Spreidingsbeleid helpt niet

Spraakverwarring in Rotterdam

Het verplaatsen van sociaal zwakkeren heeft niet of nauwelijks effect op de sociaal-economische ontwikkelingskansen van achterstandsgroepen. Dat zegt sociaal-geograaf Sako Musterd van de Universiteit van Amsterdam. Musterd deed de laatste jaren, vaak samen met Zweedse collega’s, op grote schaal onderzoek naar de relatie tussen omgeving en kansarmoede. Musterd: «Uit die onderzoeken komt naar voren dat het er eigenlijk niet toe doet in wat voor omgeving iemand woont. Het ligt veel meer voor de hand kansarmen rechtstreeks te helpen en niet indirect via ruimtelijke spreiding. Als de basis voor kans armoede ligt in te weinig opleiding, dan zul je domweg meer scholing moeten verzorgen. De kans op werk neemt toe als mensen hun opleidingsniveau weten te verbeteren.»

In Rotterdam buitelen niettemin de poli tici over elkaar heen om in steeds scherpere bewoordingen te pleiten voor een spreidingsbeleid van allochtonen. Het begon met de PvdA-deelraadvoorzitter van Charlois die demografische cijfers onder ogen kreeg waaruit bleek dat in zijn stadsdeel in 2017 nog maar veertien procent van de inwoners autochtoon zou zijn. En al snel nam de coalitie in de centrale stad de ronkende taal over. Voor CDA-wethouder Sjaak van der Tak (sociale integratie) is «geen enkele maatregel taboe» om de samenstelling van de oude wijken rigoureus te veranderen. Een «allochtonenstop», zoals bepleit door coalitiepartner Leefbaar Rotterdam, wil hij het niet noemen, maar het beter spreiden van «kwetsbare groepen» moet snel gebeuren. En daartoe wil Van der Tak «de grenzen van de wet verkennen».

Maar de grenzen van wélke wet wil hij eigenlijk verkennen? Van der Tak wil nadrukkelijk niet «langs etnische lijnen» opereren, want daarvoor is Rotterdam na de rellen in de Afrikaanderwijk in de jaren zeventig al eens op de vingers getikt. Hoe had hij zich de plannen dan voorgesteld? Zullen mensen aangespoord worden te verhuizen? «Nee natuurlijk niet», aldus een enigszins verontwaardigde Van der Tak. «Je kunt mensen toch niet zomaar hun huis uit zetten?» Volgens hem zijn er mogelijkheden om de Huisvestingswet aan te passen. «Ik zou graag inkomensgrenzen willen stellen aan een woonvergunning.» Ook zegt de wethouder meer sociale woningen te willen bouwen in betere buurten — iets dat in veel andere grote steden al vele jaren met wisselend succes gebeurt. «In Rotterdam was dit te lang taboe», zegt hij. Maar op alle mogelijkheden wordt nog «gestudeerd». In oktober komt het College met uitgewerkte plannen. Duidelijk is dat het een project van «lange adem» wordt.

Ook Leefbaar Rotterdam, de grootste raadsfractie, heeft nog geen concrete ideeën. Ja, er moet een «allochtonenstop» komen en ja, het betreft «niet-westerse allochtonen», bevestigt gemeenteraadslid Victor Reikersz. «Met Japanners of Amerikanen hebben we helemaal geen problemen. Buitenlanders uit derdewereldlanden veroorzaken problemen. Die kunnen niet integreren.» Moeten zij dan worden overgebracht naar de betere buurten? «Mensen laten verhuizen? Daar heb ik eigenlijk nog niet zo over nagedacht. Een stop is het belangrijkst.»

En als in leegstaande woningen in probleemwijken geen allochtonen meer worden toegelaten, dan moeten sociaal meer succesvolle autochtonen wél bereid worden gevonden in die wijken te gaan wonen. Reikersz: «Tja, zo had ik het nog niet bekeken. Maar je kunt een woning toch net zo goed leeg laten staan? Voor mij hoeven er heus niet zo veel mensen in Rotterdam te wonen. Kijk, wij zijn een politieke partij en we moeten het dus van politieke standpunten hebben. Er zijn duizenden ambtenaren in dit land, verwacht niet van ons dat we een uitgewerkt plan hebben.»

Maar dat is wel precies het probleem van de discussie in Rotterdam: niemand kan uitleggen wat nu eigenlijk de bedoeling is. Tegen de gewoonte in spreekt het College van b. en w. niet met één mond. De Leefbaar-wethouders hameren op de etnische samenstelling van de oude wijken, terwijl Van der Tak geen mogelijkheid onbenut laat om te benadrukken dat het hem in eerste instantie om «sociaal zwakkeren» gaat. Reikersz: «Wij hebben het over een allochtonenstop omdat dat goed overkomt bij de kiezers. Wie begrijpt ons nou als we over sociaal zwakkeren zouden beginnen?»

Van der Tak verwijst nog eens naar Amerika. De getto’s in de grote steden daar zijn voor hem een spookbeeld. Toch is ook in de VS via gemengde woningbouwprojecten geprobeerd iets meer diversiteit te krijgen. Slechts mondjesmaat bracht dit sociaal-economische verbetering voor mensen uit de laagste sociale klassen. En dit was niet zozeer het gevolg van de meer gemengde wijk, maar vooral van de verbeterde voorzieningen in die wijk, zoals onderwijs en werkgelegenheid. En de mensen die de laatste jaren in zogeheten «Moving to Opportunity»-programma’s deelnamen en slaagden, blijken volgens onderzoek sowieso mensen te zijn die de neiging hadden zich te ontworstelen aan hun zwakke positie, zegt hoogleraar Sako Musterd. «Daarmee is dus niet het bewijs geleverd dat die verplaatsing werkt.»

Er is volgens Musterd geen enkel land bekend waar actief spreidingsbeleid een succes is geweest. «Als iemand een misdaad heeft begaan, dan los je zoiets niet op door hem te verplaatsen naar een andere wijk. Dat is echt onzin. Maar op die manier lijkt er gedacht te worden.»