Sport

Sport

Partij

Je zag het aankomen, maar dat maakt het niet minder ernstig. Maar de wereld verandert nu eenmaal, en klagen en mopperen over al die vooruitgang heeft iets van het protesteren door verontruste boeren toen de eerste trein door Nederland reed en de koeien zo deed schrikken dat ze prompt zure melk gaven. Dus we gaan gewoon mee, vooruit dan maar.

Het laatste bastion van de Hollandse gezelschapssport moet eraan geloven. De grootste amateursport van het land. Het oerdegelijkste spel.

Korfbal. De sport waarbij het veld in drie vakken is verdeeld, en de spelers in groepjes van twee. Waarbij de verdediger de aanvaller niet uit het oog verliest, sterker nog, hem of haar – korfbal is gemengd! – geen meter ruimte geeft, nooit. Zonder naar de eigen korf te kijken bijt de verdediger zich vast in de opponent. In het middenvak roepen ze, als ze de bal willen afspelen naar een van hun aanvalsvakspelers: «Partij!»

Die sport dus gaat veranderen. De twee hoofdklassen zijn vervangen door een Korfbal League, met tien ploegen. En de spelregels worden ingrijpend gewijzigd.

De korfballers hebben ook een bond, en die bond heeft een coördinator. Ben Crum ziet in de voorgestelde veranderingen een goede kans om zijn sport «naar een hoger niveau te tillen».

Een van de vernieuwingen is de invoering van de schotklok: een aanval mag niet langer duren dan 25 seconden. Binnen die tijd moet er een doelpoging zijn gedaan.

Zondag bleek het gevolg: topschutters voelden zich, met de tikkende klok in hun nek, gedwon gen te schieten. Schlemiel van de week was Dos-speler Peter Tiekink, het «kanon van Enschede». Deze normaal feilloze schutter deed achttien keer een doelpoging en scoorde niet één keer.

Nul uit achttien.

De klok moet, zo wil de bond, «de aantrekkingskracht van het korfbal verhogen». De aantrekkingskracht van het korfbal – een contradictio in terminis van heb ik jou daar. Korfbal hoeft geen verhoogde aantrekkingskracht. Dat is juist het mooie van korfbal: dat het niet aantrekkelijk is. Dat de spelers als Siamese idioten door een nutteloos vak sjokken en proberen de bal met een gemankeerde werp beweging in de korf te krijgen (bij mij op school zaten meisjes die lid waren van de korfbalclub DKOD, De Korf Ons Doel. En de vriend van mijn zusje was een vooraanstaand korfballer bij DVO, Door Vrienden Opgericht).

De bedoeling is om binnen een jaar of tien net zoveel mensen warm te krijgen voor korfbal als voor pakweg voetbal.

Men ziet een stampvolle arena voor zich, vol juichende en joelende mensen voor de interland Nederland-België, want dat is eigenlijk de enige interessante wedstrijd in internationaal opzicht. Want de wereldtop bestaat al sinds de oerknal uit Nederland en België. Dat heeft toch wel iets.

In deze tijd van niet zozeer een identiteitscrisis als wel een crisis-identiteit is het riskant om aan het korfbal te zitten.

In tijden van collectieve malaise kan Nederland altijd terugvallen op het korfbal, waar we altijd wereldkampioen in worden.

Als er dringend behoefte is aan nationale eigenwaarde, is daar altijd het vertrouwde, ouderwetse korfbal. Maar nee. Crum: «Korfbal moet spektakel bieden. We mogen niet achterblijven bij de andere amateursporten.»

De volgende regel die wordt opgeheven is de regel die verdedigend schieten verbiedt. Dat is het einde van het korfbal as we know it.

Partij!