Sporen van roem

DE DORST NAAR naar roem is van alle tijden, evenals de neiging om anderen tot voorbeeld te nemen of te stellen. Daarover schreef Willem Frijhoff, hoogleraar geschiedenis aan de Vrije Universiteit, het boek Heiligen, idolen, iconen, dat afgelopen week verscheen. Frijhoff laat zien dat in de loop der tijden de relatie van mensen tot hun voorbeeld is veranderd. In plaats van een collectieve band willen mensen nu een persoonlijke band met hun idool.

Frijhoff: ‘Vroeger ging het bij heiligheid bijvoorbeeld om abstracte deugden, die op een triomfantelijke, theatrale manier aan de mensen werden voorgehouden. In barokkerken zie je geweldige schilderingen waar ieder persoonlijk element in ontbreekt. Tegenwoordig is heiligheid iets waar mensen zich in willen kunnen verplaatsen, waar mensen iets van zichzelf in willen herkennen.’
Is roem tegenwoordig een soapgeschiedenis?
'Beroemdheid wordt inderdaad vaak gereduceerd tot een soort soapverhaal. Maar zodra je alle details van een beroemdheid kent, is hij niet aantrekkelijk meer, niet interessant meer. Je moet het leven van een beroemdheid terugbrengen tot een aantal handelingen die tot de verbeelding van mensen spreken, alleen dan werkt het. Voor roem moet je iets excessiefs hebben. Dat was vroeger niet anders. Je werd heilig door dertig jaar te vasten of de lucht in te zweven na een gebed. Excessen doen een appèl op mensen, als iemand tegen de normale orde ingaat, daagt dat uit om stelling te nemen.’
MENSEN MAKEN vaak hun eigen heiligen, meent Frijhoff. De icoon van linkse revolutionaire strijd, Che Guevara, wordt op sommige plaatsen in Bolivia aanbeden als 'San Ernesto’. Ook bij voetballers als Pele, Romario en Johan Cruijff komt de verering soms in de buurt van vergoddelijking. Als mensen een idool gaan aanbidden, wordt de grens met heiligheid onduidelijk.
'Bij Lady Diana zit je een beetje op de grens. Ze is een idool, maar door veel mensen wordt zij als een moderne heilige gezien die staat voor bepaalde waarden. Daartoe worden wel eerst een aantal dingen uit haar leven verdonkeremaand die niet te verdedigen zijn. Iemand die zeker heilig zal worden verklaard, is Moeder Theresa. Zij staat boven de kerken en haar manier van leven wordt bijna universeel als voorbeeldig beschouwd.’
Moeder Theresa belichaamt waarden waar de katholieke kerk eeuwenlang haar vrouwelijke heiligen op selecteerde, waarden als teruggetrokkenheid en zorgzaamheid. Moderne roem is voor vrouwen duidelijk anders.
'Als je nagaat welke vrouwen nog bekend zijn uit de zestiende of zeventiende eeuw, kom je uit bij een paar maîtresses van koningen, enkele beroemde schrijfsters en een paar emblematische figuren zoals Kenau Hasselaar. In het panorama van beroemdheid in de zeventiende eeuw komt de vrouw verder niet voor. Dat is nu totaal anders. Het emancipatieproces heeft ervoor gezorgd dat vrouwen ook beroemd mogen zijn.
Een groot verschil met vroeger is dat we zaken op het publieke plan hebben geplaatst die daar vroeger niet werden geduld. Eén daarvan is seksuele uitstraling, die tegenwoordig tot het vaste repertoire van roem hoort. Maar schoonheid heeft als nadeel dat ze verlept of verdwijnt. Alleen wanneer schoonheid mythische proporties aanneemt, beklijft ze. Van Cleopatra weet niemand hoe ze eruit heeft gezien, maar de mythe van haar schoonheid sterft niet uit. Schoonheid is echter maar één element, en ook voor vrouwelijke idolen niet eens een vereiste - denk maar aan de voormalige Britse premier.’
VEEL IDOLEN in onze cultuur komen rechtstreeks uit de Amerikaanse. Is dat een soort cultureel imperialisme?
'Zeker. Vroeger was Nederland georiënteerd op Frankrijk, Duitsland en Engeland. Nu is de oriëntatie op Amerika. Maar dat zal eens veranderen. Amerika is al een tijdje op zijn retour en ik zie persoonlijk de fascinatie voor Amerika afnemen in Nederland. Het is een verschrikkelijk conservatief en puriteins land aan het worden en dat is in strijd met onze cultuur. Amerika redt het alleen nog omdat het zo'n enorme massacultuur heeft. Het grote voordeel van Amerika is dat het uit dezelfde beschavingskring voortkomt als Nederland. Wij zullen ons niet snel gaan richten op India. Tenzij de meerderheid van het Nederlandse volk uit India gaat komen, maar dat is een ander verhaal.’
In uw boek gaat het ook over de wetenschappelijke wereld. U schrijft dat academische ijdelheid maar al te vaak angst voor het ambacht maskeert. Is dat echt zo?
'Ja, dat vrees ik wel. Ik heb twee jaar geleden bij mijn vertrek uit Rotterdam een rede gehouden over academische eer en wetenschappelijke reputatie, naar aanleiding van de plagiaatgevallen van toen. Ik denk dat ijdelheid een risico inhoudt voor zuiver academisch werken. Roem is gevaarlijk in de wetenschap.’
En in de politiek?
'Nog gevaarlijker. Roem krijg je alleen als je scoort. En scoren betekent dat je dingen versimpelt om ze aan het publiek duidelijk te maken. Maar als je in de politiek dingen versimpelt, werkt dat alleen op de korte termijn, niet op de lange. Ik denk echter dat het onvermijdelijk is. Zonder erkenning kun je niet voldoende politieke macht krijgen om dingen door te drukken. Het is dus schipperen tussen twee gevaren door.’
Is een democratie in dat opzicht gevaarlijker dan een autocratie?
'Dat denk ik wel. Als je naar vroegere koninkrijken kijkt, zie je dat de koning weliswaar veel te zeggen had en alle roem naar zich toe trok, maar hij werd altijd in bedwang gehouden door een raad van edelen. Als hij zijn boekje te buiten ging, liep het mis. De koning van Engeland is rond 1650 om die reden onthoofd. In een democratie heb je die rem veel minder. Alles wordt in de publieke ruimte gegooid, daar wordt het uitgevochten. En dat verleidt tot polarisering en versimpeling. Ook in een democratie als Nederland, waar men zogenaamd alles in overleg doet. Je ziet dat bij zowel Kok als Bolkestein. Die moeten in toom worden gehouden door mensen die zeggen: “Het is toch wat ingewikkelder dan meneer Kok of Bolkestein zegt.”’
EEN HEEL ANDER soort roem is die van kunstenaars. Ze lijken minder berekenend dan wetenschappers of politici. Ze maken wat ze willen, of dat nu roem oplevert of niet.
'Een kunstenaar is bekend door wat hij tot stand brengt. Hij bestaat niet buiten zijn werk om. Buiten hun kunst zijn kunstenaars vaak niet interessant. Rembrandt was een vervelende, arrogante bal, over Picasso kun je je twijfels hebben, en de omgang met Van Gogh was ook geen onverdeeld genoegen.
De roem van kunstenaars is bovendien niet gebonden aan hun tijd van leven. Dat onderstreept dat het niet om persoonsgebonden roem gaat maar om roem die aan het werk gebonden is. Maar ook die roem kent hoogte- en dieptepunten. Rembrandt was in zijn tijd redelijk beroemd, maar ging daarna door een soort vagevuur, totdat hij in de negentiende eeuw in het buitenland werd herontdekt. Bij Van Gogh speelt hetzelfde. De prijzen van zijn schilderijen hebben vooral met zijn roem te maken, want de kwaliteit blijft hetzelfde. Als je een Van Gogh hebt hangen, heb je deel aan zijn roem.
Iedereen heeft de behoefte om zichzelf te laten voortleven. Of het nu in je kinderen is, in kunstwerken, in boeken of in de politieke geschiedenis. Het is denk ik een van de oerdriften van de mens. Je wilt jezelf ergens in verwerkelijkt zien, een spoor nalaten van jezelf. Dat kan ook als teruggetrokken figuur. Veel heiligen uit de Middeleeuwen leefden totaal afgezonderd. Maar ook bij hen zie je nooit dat zij zich integraal wegcijferen, dat hoort niet bij de mens.’
GESCHIEDENIS LIJKT lijkt een verzameling feiten en personen die om redelijk objectieve redenen belangrijk worden gevonden, maar dat is volgens Frijhoff onjuist. In de Middeleeuwen bestond bijvoorbeeld de traditie van de Negen Besten. De verzameling bestond uit drie heidenen: Hector, Alexander de Grote en Julius Caesar; drie joden: Jozua, David en Judas Maccabeüs; en drie christenen: Koning Arthur, Karel de Grote en Godfried van Bouillon. Grote namen, maar waarom bijvoorbeeld Hector wel en Achilles niet?
'Het heeft’, meent Frijhoff, 'te maken met de verhaaltraditie en die is tamelijk willekeurig. Waarom zou Troje, waar Homerus over schrijft, wel beroemd zijn en Thebe veel minder? Bertolt Brecht heeft geprobeerd Thebe weer naar voren te schuiven, maar Thebe zal nooit zo beroemd worden als Troje.
Om in de geschiedboeken terecht te komen, moet je de wereld iets nalaten. Julius Caesar is bekend omdat hij op allerlei manieren met Europese landen in contact is geweest en als veldheer grote roem behaalde. Maar waarom Caesar zo veel groter is dan typisch Romeinse helden als Mucius Scaevola, heeft vooral te maken met de sporen die hij naliet, in zijn boeken bijvoorbeeld. Dan vinden mensen je terug en kan er een verhaal over je verteld worden. Een deel van de roem krijg je door daar zelf voor te zorgen.’
Dat gaat tegenwoordig wel erg ver. Zoals bij mensen die zich voor miljoenen kijkers voor gek laten zetten als ze maar gezien worden.
'Vroeger was dat ondenkbaar. Als je een eeuw geleden raar deed, werd je meteen voor de rechter gesleept omdat je iets had gedaan dat niet door de beugel kon. Die sanctie van het recht en van de publieke opinie is er nauwelijks meer. Als ik een programma als dat van Jerry Springer zie, sta ik er verbaasd over dat mensen zich zo te kijk zetten.
Roem had vroeger veel meer met eer te maken. Dat betekende ook dat je je niet kon permitteren dingen te doen die niet door de beugel konden. Dat is veranderd. Zie wat er met Clinton gebeurt. Hij heeft een levensstijl die aansluit bij wat koningen vroeger ook deden. Maar vroeger deden koningen dat buiten het publieke circuit om. Nu wordt het allemaal geïntegreerd.
Het probleem van roem is integraal veranderd. Je kunt nu beroemd zijn door slecht te zijn. Dat was in vroeger tijden ondenkbaar. Het verschil tussen beroemd en berucht is aan het verdwijnen. “Berucht” is een categorie die ik nauwelijks meer hoor. Tenzij het over gruwelen als genocide gaat. Maar zelfs van iemand als Pinochet vraag ik me af hoeveel mensen hem “berucht” zouden noemen. En neem iemand als Mao Tse-toeng. Aanvankelijk liepen er veel mensen achter hem aan, ook in het Westen. Naderhand is hij van zijn voetstuk gevallen. Toch is het alsof zijn gruwelen er niet zo veel toe doen. Hij blijft beroemd. Berucht is nu gewoon beroemd.’