Commentaar: NS

Sporen van Oost-Indische doofheid

Wanneer minister Netelenbos straks vanwege de problemen bij de Nederlandse Spoorwegen door de Tweede Kamer van haar werkbezoek in Peking wordt teruggeroepen, krijgt ze het er nog moeilijk mee de Chinezen uit te leggen wat er aan de hand is in Nederland. Nu de schijnbaar laatste kans het arbeidsconflict in overleg op te lossen om zeep is, zijn directie, personeel, en treinreizigers weer terug bij af, dat wil zeggen: terug bij stakingsdreigingen van werknemers tegen een maat regel die de directie tot nog toe tegen geen prijs bereid was in te trekken.

De NS-directie acht het zogeheten rondje rond de kerk absoluut noodzakelijk om vertragingen terug te dringen. Binnen de personeelscollectieven heerst, behalve de vrees voor saai werk, het geloof dat de maatregel op den duur uitpakt als een bezuinigingsmaatregel. Inmiddels wordt de loop van het conflict beheerst door wantrouwen en machts- en prestige dwang.

Vorige week wees de NS-directie het voorstel af van de commissie Blankert-Stekelenburg om de invoering van het rondje rond de kerk uit te stellen. Daarop gaven de voormalige kampioenen van het poldermodel hun opdracht terug. De in een kort geding geponeerde eis van de cnv-bedrijvenbond om de gewraakte maatregel op de lange baan te schuiven werd evenmin gehonoreerd: de rechter wees de vordering af. En dus staat volgende week bij de NS weer gans het raderwerk stil.

Het is alsof er nooit een bemiddelingspoging heeft plaats gevonden. Gedurende het hele conflict en ook tijdens de missie van Blankert en Stekelenburg hebben directie en personeel een mentale afstand tot elkaar behouden, vergelijkbaar met de afstand in kilometers tussen Peking en Den Haag. Uit het voorstel van de NS-directie en de kamerfracties van VVD, D66 en CDA een arbitragecommissie in te stellen die «nut en noodzaak» van de proces vereen voudiging moet onderzoeken en bindend moet vaststellen of het plan doorgevoerd kan worden, blijkt een chronische Oost-Indische doofheid voor de bezwaren van het personeel. Pas als de procesvereenvoudiging helemaal géén «nut en noodzaak» blijkt te hebben, wil de NS-directie haar plannen intrekken. Daarmee voorbij gaand aan het feit dat het nut gedeeltelijk valt te bewijzen, maar dat de belangrijkste bezwaren van het personeel zich daar nu eenmaal niet op richten. De NS-directie wil kortom advies van buiten, maar alleen advies dat haar bevalt.