denkbeeldige inaugurele rede te schrijven (bij zijn aanstelling als hoofddocent architectuur) waar hij erop wijst dat in de vercommercialiseerde universiteit voor academische vrijheid en kritisch denken weinig plaats meer is.

De charme van de bespiegelingen, die soms de allure van causerieën hebben, is dat grote bewegingen, hele geschiedenissen soms, in eenvoudige formules gevangen worden, bijvoorbeeld cultuur als compensatie en verbetering van de natuur. Door kleine dingen onder het vergrootglas te leggen. Uiteraard gaan gedachtegangen dan soms kort door de bocht, maar er zijn volgende om de ene gedachte in een andere toonsoort te verlengen. Het miniatuuressay moet het van de reeks - en in dit geval van 'het sluimerend systeem’ van coördinaten - hebben; dat heeft het gemeen met kort proza zoals het hier onlangs gesignaleerde kleinere werk van Cortázar en Lydia Davis. In het miniatuuressay - De Cauter gebruikt ook wel de term 'glosse’ - maakt de filosoof gebruik van literaire middelen, zoals omgekeerd de literator van het kleine essay gebruik maakt om explicieter met ideeën te spelen dan in een roman of poëzie.

Het boek van Lieven de Cauter zal men in de gewone boekhandel niet zo gauw vinden (bol.com voert de titel niet eens). Het kwam mij onder ogen dankzij een uitvoerige bespreking op de website www.dereactor.org. De reactor (platform voor literaire kritiek) plaatst regelmatig ruime recensies van Nederlandstalige literatuur; inderdaad ook opgezet ter compensatie van recensies die bijna overal steeds korter worden en het voornamelijk van de sterren moeten hebben.

LIEVEN DE CAUTER
DE OORSPRONGEN OF HET BOEK DER VERBAZING
Lannoo, 224 blz., € 24,95