TONEEL

‘Spots on your hat’

De handelsreiziger Willy Loman, Oedipus van drie-hoog-achter zoals de Amerikaanse toneel schrijver Arthur Miller hem uittekende, droomde graag over de menigten op zijn eigen begrafenis, soort graadmeter voor zijn populariteit. Als het requiem na zijn vrijwillige dood in de laatste minuten van Death of a Salesman daadwerkelijk plaatsvindt, is er niemand komen opdagen, op de weduwe en de twee zoons na. En zijn buurman, die Willy’s doodsangst als volgt samenvat: dat de klanten niet meer teruglachen als je met een big smile binnenkomt. Bij Miller staat er daarna: ‘Then you get yourself a couple of spots on your hat.’

Toen het RO Theater het stuk negentien jaar geleden speelde, vertaalde Barbara van Kooten ‘je hoed heeft een vette rand gekregen’. In de vertaling van Marcel Otten die het gezelschap nu gebruikt, staat ‘dan krijg je kreukels in je hoed’. Iets trouwer aan Miller misschien, maar die eerste vind ik beter, want eigenlijk gaat het stuk over die vette rand – of liever: over angstzweet. Herman Gilis speelt in deze voorstelling dat het angstzweet hem vanonder zijn oksels tot in de ogen dringt. Er is, zoals zijn vrouw Linda aan hun beide zonen in vertrouwen vertelt, ‘iets verschrikkelijks met hem aan het gebeuren’. Zij ziet die verschrikking eerder en scherper dan Willy zelf. Eén ding begrijpt ze echter niet: waar de barse verhouding tussen haar man en hun oudste zoon Biff vandaan komt. Wíj krijgen het te zien en te horen (Willy heeft een liefje langs de grote weg en Biff ontdekt dat), Willy neemt het geheim mee in zijn graf, Biff zal erover blijven zwijgen. Het Grote Liegen is immers de motor waarop dit briljante stuk al decennia publieken over de hele wereld bij de strot grijpt. Op Broadway, las ik bij toeval in een Duitse krant, speelt nu een versie van de Salesman (met Philip Seymour Hoffman en in de regie van film regisseur Mike Nichols) waarin wordt geprobeerd de wereldpremière uit 1949 te reconstrueren. Dat lijkt me een zinloze onderneming. De gedetailleerde decor- en regieaanwijzingen van Miller onderstrepen dat er echt wel dood hout in het script zit en dat het best ook wat kaler kan. Thomas Rupert heeft nu een voorbeeldloos mooie vormgeving ontworpen: een poppenhuis van wit papier, uit de schoorsteen komen af en toe rookpluimen maar vooral rode draden die overal in de verder kale ruimte eindigen onder reusachtige rode etalageprikpinnen waar je zelfs op kunt zitten. Alle flashbacks en droom sequensen in het stuk worden getoond met witte ballonnen, tot Willy uiteindelijk in zijn laatste fantasie door een vederlicht stuiterende maan wordt verpletterd – een beeld dat het afsluitende ‘requiem’ in de tekst overbodig maakt.

De voorstelling Dood van een handelsreiziger werd door het RO Theater al in het afgelopen najaar uitgebracht, nu is ze op tournee en ik ben opnieuw gaan kijken. De hang of drang of last van de tranentrekker die het stuk een beetje aan zijn kont heeft hangen, is door Alize Zandwijk beteugeld, godzijdank niet zo rigoureus als Luk Perceval dat een aantal jaren geleden heeft gedaan (met Josse de Pauw in de rol van Willy), zodat het ‘koningsdrama van de gewone man’ hier recht overeind blijft. Herman Gilis schoffelt prachtig aan de rafelranden van de introvertie, Gijs Naber als Biff doet in de grote slotconfrontatie iets allemachtig prachtigs door niet ín zijn vader te klauwen (wat je vaak ziet), maar als radeloos gebaar voor de God die Willy zo graag wil zijn op zijn knieën te gaan. De voorstelling deelt daar een dreun uit. Deze reus van de levensleugens kan niet meer met gewone middelen tegemoet worden getreden. Hier moet het gebaar kraakhelder, het vertoon van zelfvernedering groots en het finale duel dodelijk zijn.

Dood van een handelsreiziger_ door het RO Theater is nog te zien in Utrecht (24 april), Drachten (25 april), Amstelveen (26 april), Alphen a/d Rijn (27 april) en Hoorn (28 april)_