WK van de hoop

Sporten tegen hiv

Een waslijst aan goede doelen en projecten wordt op Zuid-Afrika losgelaten, in de hoop dat een voetbalveldje helpt om armoede en aids te bestrijden.

Medium za07066788

Het is voorjaar in Nederland en herfst in Khayelitsha, een township onder de rook van vliegveld Kaapstad. Langs de weg scharrelen geiten en koeien, vrouwen lopen met boodschappentassen over de markt en jonge mannen hangen werkloos op straat. Kortom, een gewone dag in de Cape Flats. Toch is er een opmerkelijk verschil. Terwijl hier normaal maar weinig politie te vinden is, staat er nu ongeveer iedere honderd meter een wagen met zwaailichten, vergezeld van een handvol agenten.

Vandaag is namelijk de Fifa te gast in Khayelitsha. De wereldvoetbalbond opent hier ter ere van het WK het eerste voetbalveldje plus buurthuis binnen het project Fifa Football for Hope, en dat zal men weten ook. Onder een partytent op het betonnen veldje heeft zich een flinke groep bobo’s verzameld. Hellen Zille, voormalig burgemeester van Kaapstad en nu premier van de provincie Westkaap is er, net als de nieuwe burgemeester van de stad. Danny Jordaan, directeur van het organisatiecomité, is vanuit Johannesburg overgevlogen en Frederico Addiechi, namens de Fifa verantwoordelijk voor het sociale gezicht van de organisatie, is vanuit Zwitserland afgereisd om de lintjesknipperij bij te wonen. Hun glimmende auto’s staan naast de feesttent geparkeerd, beveiligers met geweren paraderen langs het terrein. Ook de pers is massaal uitgerukt. Het plaatje van een heerlijk opgeruimd betonnen voetbalveldje te midden van de sloppen is mediageniek.

Terwijl de bewoners van de krotten rondom het veldje van buiten het hek toekijken, wordt het bal in de viptent geopend door de directeur van het Khayelitsha Development Forum. Een wat slungelige goedlachse man. Jarenlang streed hij om zijn township te betrekken bij het WK. ‘Eerst hebben we de Fifa gevraagd om een WK-stadion te bouwen hier in Khayelitsha, het voetbalhart van Kaapstad. Maar dat zagen ze niet zitten. Toen hebben we het organisatiecomité gevraagd om Khayelitsha te kiezen als locatie voor een van de WK-trainingsstadions, maar ook dat plan werd afgekeurd. Ten slotte hebben we er alles aan gedaan om de Fifa zo ver te krijgen hier een Football for Hope-centrum neer te zetten. En gelukkig mocht dat wel zo zijn. Een bijzonder geschenk voor onze gemeenschap.’

De gemeenschap zelf blijkt nog van niets te weten. Drie gezette dames die vanuit de ingang van hun huisje toekijken hebben geen idee wat zich op het pleintje afspeelt. Drie maanden lang woonden ze naast een bouwput, maar uitleg hebben ze nooit gekregen. Een uitnodiging voor de opening ook niet. 'O, voor het WK’, reageren ze opgetogen. 'We vroegen ons al af waarom er ineens zoiets moois werd gebouwd.’

De ambities waren groot, zes jaar geleden toen Zuid-Afrika het WK voetbal binnensleepte. Het toernooi, zo was de gedachte, telt 64 voetbalwedstrijden. Legacy was het toverwoord. 'Ke Nako’, 'het is tijd’, is dan ook de slogan van het wereldkampioenschap voetbal 2010. Tijd voor een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van Zuid-Afrika en het hele Afrikaanse continent. Toenmalig president Thabo Mbeki herhaalde het regelmatig.

Ondanks de mooie woorden werden de ambities om het WK te gebruiken als vliegwiel voor ontwikkelingen nooit concreet. 'De overheid en het organisatiecomité waren veel te druk met de stadions, de beveiliging en de wegen. Zij zijn nooit met een plan gekomen over de manier waarop het WK gebruikt kan worden om de situatie in dit land te verbeteren’, constateert Udesh Pillay, van het gerenommeerde onderzoeksinstituut Human Sciences Research Council. Hij leidt een projectgroep die zich verdiept in de maatschappelijke gevolgen van het WK. 'Onderzoek naar de gevolgen van sportevenementen in andere landen heeft al eerder uitgewezen dat er geen reden is om er zomaar van uit te gaan dat het WK zou kunnen helpen bij de ontwikkeling van ons land. Maar er is ook uit gebleken dat er wel mogelijkheden zijn. Als er een goed, duidelijk plan is en alle partijen samenwerken om dat uit te voeren, dan zou het toernooi echt een katalysator kunnen zijn. Maar dat had duidelijk geen prioriteit.’

Ze leren samen te spelen, en ontdekken meer over hun eigen karakter en ambities

Buitenlandse voetbalfans zijn belangrijker dan de inwoners van het gastland. Om hun de aanblik van armoede te besparen, worden overal in het land krotten weggeveegd. 'Iedereen maakt zich druk over welke beelden van Zuid-Afrika de wereld over zullen gaan’, stelt geografe Claire Bénit-Gbaffou, een voormalig collega van Pillay. 'De armen worden gezien als een obstakel in het succes van dit project. Speelsteden doen er alles aan om de supporters en toeristen te doen geloven dat er geen sloppen zijn.’ Als onderzoeker aan de Universiteit van Witwatersrand in Johannesburg zag ze van dichtbij hoe het centrum van de stad, de omgeving van stadion Ellis Park, werd schoongeveegd. Bewoners werden aan hun lot overgelaten. Al in 2007 rapporteerde de Verenigde Naties dat 'tienduizenden arme Zuid-Afrikanen overal in het land uit hun huis zijn gezet in de voorbereiding op het WK 2010’. De huizen en hun inwoners moeten wijken omdat ze de omgeving van de stadions bevuilen. Volgens betrokken advocatenkantoren neemt het aantal uitzettingen toe naarmate het toernooi dichterbij komt.

Terwijl de overheid faalt in haar ambities om het WK aan te grijpen voor sociaal-economische ontwikkeling grijpen veel ontwikkelingsorganisaties het evenement wel aan om sociale problemen aan te pakken. Vooral door middel van sport. Want sport kan mensen de broodnodige levenslessen en vaardigheden bijbrengen. Omdat veel kinderen bijzonder weinig leren op school, families en gemeenschappen door de aidsepidemie een hele generatie aan opvoeders missen en kennis over gezondheid in de sloppenwijken heel beperkt is, is iedere levensles welkom. Bovendien is een potje voetbal, basketbal, cricket of rugby een heerlijke afleiding van de dagelijkse ellende.

In de sportindustrie, de grootst groeiende industrie ter wereld, tonen steeds meer clubs en individuen zich betrokken bij de wereld. De Dirk Kuyt Foundation ondersteunt sportprojecten voor mensen met een beperking, de stichting van Ruud van Nistelrooy bouwt mee aan SOS Kinderdorpen, Manchester United organiseert voetbalprogramma’s voor scholen in de omgeving, FC Twente werkt samen met het roc in de strijd tegen jeugdwerkloosheid en David Beckham heeft voetbalacademies in Londen en Los Angeles om jongeren de kans te geven te voetballen en het beste uit zichzelf en het leven te halen. In de sportwereld groeit enerzijds steeds meer het geloof dat sport meer is dan een spel en een serieuze rol kan spelen bij persoonlijke en maatschappelijke ontwikkeling. Anderzijds is er het besef dat het niet goed te verkopen is als de miljarden euro’s die omgaan in de industrie enkel ten goede komen aan de sporters en de bestuurders, terwijl sommige supporters ieder dubbeltje omdraaien om een kaartje voor hun geliefde elftal te kunnen betalen.

Deze combinatie van factoren heeft de afgelopen jaren ook geleid tot een flinke groei aan sportontwikkelingsprojecten in arme landen waar nauwelijks sportveldjes en ballen te vinden zijn. Right to Play van de gouden schaatser Johan Olav Koss is misschien wel het bekendste voorbeeld, maar wereldwijd zijn er inmiddels vele tientallen vergelijkbare organisaties. En Zuid-Afrika, het land van het WK, het grootste sportevenement ter wereld, is deze dagen een populaire bestemming.

Zo ook voor de Fifa en partner Grassroots Soccer, een organisatie die al jaren actief is in het land. Het concept van Football for Hope en al die andere sportprojecten is simpel. Door een voetbalveldje aan te leggen en sportmiddagen te organiseren, bied je kinderen en jongeren uit de buurt kansen die ze nooit eerder hebben gehad. Ze leren samen te spelen, maken kennis met het concept leiderschap, doen zelfvertrouwen op en ontdekken gaandeweg iets meer over hun eigen karakter en ambities. Door doelgerichte spelletjes leren de kinderen bijvoorbeeld over het besmettingsgevaar van hiv, hoe je nee moet zeggen tegen seksuele mishandeling en dat hygiëne belangrijk is voor de gezondheid.

Hoe de projecten werken, werd duidelijk in Thomo, een afgelegen plattelandsdorpje een paar honderd kilometer ten noordoosten van Johannesburg. Te midden van de leegte werd daar een veldje aangelegd door Score, dat wordt ondersteund door Europees geld en Nederlandse vrijwilligers, vooral jongens en meisjes die net van de middelbare school komen. Een maand lang geven zij gymles op de twee plaatselijke scholen en elke middag verzorgen ze extra sportactiviteiten op het speciaal aangelegde veldje. Voor de bewoners van Thomo, waar nooit iets te doen was, is de aanwezigheid van de vrijwilligers een feest. Het sportveldje wordt volop gebruikt. Hoewel de motoriek bij de meeste kinderen niet zo best is ontwikkeld, kraaien ze het uit van de pret. Dolgelukkig met een piepklein zandveldje en een enkele bal, voor met z'n dertigen. Tot enthousiasme van een ervaren docent van een van de basisscholen. 'Dit is helemaal nieuw voor de kinderen’, glundert hij. 'We hadden hier nooit sportles. We hadden geen geld voor ballen, netten of andere spullen. En niemand van ons heeft geleerd hoe je gymles moet geven. We kenden de spelregels niet eens. Maar de afgelopen weken hebben een paar van ons les gekregen van de vrijwilligers. Het is de bedoeling dat als zij weg zijn, wij de lessen voort kunnen zetten. Dat wordt moeilijk omdat we het al zo druk hebben, maar we gaan ons best doen.’

Sporten is geen prioriteit in een land waar de problemen zich opstapelen

Juist hierin schuilt de zwakte van de projecten. Wat gebeurt er als de organisatie weer is vertrokken? Hebben de plaatselijke docenten en de jongeren die getraind zijn de motivatie, tijd en middelen om het project voort te zetten? Vaak blijkt dat moeilijker dan gedacht. Sporten is nu eenmaal geen prioriteit in een land waar de problemen zich opstapelen. Ook het project Stars in Their Eyes, dat wordt ondersteund door de knvb en het ministerie van Buitenlandse Zaken, loopt tegen dit probleem aan. Het project leidt Zuid-Afrikanen uit arme gemeenschappen op tot sportcoach, die zijn nieuwe kennis moet aanwenden om de gemeenschap aan het sporten te krijgen. Als onderdeel van de training komen de coaches in opleiding ook voor een paar weken naar Nederland, waar ze les krijgen van trainers van amateurverenigingen.

'Heel leuk’, vindt deelnemer Martin, een vuilnisman en jongerenwerker uit een plattelandsgemeente in Westkaap. 'Mooi om eens iets heel anders van de wereld te zien. Maar ik weet niet of ik er in de praktijk veel aan heb. We hebben helemaal geen voetbalveld of ballen in onze gemeenschap en ik denk niet dat ik dat kan veranderen.’

Een mooi gebaar of een schrale troost? Hoewel de sportprojecten in Zuid-Afrika voor de gelukkigen die in de buurt van een dergelijk initiatief wonen een fijne afwisseling zijn in een vaak zeer kansarm bestaan, is het onduidelijk wat de werkelijke waarde is. Onderzoek naar de resultaten is er nooit gedaan. Helpt het echt tegen de bestrijding van hiv? Blijft het zelfvertrouwen dat kinderen opdoen tijdens het sporten ook hangen als ze het veld weer hebben verlaten? Zul je na een maand dagelijks samen sporten elkaar daarna met meer respect behandelen?

Dat zoveel waarde wordt gehecht aan sportprojecten zegt vooral veel over het gebrek aan onderwijs, opvoeding en leiderschap en over de schaarse mogelijkheden om op een andere manier iets van je leven te maken. De werkloosheid in Zuid-Afrika is veertig procent, alcoholmisbruik en drugsverslaving zijn aan de orde van de dag, de helft van de bevolking leeft onder de armoedegrens en dagelijks sterven meer dan zeshonderd mensen aan aids. Cijfers die bij veel mensen de vraag oproepen of de minimaal vier miljard euro die wordt uitgegeven aan het WK niet op een andere manier zou moeten worden gebruikt. En of het realistisch is om te denken dat sport hier iets aan kan veranderen.

En dat de Fifa zich beperkt tot twintig veldjes in heel Afrika en bovendien slechts een tiende van de kosten betaalt, in totaal niet meer dan een miljoen euro, werkt niet in het voordeel van de bond. De manier waarop Fifa-voorzitter Sepp Blatter het project presenteert ook niet: 'Deze campagne benadrukt de kracht van voetbal, ver voorbij de grenzen van het veld. De Football for Hope-centra bieden de lokale gemeenschap een mogelijkheid om sociale problemen aan te pakken. Ik denk aan problemen met kinderrechten, onderwijs, gezondheid, hiv/aids, sociale integratie en het milieu. Dit project zal een erfenis nalaten aan Afrika, die voortduurt tot lang na het laatste fluitsignaal van het WK 2010.’

Op het gezicht van Helen Zille, premier van de Westkaap-provincie, verschijnt een cynische glimlach. 'We proberen als overheid al vijftien jaar om de problemen in dit land aan te pakken. Om iets te doen aan de armoede en aan de aidsepidemie. Tot nu toe is dat nog niet gelukt. Maar als ik het goed heb begrepen vandaag, moet dit voetbalveldje alles veranderen. Dan wordt met dit project hiv/aids bestreden en biedt het kansen om te ontkomen aan armoede. Als het ze hier lukt, is dat meer dan de overheid de afgelopen vijftien jaar heeft bereikt. Ik ben heel nieuwsgierig hoe men denkt dat met een sportveldje te bewerkstelligen.’

De belangen van de Fifa en de stad liggen ver uit elkaar, zegt ze. 'De wereldvoetbalbond denkt alleen aan vier weken voetbal, wij moeten ook denken aan de toekomst van onze stad en van ons land.’


Floor Milikowski en Evelien Hoekstra publiceerden in het najaar van 2009 De droom van Zuid-Afrika: Achter de schermen bij het WK 2010, Carrera, € 17,90

Beeld: Kaapstad, Khayelitsha. 'Het Football for Hope-centrum dat hier komt is een bijzonder geschenk voor onze gemeenschap’ (Guillermo de Yavorsky/Anzenberger/HH).