Sprakeloos links

De spraakmakende gemeente is nog altijd de linkse gemeente. Wie meent dat dat tegenwoordig anders is, vergist zich. Kijk maar hoe genadig de voormalige communisten ervan afkomen wanneer iemand hen aan hun verleden herinnert
KAN ER NOG WEL een spraakmakende gemeente zijn als links niet langer spraakmakend is? Op het eerste gezicht lijkt dit een rare vraag. Als links niet langer spraakmakend is, zou men verwachten dat de spraakmakende gemeente rechts is geworden. En inderdaad: de ‘kritiese analyse’ komt niet meer van links (afgezien van de arbeideristische SP van Jan Marijnissen), maar van neo-liberalen die de Nederlandse verzorgingsstaat eens goed willen opschudden. Het geroep om ‘meer dynamiek’ werkt in ieder geval op de zenuwen en dat is meer dan van links kan worden gezegd.

Links wordt tegenwoordig geassocieerd met belangengroepen die in ondoorzichtige vergadercircuits voor hun verworven rechten opkomen. Het huidige links lijkt op de duffe negentiende-eeuwse Jan Salie en staat voor krampachtige behoudzucht en gebrek aan levensvreugde. Ook weldenkend Nederland, een uitdrukking waarvan de tevredenheid afdruipt, hoe links en libertair het zich ook mag voordoen, is tot dat inzicht gekomen. Als VVD-leider Bolkestein het voorblad van De Groene Amsterdammer siert en een hele VPRO-zomeravond ter beschikking krijgt zonder op weerwoord te stuiten, weten we wie de afgelopen jaren de toon heeft gezet. Niemand kan om deze voormalige Shell-medewerker heen. Zelfs als hij zich uit tactische overwegingen een tijdje stil houdt, zoals tijdens de herfstmaanden, galmt zijn echo na.
Maar Bolkestein is een politicus, en (naar eigen zeggen) geen intellectueel. Als zich om hem heen al een gemeente heeft gevormd, dan is die zeker niet spraak- of smaakmakend. Voor etentjes bij hem thuis nodigt de VVD-leider het liefst geen geestverwanten uit. Van een Nieuw Rechts, als spiegelbeeld van Nieuw Links aan het einde van de jaren zestig, is geen sprake. De intelligentsia is gefascineerd door Bolkestein, maar houdt afstand tot de VVD.
Dat was vroeger met de PvdA en de overige linkse partijen wel anders. Partijvergaderingen werden druk bezocht. Het rommelige karakter van de linkse politiek, waaruit een hele hoop onzin is voortgekomen, werd voor vrijdenkerij gehouden. Men telde pas mee als men non- conformistisch was, tot de culturele elite behoorde en zich solidair verklaarde met het gewone volk. Deze opstelling (‘keuze’) valt vandaag op door inconsistentie en vrijblijvendheid, maar was twintig jaar geleden heel geengageerd.
ER WAS EEN TIJD DAT journalisten zichzelf betere journalisten vonden omdat ze links waren. Dit verschijnsel is op z'n retour. Journalisten doen weer gewoon hun werk en fatsoenlijk Nederland zegt geen abonnementen meer op. Zelden leest men nog ingezonden brieven van een 'mr.’ of van een 'ir.’ waarin de gezagsondermijning en de viespeukerij van de media op een lijn worden gesteld met de ondergang van de natie. Misschien dat Nederland geen degelijke juristen of ingenieurs meer kent (de democratisering heeft hard op onze universiteiten toegeslagen), maar waarschijnlijker is dat de vroegere linkse terroristen van krant, radio en televisie het provoceren zijn verleerd.
Waar wordt nog ouderwets gestookt? Alleen Brandpunt zorgt nog wel eens voor een rel, zoals met Elco Brinkman. Het was echter een vuile katholieke streek om een onberispelijke protestant in opspraak te brengen. Het optreden van de KRO-voorzitter Gerrit Braks was zo kort voor de verkiezingen van 1994 even vals als dat van Lubbers. De affaire-Brinkman was een schoolvoorbeeld van de stelling dat de ergste zuigers niet bij links zitten, maar bij de confessionelen.
Dit klassieke leerstuk wordt echter niet meer openlijk beleden. Volgens progressieve zedenmeesters is stigmatiseren fout. Daarom gebeurt het alleen nog stiekem, waardoor het politieke bedrijf nog achterbakser is geworden. Hoewel met paars de seculiere krachten aan het bewind zijn, is er sprake van een verconfessionalisering van de politiek. Paars preekt braaf, doet stout en gedoogt alles in naam van de tolerantie. Hiermee vergeleken zijn de zeden van het Vaticaan heilig. Voor een levendig politiek klimaat is het nodig dat er duidelijke vooroordelen en vijandbeelden zijn, die door de spraakmakende gemeente worden bevestigd dan wel bestreden. Nu leveren politici slechts kritiek tussen de regels, op last van professionele ghostwriters die vroeger journalist zijn geweest.
Tegenwoordig is links alleen nog politiek correct. Maar er is niemand die zich erop laat voorstaan. Koningin Beatrix kijkt wel uit en zelfs Sonja Barend laat bij voorkeur haar publiek aan het woord. 'Politiek correct? Ik? Wat denk je wel. Ik denk zelf na!’ Het is jammer dat er niemand voor politiek correct wil doorgaan. Daardoor zitten we met de schizofrene situatie dat het bon ton is geworden om een beetje politiek incorrect te zijn. Het woord correct riekt naar fatsoensrakkerij, en dat willen we niet.
Linkse spraakmakers weten precies tot hoever ze 'te ver’ kunnen gaan. Ze zeggen niets te willen opdringen, want bevoogding is uit de tijd. Ze staan nu wantrouwig tegenover ideologieen, net als de Avro en het Algemeen Dagblad. Links heeft altijd geweten dat het in een democratie op de macht van het getal aankomt (zie de Vara onder Marcel van Dam). Kwantitatief staat links er in Nederland beter voor dan zij zelf denkt. Bolkestein is spraakmakend omdat hij oppositie bedrijft in een land dat ondanks alle verrechtsing in meerderheid 'prudent progressief’ is. Daarom is er niet tegen links te regeren en is Wim Kok zo nietszeggend. Als links in de verdrukking zit, wat gezien het wortelschieten van progressieve waarden bij grote delen van het volk nog helemaal niet vaststaat, is het aan linkse spraakmakers om zich af te vragen hoe dat komt. Zij waren meer dan een eeuw de zelfbenoemde avant-garde. Als het geestelijk klimaat van nu hen niet bevalt, moeten we de oorzaken bij de linkse opinieleiders zelf zoeken.
POLITIEKE DEBATTEN gaan eerder over gelijk hebben dan gelijk krijgen. Als het goed is, is het eerste een voorwaarde voor het tweede. Ooit stond links voor 'de betere politiek’ en achtte zij zichzelf moreel superieur. Links was er trots op de waarheid in pacht te hebben en er werd eindeloos gekibbeld over de juiste politieke lijn. Nu is links politiek correct zonder ideologische strijd. Vroeger debatteerde links alleen in eigen kring. Nu het politieke debat elders wordt gevoerd, reageert links verongelijkt.
Dat wordt niet als vooruitgang gevoeld. Wij zijn een volk van dominees en we willen worden overtuigd. De twijfel mag geen overhand krijgen. Als dat gebeurt, raken we aan de drank of de eenarmige bandiet. Waarom is het Nederlandse drugsbeleid in linkse kringen zo populair? Zijn drugs progressief omdat ze de geest verdoven? Het lijkt erop dat links is vastgelopen in een jeugdcultuur die uit Amerika is overgewaaid. Voor weldenkend Nederland, dat zijn uren in het cafe vermorst, ligt hier een mooie opvoedende taak.
Betweterigheid moet. Als er niet meer wordt overtuigd, kan de progressieve gemeente zichzelf evengoed opheffen. Op dat punt waren de communisten trendsetters. Als 'het betere links’ liepen ze voorop en hadden ze meer invloed op de openbare mening dan men gezien hun getal zou denken. Bij de zelfopheffing en de wonderbaarlijke wederopstanding van links, de grote mode van de afgelopen tijd, zijn ze opnieuw voorgegaan. Als opinieleiders van de frontlinie zijn de ex-communisten geenszins uitgeschakeld, al manifesteren zij zich niet meer in hun rode gedaante. Maar het afgrondelijke woordje 'ex-’ fungeert als een dekmantel. Het is het pseudoniem waarmee van de nood een deugd wordt gemaakt.
Tegenwoordig is het het toppunt van integriteit als voormalige communisten hun ongelijk bekennen. Dit leidt tot grote verwarring. Sinds wanneer bieden communisten hun excuses aan? Wie zit daarop te wachten? Is dat niet burgerlijk? Kan het communisten kwalijk worden genomen dat ze aan de hand van Moskou liepen? En waarom worden communistische spraakmakers van twintig jaar geleden niet gewoon rechts, als ze zelf toegeven het fout te hebben gezien?
Maar overlopen naar het rechterkamp is taboe. In tegenstelling tot veel renegaten uit de jaren vijftig blijven de huidige ex-communisten links. Rechts is geen alternatief en heeft bovendien nooit gedeugd. Belangrijker is dat heel links op drift is en dat daar een machtsvacuum ligt dat door iedereen kan worden opgevuld. Ex-communisten noemen zich nu sociaal-democraten, als bewijs dat ze hun leven hebben gebeterd. De sociaal-democratie, die volgens de linkse spraakmakers van eertijds altijd aan 'verrechtsing’ ten prooi dreigde te vallen, is de enige linkse stroming die nog als fatsoenlijk te boek staat. (Door op deze trein te springen, nemen ze afstand van het stalinisme dat tot diep in de jaren zeventig binnen de CPN de dienst uitmaakte en dat de sociaal-democratie als een schaamlap voor het kapitalisme zag. Marxistisch maar ook objectief gezien overigens een juist standpunt!) Het communisme, zo horen we nu verkondigen, was vals, maar de idealen waren oprecht.
VEEL HEBBEN WE NIET aan dit 'zelfonderzoek’, dat pas plaatsvond toen het reeel bestaande socialisme niet meer te redden was. Men verschuilt zich achter de eigen spijtbetuigingen, omdat openbare boetedoening de beste methode is om met spraakmaken door te gaan. Deze spraakmakers ontlenen hun 'gezag’ aan hun vergissingen. Het is de eerlijkheid van blinde voorgangers die zich afvragen waarom 'de’ politiek ongeloofwaardig is geworden, terwijl het de linkse en niet de rechtse politiek is die door hun toedoen aan scherven ligt. Via de achterdeur van de 'idealen’, waaraan men hardnekkig blijft vasthouden, meet men zich de goede bedoelingen aan die in het brave Nederland zoveel respect genieten.
Het tekent de politieke onnozelheid van de sociaal- democratie dat zij zich niet te weer stelt tegen deze ex- communisten. Alleen in de jaren vijftig hebben de sociaal- democraten zich effectief tegen het communisme afgezet. Later lieten ze zich onder invloed van het radicale Nieuw Links op sleeptouw nemen. Het communisme werd daarna gebagatelliseerd als nooit tevoren. Vandaar dat heel links nu gebukt gaat onder het communistische echec.
Dat slaat terug op de linkse spraakmakers van weleer, althans dat zou men verwachten. Tot nu toe valt dat ontzettend mee. Bij alle media zitten mensen die vroeger met radicaal-linkse ideeen hebben gesympathiseerd en hun wereldbeeld zo geruisloos mogelijk hebben aangepast. Niemand maakt daartegen bezwaar, maar helemaal lekker zit dat niet. Daarom is de uiterste waakzaamheid geboden. Zo wordt iedereen die de aandacht vestigt op het linkse falen al snel van een heksenjacht verdacht. Op zulke momenten zien we de oude paranoia opflakkeren, bij links en rechts, en men mag zich afvragen wie daarbij de meeste spoken ziet.
Toen Bolkestein afgelopen zomer opmerkte dat ex- CPN'ers heel wat clementer zijn behandeld dan ex- NSB'ers, een suggestieve maar feitelijk juiste uitspraak waarvan elke politieke waarnemer kon vermoeden dat de Grote Liberale Partijleider er op een kwade dag mee zou komen, werd hij volgens beproefd recept van McCarthyisme beschuldigd. Er moeten heel wat mensen rondlopen die de dag des oordeels vrezen, anders waren de reacties op de plaagstoot van Bolkestein niet zo eenstemmig geweest.
Bijna triomfantelijk kreeg hij te horen dat er wel degelijk een paar bundels zijn waarin vroegere coryfeeen van de wereldrevolutie rekenschap hebben afgelegd. Dat had hij moeten weten. Plotseling was Bolkestein de man die faalde. Er zal geen verband zijn, maar sindsdien zingt hij wel een toontje lager. Het geloof in de vijfde colonne bij krant, radio en televisie krijgt na zo'n affaire weer een krachtige impuls. Natuurlijk is dat een mythe, en dus onwaar. Maar elke mythe bevat ook een kleine kern van waarheid.
Als geen anderen verstaan de communisten de kunst om politieke tegenstanders met hun verleden zwart te maken. Wie eenmaal met insinueren begonnen is, raakt dat nooit meer kwijt. Omdat het laatste woord over het goed en fout in de Koude Oorlog nog niet is gezegd, weten de ex- communisten waarop ze bedacht moeten zijn. De Koude Oorlog mag dan voorbij zijn, op schrift kan hij tot in de eeuwigheid worden voortgezet. Een man als Bolkestein schept daar plezier in. Omdat hij wel eens een pen heeft vastgehouden weet ook hij dat oude koeien het lekkerste ruiken.
LATEN WE ONS DAAROM nog even aan deze bron laven, want de sloot is nog lang niet leeg. Overtuigde communisten kan men hun zonden niet verwijten, want daar zijn het communisten voor. Moeilijker ligt dat bij diegenen die het communisme wilden 'hervormen’. Deze 'hervormers’ traden het communisme nog onnozeler tegemoet dan de rest van links, dat net als veel progressief kerkvolk overloopt van het 'begrip’. Hier zit de meeste pijn. Het was aandoenlijk hoeveel niet-communisten de ex- communisten te hulp schoten na de misselijke aantijgingen van Bolkestein. D66, redelijk alternatief voor politiek ontheemden, en GroenLinks, schutkleur voor de late feministische CPN (dames als Ina Brouwer maar ook de pacifiste Andree van Es waren groentjes in de linkse politiek), zagen beide een hetze-in-wording. Het verketteren van tegenstanders, dat mag niet meer in hervormingsgezind Nederland, dat daardoor alleen nog brave meelopers kent.
Iedereen die z'n klassieken kent weet dat de grote Lenin erop heeft gewezen dat het in het burgerlijke kamp stikt van de nuttige idioten. Waar in het Heilige Land de valse profeten aan het kruis werden genageld toen bleek dat het Koninkrijk Gods niet bestond, waarschuwt men in het keurige Nederland voor een bijltjesdag. Het idee dat ex- communisten hier een heksenjacht te vrezen hebben, is bespottelijk. Het is door henzelf in de wereld geholpen en veel nette mensen trappen daar in!
Nu de vroegere salonrevolutionairen niet meer gevaarlijk zijn, benoemt men ze bij voorkeur op sleutelposities. Het is althans opvallend hoeveel ex-communisten bij de burgerlijke pers zijn beland om aandacht te vragen voor de mensenrechten. Natuurlijk blijft ook het treurige lot van asielzoekers uit de voormalige communistische landen, waar het een stuk slechter gaat sinds de jungle van de vrije markt is ingevoerd, niet onvermeld. Vanuit liberaal perspectief, waar komplotdenken als primitief te boek staat, mag daar uiteraard niks achter worden gezocht. Maar voor marxisten-leninisten heeft het toeval nooit bestaan. Ze hadden altijd een 'derde oog’ voor reactionaire kliekvorming, en het gezamenlijke platformgedoe in de burgerpers kan moeilijk als toevallig worden afgedaan.
Vroeger, toen 'de hand van Moskou’ nog een dwingend karakter had, zou zo'n samenspel van progressieve krachten verdenkingen hebben opgewekt. Nu kan het niemand wat schelen. Dat is winst, maar een paar zaken blijven daardoor onderbelicht. Dat de KGB de Westeuropese vredesbewegingen van subsidie voorzag, paste in de logica van de Koude Oorlog, net zoals het logisch was om dat te ontkennen. Dat alleen de Evangelische Omroep en De Telegraaf met zulke aantijgingen kwamen, pleit voor onze kwaliteitspers, want die wilde ze eerst 'bewezen’ zien. Maar nu die bewijzen er zijn, horen we er toch bijzonder weinig over. Dat Mient-Jan Faber niet zelf is opgestapt als gezicht van het IKV, valt te begrijpen (dat had ik ook niet gedaan), maar dat niemand in onze kwaliteitspers daarover is gaan zeuren geeft te denken.
Omgekeerd wordt er wel verontwaardigd gedaan als blijkt dat de CIA en de BVD communisten en andere staatsgevaarlijke elementen hebben besnuffeld. Wederom was het onderdeel van de politieke strijd daarover kabaal te maken, maar elke rechtgeaarde linksist voelde zich pas serieus genomen als de BVD een dossier over hem had aangelegd. Dat er nu bij zulke 'onthullingen’ nog schande wordt geroepen, bewijst de effectiviteit van de communistische propaganda. In feite willen we dat nog steeds niet weten, ook al is de berichtgeving over het communisme tegenwoordig bijzonder kritisch. Maar die 'kritiek’ is onderdeel van de verdringing.
DE LINKSE SPRAAKMAKERS hebben nog heel wat uit te leggen, aan het volk, dat daarin niet wezenlijk is geinteresseerd, en aan de eigen parochie, die nu al zwelgt in het zelfbeklag. Van rechtse spraakmakers zullen de linksen weinig last hebben. Die zijn er namelijk niet. In een citaat uit het geruchtmakende jaar 1968 legt mr. Harm van Riel, de VVD-senator die vanwege zijn rechtse opvattingen geliefd was bij de linkse journaille, uit waarom: 'Als regel zitten rechtse intellectuelen in leidende en semi-leidende functies in dienst van de overheid en het Nederlandse bedrijfsleven, waar ze nuttig en constructief werk kunnen doen. Het spreekt voor zich, dat iemand die geintegreerd is in een bestaande maatschappelijke samenhang er weinig behoefte aan heeft zijn avonduren te vullen met het schrijven van artikelen tegen vermeende misstanden. Dat linkse schrijven moet u zien als uiting van mensen die het niet zo goed hebben getroffen: ten dele ook inderdaad een uiting van mensen die zich door hun karakter niet zo op hun gemak voelen in de hierarchische structuur. De rechtse intellectueel leidt dus een onopvallender, aangepaster leven.’
De spraakmakende gemeente zal dus altijd links zijn, ook al is links niet langer spraakmakend en zijn de progressieve krachten door de geschiedenis ingehaald. Dat zegt niks over de kleur van de communicatiemedia, want die nemen gewoon de kleur aan van hun lezers (kijkers) en zijn dus politiek correct (zeg maar gematigd links). Maar het zegt alles over de betekenis van de culturele elite. Die is nul. Vanuit democratisch perspectief moet dat als een enorme sprong voorwaarts worden beschouwd. Voor weldenkend Nederland is het iets om over na te denken.