Sport

Sport

Pap

«Ajax is moe, doodmoe» volgens Het Parool. «Krachten vloeien weg» vindt De Telegraaf.

«Bleek Ajax maakt vermoeide indruk» meent de Volkskrant.

«Ajax verlamt na kwartier» oordeelt het AD.

De thuiswedstrijd tegen het altijd stugge NAC (1-1) was het laatste stapje naar de ultieme vermoeidheid. Uitgeput zijn ze, de jongens van Ajax.

Ze hebben sinds het begin van het seizoen, augustus 2005, al dertig wedstrijden gespeeld in de competitie, drie in de beker en acht in de Champions League. Tel daar nog eens bij op de elf vriendschappelijke wedstrijden in juli 2005 (DWV-Ajax 0-7; Rijnsburgse Boys-Ajax 0-12) en de strijd om de Johan Cruijff-schaal in augustus en je begrijpt waarom Ajax moe is.

Trainer Danny Blind na de wedstrijd: «Krachten beginnen weg te vloeien. Te veel jongens zaten er doorheen.»

(In Engeland speelt een gemiddelde club zeker vijftig wedstrijden per seizoen, een topclub als Manchester United kan de zeventig halen.)

Topvoetbal is zwaar, daar heeft een gewoon mens geen weet van. Vooral bij Ajax.

Er zijn redenen genoeg: er is te hard getraind in de zomer, om de lucratieve Champions League te halen. Er was geen winterstop. Veel blessures. Fysieke slijtage. Slechte resultaten: ook geestelijk is Ajax vermoeid. Pap in de benen, pap tussen de oren.

We herinneren ons het vertrek van trainer Ronald Koeman, een jaar geleden, na de dramatische nederlaag tegen Auxerre. Hij sloot drie jaar en drie maanden coachen af met de omineuze woorden: «Ik ben moe, ik ben op.» Hij schijnt dat te hebben gezegd op een «vermoeide» toon.

Misschien begint het al in de jeugd. Jonge talenten als Urby «et Orby» Emanuelson en Hedwiges Maduro zijn ook al vaak moe. In een interview legde Emanuelson uit waarom hij na een goede eerste seizoenshelft inmiddels op de bank is beland: «De wedstrijden voor de winterstop heb ik goed gepresteerd. Maar de trainer heeft aangegeven dat hij mijn speelminuten gaat opbouwen. Hij neemt me in bescherming, zodat ik niet te vermoeid raak.» Ja, stel je voor.

Eten ze wel goed, die jongens? Ligt het aan hun generatie? De «patatgeneratie» van Leo Beenhakker – bekend van zijn herhaalde uitspraak «Ik word hier zo moe van» – was van gewapend beton in vergelijking met de huidige lichting sterren.

Of ligt het aan de Arena, het stadion van Ajax? Niet voor niets trekt elke grasmat na een tijdje krom. Er zit iets in het water. Of in de lucht. Of in het beton. In het dak. Of er zijn aardstralen. Bad vibes. Buitenaardse virussen en onbekende bacteriën. Danny Blind is de laatste maanden snel opvallend veel kaler geworden.

Wíj hebben het gedaan. Ajax is doodmoe, en dat is onze schuld. We overvragen ze. Het valt al niet mee om als fitte, extreem getrainde jongeman in de kracht van je leven week in, week uit, en soms wel twee keer per week, op woensdag en op zondag, een wedstrijd te voetballen in een (overdekt) stadion vol juichende, enthousiaste mensen. En om elke dag te trainen. En alles er omheen – sponsorverplichtingen, handtekeningen uitdelen, in het wassenbeeldenmuseum staan, clinics geven aan pupillen, interviews, mediatraining. Maar het wordt echt erg als er de hele tijd op je wordt gelet. We zitten ze op hun nek.

We leggen ze te veel druk op, die jongens. Hoe moet het voelen om het idool te zijn van een heel volk, dat verder weinig heeft om te adoreren? Om door wakkere kranten te worden opgezweept naar prestaties waar je eigenlijk niet toe in staat bent maar die op basis van in het verleden behaalde resultaten toch van je worden verlangd? Om Neerlands hoop te zijn in hopeloze dagen?

Omdat Ajax ooit groot was, moet het van ons groot blijven. Maar dat kunnen we in redelijkheid niet eisen van een club die met een vijfde plaats al bijna boven zijn stand leeft. Dat geldt mutatis mutandis ook voor het Nederlands elftal, waarvan iedereen opeens denkt dat het een kans maakt om wereldkampioen te worden.

Nee, dan FC Utrecht, dat Ajax inhaalt. Die hoor je niet klagen over vermoeidheid. Daar zit niemand er doorheen. Dat heeft te maken met de aanpak van trainer Foeke Booy. Hij wil dat Utrecht zich het komende seizoen nadrukkelijker manifesteert in de eredivisie. Een onderdeel van die ambitie is volgens de coach het «uitbreiden van de voedingsbegeleiding». Dan zit het ’m dus toch in het eten?