Sport

Sport

Swift Skin

Eigenlijk is het natuurlijk schitterend: schaatsers die een kampioenschap verprutsen omdat hun pak niet goed is. Of omdat ze denken dat hun pak niet goed is. Op het EK in Hamar vergooiden de Nederlandse allroundschaatsers hun kansen op een podiumplaats door een slechte 500 me ter te rijden, veel slechter dan iedereen had verwacht, ook zijzelf. En het leek alsof ze het niet begrepen.

De Telegraaf schrijft onder een foto: «Carl Verheijen snapt er niets van. Hij ziet zijn tijd op de 500 meter en die valt hem flink tegen. Zou het iets met zijn nieuwe pak te maken hebben?»

Een klucht, noemde men het, maar het is doodserieus. Het zegt alles over de moderne topsport.

In zijn niet-aflatende strijd tegen de Elementen – wat sport is – probeert de mens alle factoren te optimaliseren die hij kan optimaliseren. Door het manipuleren van de elementen en de omstandigheden wil hij de voorwaarden creëren voor een optimale prestatie.

Hij wil alles controleren en beheersen.

En in de afgelopen decennia hebben we gezien: hoe beter de mens de boel controleert en beheerst, hoe beter de prestaties.

Sporten is weerstand overwinnen, in vele vormen. Lucht, aarde, water, vuur. Een glad pak, weer een seconde sneller. Een plastic stripje op de kop: weer een paar tienden. De klapschaats: een revolutie die de rijders misschien tegen de tien procent harder doet rijden. Aërodynamische handschoenen: zeker een paar honderdsten. In de bocht de rechterarm als een zeis bewegen (Grødum): wellicht een tiende per rondje, tel maar op.

En nu was er het Pak. Het nieuwe pak, de Swift Skin. Het oude pak, zeiden de schaatsers, was fijn. Het zat perfect, in die zin dat het niet perfect zat. Als je uiteindelijk de cap over je hoofd trok, zat alles te strak om het lichaam. Alsof er vanuit je kruis aan je getrokken werd, en je bijna in tweeën werd gespleten. Daardoor werd de schaatser automatisch in de «schaatshouding» getrokken.

De Swift Skin is elastischer en losser en heeft dat allemaal niet. En het levert tijdwinst op.

Als ze je wijsmaken dat je met het nieuwe Swift Skin-pak zeker 0,3 seconde sneller zult gaan op de 500 meter, geloof je dat. Je rekent er bijna op. En vergeet wellicht dat je toch hard zult moeten schaatsen.

Verheijen en de anderen dachten: nieuw pak, 0,3 seconde gewonnen, eat this, Eskil Ervik! Verder alles onder controle: overdekte baan, geen tegenwind. Luchtdruk goed. IJskwaliteit goed.

En dan toch slecht rijden.

Hè, toch iets vergeten. Want je moet niet alleen een heel snel pak dragen, je moet zelf ook heel snel zijn. En in vorm. En willen winnen.

Daar ging het mis. De vorm was er – nog – niet. De Nederlanders waren/zijn helemaal niet zo goed als ze dachten. De tegenstanders waren sterker dan werd vermoed.

Ab Krook, een wijs man, zei: «Feit is dat er tegenvallend is gepres teerd. Dat kan aan de pakken liggen, maar ook aan de voorbereiding en de vorm.»

Pech voor Nike ook. Precies op het verkeerde moment dat vermaledijde pak geïntroduceerd. Want met de Swift Skin is niets mis. Maar niemand wil het nog dragen, in wat voor omstandigheden ook.

Het Pak laat zien dat controle en beheersing van externe factoren een beperkte reikwijdte hebben. En dat het onmogelijk is één specifiek element te controleren en te beheersen: de menselijke geest. Want de Swift Skin trekt de schaatser op een andere plaats in een kramp: tussen de oren.

Misschien kunnen de zwemmers er nog iets mee, of de wielrenners, of de handballers, of de schakers, met de Swift Skin.