Brusseprijs

Sporen van de waarheid

Liever dier dan mens van Pieter van Os overstijgt de beperkingen van vele vergelijkbare biografische en autobiografische werken over de oorlogsjaren.

Inwoners van het Kutno-getto bij Lodz, Polen, begin 1940. In 1942 werd iedereen naar vernietigingskamp Chelmno gebracht © Hugo Jaeger / Timepix / Life Picture Collection / Getty Images

Als de autobiografie van Mala Rivka Kizel was aangeboden als filmscript, dan had iedere producent of regisseur haar zonder twijfel beleefd maar resoluut afgewezen. Het levensverhaal van de hoogbejaarde Amstelveense, in 1926 geboren in de verdwenen wereld van het orthodoxe Poolse jodendom, grenst aan het onwaarschijnlijke. Als enige van haar familie wist zij aan de nazistische Endlösung te ontkomen, niet alleen door toeval en een flinke dosis geluk, maar bovenal door haar intuïtie, taalgevoel, veerkracht en opportunisme, op de vleugels van de charme die zij, als meisje en jonge vrouw, met blond haar en blauwe ogen, aan de dag wist te leggen.

Zes jaar lang grossiert Mala Kizel in identiteiten. Smokkelaarster in het getto van Warschau, joodse onderduikster bij katholieke Polen, geliefde Poolse pleegdochter in een gezin van overtuigde nazi’s in Duitsland. Haar grote liefde, een Duitse ingenieur in Maagdenburg, krijgt niet te horen wie zij is, ze slaagt er zelfs in de meest rabiate antisemieten te misleiden, een acht man tellende commissie van SS’ers die haar ‘raszuiverheid’ moeten vaststellen – als ‘Volksduitse’, welteverstaan. Hoe zou zo’n verhaal geloofwaardig in beeld kunnen worden gebracht?

Moed kan journalist Pieter van Os dan ook niet worden ontzegd – om een boek te schrijven op basis van zo’n autobiografie, Zo heb ik de oorlog overleefd, vele jaren later opgeschreven, met herinneringen waarin het wemelt van plaatsen en zaken die niet meer bestaan, bevolkt door mensen die zijn vermoord of verdwenen in de nevelen van de turbulente geschiedenis van Oost- en Midden-Europa. Maar misschien nog meer dan moed is het Van Os’ onwaarschijnlijke doorzettingsvermogen dat Liever dier dan mens maakt tot een werk dat de beperkingen van vele, vergelijkbare biografische en autobiografische werken over de oorlogsjaren overstijgt en om die reden bij verschijnen, vorig jaar, alom werd geprezen.

Het begint ermee dat Van Os oog heeft voor de broosheid van de herinneringen van Mala, zijn hoofdpersoon. Hij verwijt haar niet dat haar verhalen vaak niet of niet precies kloppen, maar accepteert de onwaarheden, vervormingen, toevoegingen en kleuringen – maar dan als vertrekpunt voor intensief historisch onderzoek. Sterker nog: zijn erkenning van de onbeperkte plasticiteit van het menselijk geheugen – onder verwijzing naar het werk van Douwe Draaisma – vormt een drijvende kracht in de reconstructie van Mala’s ogenschijnlijk onwaarschijnlijke overlevingsverhaal.

Van Os, die het boek schreef terwijl hij als Oost-Europa-correspondent voor NRC Handelsblad en De Groene Amsterdammer in Warschau woonde, bouwt zijn verhaal langs twee lijnen op. Aan de ene kant spit hij in archieven en oude kranten, voert hij gesprekken en bezoekt straten, steden en dorpen in Polen, Oekraïne, Tsjechië en Duitsland, op zoek naar betrouwbare ankerpunten in Mala’s levensverhaal. Aan de andere kant schetst hij met veel gevoel voor sfeer en detail de historische context waarin het leven van Mala zich afspeelde. Deze context verschaft haar verhaal zowel betrouwbaarheid als kleur en reliëf, zelfs al is de precieze toedracht van bepaalde gebeurtenissen niet altijd vast te stellen.

En zo loopt Van Os’ hervertelling van Mala’s overlevingsverhaal uit op een rijke en veelzijdige geschiedenis, die de lezer meevoert van de verwoeste wereld van het chassidische jodendom in Polen en de massale barbarij in wat Timothy Snyder ‘de bloedlanden’ heeft genoemd – Oost-Europa, decennialang vermalen tussen ideologische grootmachten – inclusief de grootscheepse etnische zuiveringen na 1945, naar de verdrijving van christelijke en islamitische Palestijnen bij de vestiging van de staat Israël in 1948. Mala was erbij, of dichtbij. En passant introduceert Van Os bovendien toonaangevende werken van historici als Snyder, Christopher Browning en Anna Bikont, en gaat hij in op actuele historische debatten.

In de herinneringscultuur hebben egodocumenten – memoires, brieven, dagboeken, autobiografieën – de laatste decennia een steeds prominentere plaats gekregen. Verschillende omstandigheden hebben aan deze ontwikkeling bijgedragen, te beginnen met de onmiskenbare democratisering van de geschiedenis, waarin ‘grote verhalen’ plaats hebben gemaakt voor de ervaringen van ‘gewone mensen’. Dat geldt a fortiori voor de slachtoffers van de oorlogen en andere rampen die de mensheid in de twintigste eeuw troffen, in het bijzonder de nazistische vernietigingspolitiek.

Van Os positioneert zich overtuigend in de 'memory wars' die Oost-Europa in hun greep houden

Bij dat laatste speelt nog iets anders mee. Egodocumenten, aldus de Hongaars-Amerikaanse schrijver en Nobelprijswinnaar Elie Wiesel – zelf overlevende van Auschwitz en Buchenwald – zijn niet alleen onmisbaar voor onze kennis en ons begrip van wat zich tijdens deze gruwelijke episode heeft afgespeeld, ze zijn ook te beschouwen als een antwoord op het streven van de nazi’s om de joden en andere als minderwaardig beschouwde groepen letterlijk en figuurlijk uit de geschiedenis te schrijven door alle sporen uit te wissen. Precies zoals de namen op fysieke en digitale monumenten de slachtoffers uit de anonimiteit halen, zo brengen de getuigenissen en andere egodocumenten hen in de herinnering tot leven.

Maar waar veel opgetekende verhalen betrekkelijk weinig toevoegen aan wat we allemaal al weten – en daarmee niet zelden min of meer inwisselbaar zijn – slaagt Van Os erin het levensverhaal van Mala Rivka Kizel op een volstrekt ander niveau te tillen. Het begint er al mee dat Liever dier dan mens – een titel ontleend aan een Pools gedicht dat Mala vaak declameerde – niet alleen gespeend is van al te veel vertoon van emoties, maar ook van misplaatste eerbied voor de herinneringen van de hoogbejaarde hoofdpersoon. Integendeel, in zijn poging het ‘waarheidsgehalte’ van die herinneringen vast te stellen, krijgt het boek het karakter van een detective, waarin alle mogelijke zijpaden worden afgegaan in de hoop bruikbare sporen van de waarheid te vinden.

Onderwijl wordt de verbeelding gevoed: in de tekst van Liever dier dan mens klinken niet alleen de echo’s door van literaire werken als Alles is verlicht van Jonathan Safran Foer en De geverfde vogel van Jerzy Kosinski, maar ook van de verslagen van de tijdgenoten, zoals Adam Czerniaków, de voorzitter van de Joodse Raad in Warschau, en de talloze medewerkers van Emanuel Ringelblum, de geestelijk vader van het geheime getto-archief Oneg Shabbat. Met ogenschijnlijk gemak weet Van Os ze te verweven in zijn verhaal.

Liever dier dan mens werpt ook een helder, om niet te zeggen schril licht op de aanhoudende politieke conflicten over het verleden in Oost-Europa. Of het nu gaat om Polen, Hongarije, Rusland, de Baltische staten of Oekraïne – in elk van deze landen wordt krampachtig geprobeerd het verleden te persen in een nationalistisch keurslijf. Zo is er in Rusland geen plaats voor de agressie van de Sovjet-Unie tegen haar buurlanden, volgend op het verdrag tussen Hitler en Stalin in augustus 1939, zo min als Hongarije en Oekraïne iets willen weten van de massale collaboratie van nationalistische groeperingen met de nazi’s, niet alleen in woord, maar vooral in daad, onder meer in de massale moordcampagnes tegen de eigen joodse bevolking.

Zo demonteert Van Os de onhoudbare aanspraken van de huidige rechts-conservatieve Poolse regering, die iedere verantwoordelijkheid van Poolse burgers en instanties voor de massamoord op hun joodse landgenoten in de jaren 1939-1945 ontkent en zelfs strafbaar heeft gesteld. Aan de hand van talloze ontluisterende gebeurtenissen laat Van Os zien hoe het virulente, door religie en nationalisme gevoede antisemitisme, wortelend in bijgeloof en overgeleverde complottheorieën en aangewakkerd door materieel eigenbelang in Polen en aangrenzende landen een vruchtbare bodem creëerde voor grof geweld, roof en verraad – niet alleen tijdens, maar zelfs ná de Tweede Wereldoorlog.

Daarmee positioneert Van Os zich overtuigend in de memory wars die Oost-Europa in hun greep houden, zonder te vervallen in simplistische politieke schema’s. Hij laat – zogezegd – ‘de bronnen spreken’ en doet dat met een sterk ontwikkeld gevoel voor historische verhoudingen. Heilige huisjes worden niet ontzien, of ze nu in Polen, Oekraïne of Israël staan. In dat opzicht doet Liever dier dan mens denken aan het imponerende Museum van de Tweede Wereldoorlog in Gdansk, dat in 2018 werd geopend en vrijwel onmiddellijk onder vuur kwam te liggen van de nationalistische Poolse regering. Het museum oriënteert zich, precies als Van Os, op Bloedlanden, het sleutelwerk van Timothy Snyder, waarin een onbarmhartig beeld wordt geschetst van de alles verzengende, bloedige geschiedenis van Oost-Europa in de twintigste eeuw, waarin miljoenen burgers werden geknecht, uitgehongerd, geterroriseerd, verdreven en uitgemoord.

Precies dat is het beeld dat beklijft na lezing van Liever dier dan mens, oftewel: Van Os heeft Mala’s memoires weten te transformeren tot een meeslepende biografische vertaling van Bloedlanden. Een prestatie van formaat.

De Brusseprijs

Vijf auteurs zijn genomineerd voor de Brusseprijs, de jaarlijkse prijs voor het beste journalistieke boek, waarvoor bijna tweehonderd boeken werden ingestuurd. Van de invloed van digitale techniek tot aan migratieproblematiek – de jury zag alle actuele maat-schappelijke kwesties terugkomen in vaak persoonlijk vertelde verhalen. _ Het is oorlog maar niemand die het ziet _ van Huib Modderkolk en _ Het grote gevecht _ van Jeroen Smit werden al eerder besproken; de recensies zijn terug te lezen op de site. Op de volgende pagina’s vindt u besprekingen van _ Liever dier dan mens _ van Pieter van Os, _ Het vergeten volk _ van Brenda Stoter Boscolo en _ De vreemdeling in de tuin _ van Ivo van Woerden.