Sport is dood

ER MOET EEN godswonder gebeuren om het Internationaal Olympisch Comité nog te redden. Sinds de Zwitserse IOC-topman Marc Hodler, vice-president in het leidinggevende comité van Olympisch president ‘Zijne Excellentie’ Markies Juan Antonio Samaranch, eind vorig jaar de knuppel in het Olympische hoenderhok gooide door te stellen dat corruptie bij het IOC eerder regel dan uitzondering is, beleeft de wereldregering voor sportaangelegenheden qua prestige een ware meltdown. De tachtigjarige Hodler, gewezen voorzitter van de internationale ski-federatie, had naar eigen zeggen drie slapeloze nachten in vurig gebed doorgebracht alvorens met zijn confessies te komen. Volgens Hodler heeft geen enkele stad de Olympische eretitel de afgelopen jaren op een eerlijke manier verkregen. Steekpenningen, seksuele gunsten, gigantische studiebeurzen voor het kroost van de IOC'ers, alles is geoorloofd in de race naar Olympia.

Hodler pleitte voor een paleisrevolutie bij het IOC, waar het inmiddels dan ook op is uitgedraaid. De dam rond het al jaren groeiende stuwmeer aan verhalen over ontluisterende ervaringen met de heilige Olympische familie is gebroken. Wat nog resteerde van het aristocratische aura van het IOC is nu definitief verloren. Het IOC blijkt in werkelijkheid een soort familie Flodder te zijn, die per jet en geblindeerde limousine over de gehele wereld reist op zoek naar persoonlijk gewin, dat in ruime mate wordt geboden indien ze haar kostbare stem maar wil reserveren voor de hoogst biedende partij. Wat bij het IOC blijkt te overheersen is maar al te menselijk. Fraai is bijvoorbeeld de strategie van het Olympisch Comité van Salt Lake City, dat de IOC-leden en hun familie naast geld ook gratis plastische chirugie en knie-operaties bood. In de Verenigde Staten lopen hiernaar inmiddels strafrechtelijke onderzoeken. Ook het IOC zelf belooft medio maart schoon schip te maken. In afwachting daarvan kreeg kroonprins Willem-Alexander van zijn moeder en premier Kok te horen dat hij voorlopig niet naar Lausanne mag vertrekken. Of er straks nog wel iets over zal zijn van het IOC valt te betwijfelen. Het onderzoek dat IOC-president Samaranch aankondigde, wordt er niet geloofwaardiger op nu ook Samaranch zelf niet vies is gebleken van kostbare presentjes. Zo nam hij in mei 1995, een maand voor de verkiezingen van de Olympische Winterspelen van 2002, een pistool en een jachtgeweer aan van een vertegenwoordiging van de mormonenstad met een totale waarde van 16.000 dollar. Al even bezwaarlijk is het 28.000 dollar kostende, met edelstenen bezette samoeraizwaard dat oud-Franco-fan Samaranch kreeg overhandigd in Japan, een maand voordat Nagano de Winterspelen van 1998 kreeg toegewezen. Volgens hun eigen statuten mogen IOC'ers geen presentjes duurder dan 150 dollar aannemen. In medialand circuleren al enkele aanhoudende complottheorieën die willen dat het binnenkort is afgelopen met het IOC. Men denkt aan een Olympische coup van oude trouwe Olympia-sponsors uit de Verenigde Staten als Coca Cola en CBS, die de Spelen eigenlijk wel zelf onder controle zouden willen krijgen, zonder nog langer te worden gehinderd door het barokke gezelschap van het IOC, dat in alles ruikt naar de inefficiënte, ondoorgrondelijke tradities van de Oude Wereld. In hun boek Muskelspiele: ein Abgesang auf Olympia (Berlijn, 1996) omschreef het Duitse journalistenduo Thomas Jens en Kistner Weinreich het IOC als een ‘bolwerk van vaak pathetische onbenullen, die officieel nauwelijks iets concreets meekrijgen over doping en de genadeloos corrumperende commercie in de sport’. Jens en Weinreich: 'In de spaarzame gevallen dat ze, op grond van drukkende bewijslast, hun struisvogelpolitiek moeten opgeven, doen ze het liefst alsof ze hun inspanningen verdubbelen om de laatste zuivere schat van de mensheid te beschermen. Deze schat wordt volgens hen nooit van binnenuit bedreigd, maar zonder uitzondering van buitenaf. Door de kwade krachten van de doping, door de kwade krachten van het geld, die ze in loeiende betogen neerzetten als een onvatbare, satanische macht. Huichelarij kenmerkt de basiswoordenschat van het IOC, die uit schijnredeneringen en uitvluchten bestaat.’ INMIDDELS KOMT het IOC-gezelschap ook daar niet meer mee weg. De ware lawine aan onthullingen vanuit Seoul tot aan Salt Lake City verspert de weg naar iedere uitvlucht. Hodlers opzienbarende poging te redden wat er nog te redden valt zou makkelijk kunnen leiden tot liquidatie van deze sportieve wereldregering. Ook in Amsterdam, in de jaren tachtig in de race voor de Zomerspelen van 1992 (die uiteindelijk naar Barcelona zouden gaan), wordt momenteel driftig getimmerd aan de doodskist voor het IOC. Henk Vonhoff, oud-voorzitter van het Nederlands Olympisch Comité, merkte al eens op dat IOC-leden tijdens de Amsterdamse lobby voor de Zomerspelen van 1992 'niet alleen geïnteresseerd waren in de sportieve accommodaties die Amsterdam te bieden had’. Waar de IOC'ers dan precies belangstelling voor hadden is pas de afgelopen weken duidelijk geworden. In ieder geval niet voor de erudiete pleitredes van prof. A. de Swaan over de cosmopolitische verbroedering via de Olympische geest. De interesse ging toch eerder uit naar giften als groeidiamantjes, broches, Delfts Blauw en gratis videorecorders en bovenal door de gastheer aangeboden excursies naar het bordeel. Vooral JoaŸo Havelange, de opper-Olympiër uit Brazilië, ex-president van de wereldvoetbalbond Fifa, bleek ondanks zijn gevorderde leeftijd van die Amsterdamse service gediend. 'Hij had hele speciale wensen’, bekende Pieter Kronenberg, indertijd hoofd van de persdienst van de Amsterdamse Olympische lobby, onlangs in De Telegraaf. Een en ander heeft inmiddels geleid tot een Olympisch seksschandaal. Prins Frederic von Saxen-Lauenberg, lid van het Pierre de Coubertin International Committee, een IOC-zusterorganisatie, was medio jaren tachtig enkele malen in Amsterdam en vertelde onlangs in de Britse pers zich nogal te hebben verbaasd over de onverbloemde sekslobby van de Nederlandse hoofdstad. Volgens Von Saxen-Lauenberg leurden zijn Amsterdamse gastheren voortdurend met de diensten van de plaatselijke vleesverwerkende industrie. Zelf had hij de aanbiedingen vriendelijk geweigerd, maar enkele IOC'ers (onder wie twee uit Afrika, zei de prins erbij) konden de verleiding niet weerstaan. 'Diverse IOC-leden kregen prostituees aangeboden’, aldus Von Saxen-Lauenberg in een interview met persdienst AP. 'Ze vroegen ook of er wat anders was waar ze voor konden zorgen.’ PRINS VON SAXEN stelde dat er niets nieuws onder de zon was. De Olympische veteraan herinnerde eraan dat in Tokio al in 1958 gratis geisha’s werden ingezet om de Spelen van 1964 in handen te krijgen. Sindsdien is het volgens hem van kwaad tot erger gegaan. 'De daden van de IOC-leden gaan alle perken te buiten’, aldus de prins. 'Het zijn monsters geworden. Ze hebben een grens overschreden en ze moeten worden gestopt.’ Volgens hem zou dat alleen kunnen door het vertrek van Samaranch. 'Hij is ervoor verantwoordelijk dat het zo uit de hand is gelopen, en hij zou met vervroegd pensioen moeten gaan.’ De confessies van prins Von Saxen over de Amsterdamse lobby werden bij de verantwoordelijke bestuurders deels bevestigd. Roel Walraven, indertijd als wethouder betrokken bij de Amsterdamse lobby, bevestigde dat IOC-leden videorecorders kregen aangeboden. Maar van gratis bordeelbezoek en de diamanten broches wist de oud-CPN-topman hoegenaamd niets. Wel dat het 'standaardpraktijk was om IOC-leden in de watten te leggen’. Marijn de Koning, indertijd persvoorlichter van de Amsterdamse lobby, sprak over de schaamteloze hebberigheid die de IOC-leden tentoonspreidden bij hun bezoeken. Een der IOC'ers had, op de vraag wat er nodig was voor de ondersteuning van de Amsterdamse kandidatuur, haar ronduit gezegd: 'Geef me een Mercedes.’ De Koning nam toen aan dat het een grapje betrof. Nu wist ze naar eigen zeggen beter. Daarmee werd gelijk duidelijk dat Amsterdam ondanks de evidente inspanningen nooit een serieuze kanshebber is geweest voor de Olympische gunsten. Als hoofdsponsor van de Amsterdamse lobby trad de firma Sorbo op, bekend van het gelijknamige afwasborsteltje, hetgeen een boven alle twijfel verheven bijdrage is aan de vrije markt, maar wat nu eenmaal niet die hoge winst met zich meebrengt die nodig is om IOC'ers afdoende aan zich te verplichten. Amsterdam viel dan ook ondanks de eros-lobby al in de eerste ronde van de uitverkiezing af. De hierdoor opgelopen gramschap vindt nu een uitweg in het meebrullen met het wolvenkoor van andere would be-Olympische steden die ook niet ver genoeg konden meekomen in het spel van loven en bieden. In preutsere regionen hebben de Amsterdamse confessies al tot grote consternatie geleid. Zo is er in Salt Lake City een zogeheten 'ethische commissie’ geïnstalleerd, die gaat onderzoeken wat er waar is van de verhalen over de Olympische sekslobby’s. Indien die geruchten worden bevestigd, zou de door mormonen overheerste stad naar eigen zeggen overwegen om de Spelen van 2002 terug te geven aan de organisatie. ZO'N ACTIE IS al eerder in het Olympische theater vertoond. Denver gaf de Winterspelen van 1976 terug aan Lausanne. Het organiserende comité kon naar eigen zeggen financieel niet meer op tegen de steeds toenemende honger van de IOC-leden. 'De Spelen begonnen ooit als een plek waar atleten samenkwamen om met elkaar te wedijveren, maar het is een internationaal society-evenement geworden van leden van de jetset die rekenen op gratis zuip- en vreetfestijnen’, zo schilderde ex-gouverneur Dick Lamm de problematiek van de wintersportstad in Colorado. 'Tegen de tijd dat er allerlei eisen werden gesteld, werd het gewoon te duur’, aldus Lamm, die van mening was dat de IOC'ers 'povere vertegenwoordigers waren van de Olympische geest’. In eerdere stadia is er volgens het blad van het Amerikaanse Olympische Comité vanuit Nederland op gewezen dat de Olympische formule zal moeten worden bijgesteld willen kleinere, minder kapitaalkrachtige landen ooit nog kans maken op een uitverkiezing door Lausanne. Een creatievere oplossing voor dit probleem werd al in 1993 aangedragen door prof. M. Weinstein van de Purdue State University van Indiana. Deze docent politieke wetenschappen pleitte voor het uitroepen van de onafhankelijke staat Olympia op het grondgebied van het toen al ras fragmentariserende Joegoslavië. Weinstein, aan de telefoon vanuit Indiana: 'Het grote probleem van de Olympische Spelen is wie ze moet krijgen. Door de oprichting van de staat Olympia wordt dat probleem ondervangen. De staat zou zich makkelijk in stand kunnen houden met het slaan van speciale herinneringsmunten en de revenuen van de Olympische sponsorcontracten. Er zouden in principe onbeperkt Spelen kunnen worden gehouden. Denk je eens in, 24 uur per dag Grieks-Romeins worstelen op tv!’ Voor de huidige formule van de Spelen blijkt professor Weinstein overigens weinig geporteerd. Hij ziet het als een 'conglomeraat dat het midden houdt tussen New Age, liberaal-fascisme, bittere nationale strijd en de cultus van het virtuele posthumane lichaam’. Weinstein: 'Het gesublimeerde fascisme van het modernistische Olympische idee biedt ruimte aan een liberaal-retro-fascisme op het televisionaire Olympische schouwtoneel. Het Olympische idee was een hybride monster, gevormd door de heldencultus uit de Romantiek en het humanistische internationale pacifisme - een van de compromissen tussen aristocratische nostalgie en democratische gezindheid die als builen zijn gegroeid op de modernistische cultuur van het Europeanisme.’ Dat is in flagrante tegenspraak met de heilige Olympische missie die Samaranch zelf in gedachten had toen hij in november 1995 de Verenigde Naties in New York toesprak. De oud-minister Sportzaken onder Franco had het toen over 'de rol van sport bij de opbouw van een meer vreedzame en betere wereld’. 'Het doel van de Olympische opvoeding is de sport te gebruiken voor de harmonische ontwikkeling van het individu, om een vreedzame samenleving te grondvesten, die zich inzet voor het behoud van de menselijke waarden’, aldus Samaranch. 'De campagnes die we voeren tegen zowel doping en de gewelddadige omgeving van sport als de preventieve educatie tegen gesels als aids en drugsmisbruik, openen de blik op onze verplichtingen tegenover jonge mensen en de internationale gemeenschap… Om de wereld te veranderen, is er een verandering van de mensen nodig, en hier komt heel nadrukkelijk de filosofische rol van de sport in het spel, haar streven naar een ideaal van de totale ontwikkeling van het individu. Een ideaal dat exemplarisch is voor het Olympisme.’ Drie jaar en enige honderden schandalen en schandaaltjes later klinken deze nobele woorden even absurd als een Monty Python-sketch. Steeds minder mensen zullen geneigd zijn Samaranch nog serieus te nemen. Een en ander is mede het gevolg van de rasse onttakeling van het prestige der internationale sportbobo’s. Die treft niet alleen het IOC, maar ook alle andere organen van het internationale sportwezen. In zijn in maart in Nederland te presenteren boek De corrupte spelletjes van de Fifa schildert de Britse onderzoeksjournalist David Yallup bijvoorbeeld een inktzwart beeld van de wijze waarop er tegenwoordig over voetbal wordt geregeerd. Yallup, die eerder naam maakte als onderzoeker van de dood van paus Johannes Paulus I (die volgens hem zou zijn vermoord), stelt de Fifa verantwoordelijk voor corruptie, vriendjespolitiek, betrokkenheid bij wapenhandel, relaties met de georganiseerde misdaad en wat dies meer zij. De gewezen Fifa-president Havelange ondernam al juridische stappen tegen Yallups aanklacht, met wisselend succes. YALLUP PUBLICEERDE zijn boek al eerder in het Duits, onder de titel Wie das Spiel verloren ging: die Korrupten Geschäfte zwischen Fifa und Medien. Hij beschrijft almaar verder corrumperende processen binnen de Fifa, processen die als twee druppels water lijken op de gesignaleerde wantoestanden bij het IOC. In het krachtenveld tussen Fifa en de sponsors verdwijnen miljoenen aan steekpenningen, de grote verliezer is de ouderwetse voetbalfan. 'Als ik heb te maken met de politiek van de Fifa, krijg ik wel eens heimwee naar de politiek van het Midden-Oosten’, zou Henry Kissinger, zelf een verwoed voetbalfan, eens hebben verzucht naar aanleiding van de Amerikaanse contacten met de Fifa. Hetgeen iets zegt over de graad van nepotisme en corruptie die het voetbal in de greep hebben. Nu clubs als Manchester United en Ajax inmiddels zijn getransformeerd in multinationale beursgenoteerde ondernemingen en types als Berlusconi en Murdoch een gooi doen naar de oppermacht in het internationale voetbal via de zogeheten 'superliga’, is er voor ouderwetse sentimenten als clubliefde en andere ornamenten uit een vervlogen tijdperk geen ruimte meer. Een fraaie illustratie daarvan deed zich onlangs voor bij de Britse working class-club Newcastle United (inmiddels geleid door Ruud Gullit), waar de twee dienstdoende managers tijdens een onderhoud met een undercover journalist schuddebuikend van het leedvermaak afgaven op de trouwe fans van hun club ('dumb assholes’), die zich zo makkelijk commercieel in de luren lieten leggen, alsmede op hun spelers, die ze stuk voor stuk zagen als domme werkpaarden. De ontboezemingen van het duo leidde tot een soort volksopstand van de geshockeerde aanhang. Het was een van de spaarzame gelegenheden dat het moderne sportmanagement zijn ware gezicht liet zien. In het verlengstuk van die affaire ligt ook het rumoer rond de afgetreden Britse voetbalbondscoach Glenn Hoddle, die in een vlaag van openhartigheid tegen de media verhaalde van zijn heilige geloof in reïncarnatie, met de bijbehorende overtuiging dat zieken en invaliden zijn gestraft voor zonden uit een vroeger leven. Het geloof in dit soort mystieke leerstukken gaat hand in hand met de opmars van het grote geld in en rond de sportvelden, als een soort sportieve remake van de New Age-revolutie die zich eind negentiende eeuw voordeed bij de leden van het kapitalistische establishment. Dat liep indertijd allemaal niet goed af en te verwachten valt dat het deze keer niet beter zal zijn. De weerstanden tegen de decadent geworden Olympia en Fifa beginnen steeds manifester te worden bij het grote publiek. Er zijn zelfs onderzoekers die het toenemende vandalisme rond de voetbalsport zien als een protest van de massa tegen het artificiële kunstlijf van de commercialisering waarin hun persoonlijke religie wordt geperst. De leden van de F-side dan wel vak S zijn in die proletarische analyse een soort geuzen die ten strijde trekken tegen de sportpausen van het huidige fin de siècle. DE OPSTAND tegen het IOC valt in datzelfde perspectief. Het lijkt in alles op een beeldenstorm, die in eerste instantie is gericht tegen de kleptomaan aangedreven priesters van het IOC, maar zich in een later stadium evengoed zou kunnen wreken op de sport zelf. De weerstanden tegen tot 'mensmachines’ verworden atleten klinken steeds luider van de daken. Toen de legendarische Amerikaanse hardloopster Florence Griffith na het behalen van een reeks Olympische medailles onlangs op veel te jonge leeftijd het leven liet, kwam er in de media een lawine aan speculaties op gang over de funeste gevolgen van doping. De fysieke ontwikkeling van Griffith was in de aanloop van haar carrière op een bepaald moment in zo'n stroomversnelling gekomen dat er sprake moest zijn van spierversterkende preparaten. Ook nadat bekend was gemaakt dat de dood van de atlete een natuurlijke oorzaak had, bleef het kritische verhalen regenen over de onverantwoorde offers die atleten moeten brengen in hun jacht op Olympisch goud. Hetzelfde zou gezegd kunnen worden over de gebeurtenissen tijdens de laatste Tour de France, die door de justitiële jacht op Cees Priem en andere dopingprofeten ook in het teken van een grote crisis stond. Ook hier lijkt er een publiek afkeringsproces van het hedendaagse sportbedrijf op gang te zijn gekomen. In Nederland kreeg dit sentiment - een soort back to the basics-stroming - een geheel eigen gezicht. De miljoenen kijkers die het tot dan toe volslagen onbekende Haagse dartfenomeen Raymond van Barneveld trok in zijn gooi naar een officieus wereldkampioenschap, was op sportief gebied niet minder dan een revolutie te noemen. Verbijsterde mediawatchers spraken over een instant-patriottisch proces. Gevoelens van vaderlandsliefde zouden ervoor hebben gezorgd dat een kroegspelletje dat hier te lande nooit enig bekijks had getrokken, ineens was uitgegroeid tot een ongekende kijkcijferkatalisator. Daarbij werd over het hoofd gezien waar het werkelijk om ging met de plotselinge Barney-gekte: het gevoel dat er nog zoiets bestond als een authentieke sportervaring, dat wil zeggen een niet door de media gemanipuleerd en door miljarden sponsorgeld opgeblazen massaspektakel. Via Barney kwam het Nedelandse sportpubliek terug bij de wortels, bij het Ard en Keesie-gevoel, het brilletje van Joop van Daele, Anton Geesink die in 1964 iedere Japanner op de judomat platdrukte: een niet-geregisseerd, niet-virtueel, levensecht drama, met in het middelpunt een jonge postbesteller met een bierbuik en lodderige oogjes, een echt Mens kortom, gooiend met een pijltje. Geen gedrogeerde robot die van top tot teen is behangen met labels van sponsors. Het duurde maar even - Van Barneveld is inmiddels al ingelijfd door het multinationale bedrijfsleven - maar zolang het duurde, was het goed.