Sport

Sport

Smeerpoetsie

Het is u misschien ontgaan, maar in de wedstrijd van Italië tegen de Verenigde Staten plantte de Italiaan Daniele de Rossi bij een kopduel zijn elleboog vol in het gezicht van Brian McBride. Een rode kaart volgde.

Natuurlijk is dat u niet ontgaan.

Net zo opmerkelijk als De Rossi’s overtreding zelf, was de golf van verontwaardiging die vervolgens losbrak. De hele wereld sprong er bovenop. De beelden werden verlekkerd eindeloos herhaald: de sprong, de stoot, het bloedende gezicht van McBride, de van-niets-weten-gebaren van De Rossi – en luidkeels eiste men dat minstens een jaar schorsing.

Dit is tekenend voor de mentaliteit die overheerst op dit WK: laten we vooral vriendelijk blijven tegen elkaar. Misschien verandert dat na de eerste ronde, maar tot nu toe overheersen het fatsoen, de beleefdheid en een nee-na-u-gaat-u-vooral-voor-houding.

Die elleboog van De Rossi was een opluchting. Eindelijk weer eens strijd van het manlijke type.

Als sport emotie is, dan willen we ook alle emoties. En agressie is ook een emotie. Vraag maar aan gevoelsmens Mike Tyson.

Zonder meteen van «mietjessport» te spreken, of van «meidenvoetbal», moet je toch concluderen dat het voetbal op dit WK van een ander soort is dan het ouderwetse mannenvoetbal waar we groot mee zijn geworden. Denken we even terug aan het WK van 1974, met die heerlijke wedstrijd van Nederland tegen Brazilië, waar de stukken van af vlogen – een wedstrijd die als een van de mooiste WK-wedstrijden ooit wordt beschouwd. We herinneren ons Johan Neeskens, en we zien gebroken neuzen, open benen, bloedende hoofdwonden. In een interview dacht de Nees weemoedig terug aan die avond: «Pereira schopte mij tegen de vlakte. Lieve gozer, met de oud-internationals kwam ik hem nog wel tegen, maar die dag zag hij helemaal rood. Geeft niet, wij ook. Ze raakten geïrriteerd omdat wij hen opjoegen. Dat zijn ze niet gewend. Het was een harde wedstrijd, want wij liepen ook te schoppen. Krol, Suurbier, Jansen, ikzelf. Cruijff niet? Jôh ga weg, Johan was ook een smeerpoetsie. Altijd die elleboog in het duel of op de enkels. Het voetbal was gemener. Als er zo veel camera’s hadden gehangen als nu, waren we met zes man overgebleven.»

Denken we terug aan 1978, toen in de finale Argentinië alles deed om Nederland te intimideren, na een toernooi lang het smerigste voetbal te hebben laten zien.

Lekkere wedstrijden, op het snerpst van de schede, met overtredingen van het manlijke type.

Kom daar nog maar eens om. Zelfs de Zuid-Amerikaanse landen gedragen zich netjes. Vergelijk dat eens met 1978, toen Peru, Chili en Argentinië meer kaarten kregen dan ze spelers hadden.

En de Zuid-Europese landen, met dat temperament dat altijd garant stond voor achterbaksheid, geniepigheid, gemeenheid en intimidatie. Tijdrekken, fopduiken – alles deden ze om de tegenstander te ontregelen. Zelfs dat gebeurt niet meer. De Italianen, toch irritant bij uitstek, bestoken de tegenstander door wie ze net zijn neergehaald met een glimlach in plaats van een kneep in de ballen.

In plaats van stevige, manlijke overtredingen zien we veel kleine, lullige overtredingen. Daarin is het Nederlands elftal inmiddels een grootmeester geworden. Het leidt tot irritante wedstrijden, die voortdurend worden stilgelegd na de zoveelste kleine overtreding. Niet erg genoeg voor een gele kaart, net erg genoeg voor een vrije trap. Een soort polderovertreding.

Ja, de passie is er een beetje af.