Sport in beeld

Sportfilms zijn lastige materie. Het ziet er zelden echt uit. Heeft de acteur net voldoende getraind om zijn motoriek enigszins geloofwaardig te doen overkomen, dan kloppen de stadions niet. Of shirtjes. De spandoeken van de fans.

Het publiek is gewend aan the real thing. De echte spelers. De echte tennissers, voetballers, wielrenners. Ze weten precies wat voor shirtjes die dragen en wat hun loopje is. Daarom is het verdomde lastig om een zo prominent maatschappelijk fenomeen als sport in drama vast te leggen. Misschien moet je het niet eens meer proberen. Want, kan het eigenlijk wel?

De Duitsers hebben een prachtige film gemaakt, Das Wunder von Bern, met daarin een prachtige re-enactment van de WK-finale van 1954. Veel state-of-the-art computeranimatie gecombineerd met live action.

Die film kwam een eind in de buurt van de echte beleving. En dan nog wel in kleur. Voetbalkenners kennen de beelden alleen in zwart-wit. Misschien helpt dat ook wel in de dramatische acceptatie door het publiek. En de Duitsers hadden een flink budget. In een kleiner filmland ondenkbaar.

Ik heb ooit een script ingediend over een Marokkaans-Nederlandse speler die graag naar Barcelona wilde maar via een uitgerangeerde makelaar eerst bij een Russische tweede-divisieclub in Moermansk belandt. Nasrdin Dchar, die echt goed kan voetballen, zou de hoofdrol spelen.

Maar de commissie van het Filmfonds had weinig met de inside jokes in de film.

Ze hadden ook heel weinig op met voetbal. ‘Waarom wil die jongen naar Barcelona en niet naar FC Londen of FC Parijs?’ vroeg er een.

‘Omdat die niet bestaan’, antwoordde ik. ‘En Barcelona is een goede club. Hebben een paar keer de Champions League gewonnen.’

‘O, en dat is goed?’ vroegen ze. Alle drie haalden ze gelijktijdig hun schouders op en keken elkaar trots aan. Ze hadden niets met voetbal en waren van de cultuur.

Gisteren zag ik een Belgische film die ook niet door de schifting zou zijn gekomen in Nederland: Les rayures du zèbre. Het is een film over een spelersmakelaar op zijn retour die spelers uit West-Afrika haalt voor Waalse clubs. Een relaas over alle perikelen waarmee hij te maken krijgt. Corrupte politici, gold-diggende dames, vaders die hun zonen aanbieden, et cetera.

Dit alles prachtig en geloofwaardig in beeld gebracht. Een verhaal in de kleurrijke exotische marge van het wereldvoetbal. Poelvoorde speelt een personage dat zowel een keiharde opportunist is als een betrokken vader voor ‘zijn jongens’ die hij naar Europa haalt. Het toont ook de worsteling van veel Afrikaanse jongens die als voetballende gastarbeiders op zeer jonge leeftijd in een volstrekt vreemde wereld belanden.

Naast het drama is het ook een prachtige zedenschets. En, heel belangrijk: de details kloppen. De shirts. De stadions, de luchtvaartmaatschappijen, de accenten van de Servische concurrent-spelersmakelaars. Hulde voor de maker, Benoit Mariage, en hulde voor de subsidieverstrekkers in België.

Het kan dus wel, sport in film, maar dan moet je heel veel aandacht geven aan het detail en heel veel liefde stoppen in je film.