Sport

Spreek

‘In het land der blinden is eenoog koning’, zei trainer Louis van Gaal ooit na een gelukkig gewonnen wedstrijd. De sport houdt van spreekwoorden, sporters doen dat ook. Te pas en te onpas. Dat kunnen we ze niet kwalijk nemen: het spreekwoord is de vluchthaven voor de man met weinig woorden. Hij kan altijd naar een ouderwets spreekwoord of een gezegde grijpen als hij zelf niet precies weet te formuleren wat hij bedoelt.
Het is fijn dat er spreekwoorden zijn. De Nederlandse taal dankt ook spreekwoorden aan de sport. Wie kaatst kan de bal verwachten. Je moet roeien met de riemen die je hebt. Een gegeven paard moet je niet in de bek kijken. Een spaak in het wiel steken.
Veel uitdrukkingen doen nogal gedateerd aan. Dat is omdat ze gedateerd zijn. Ouderwets, afkomstig uit een tijd dat de wereld heel anders was, en de sport ook. Dat er sporten bestonden die we nu niet meer kennen. Een tijd dat mensen andere dingen deden dan ze nu doen.
Taal heet levend te zijn en met de tijd mee te gaan. Als vanzelf past het Nederlands zich aan veranderende omstandigheden en sociale gewoonten aan. Zegt men. Dat geldt niet altijd voor onze spreekwoorden, die meer dan eens duister zijn omdat ze ons niets meer zeggen. Wat is een el? Wat zijn dat voor zoden aan de dijk?
De eerste klap is dan wel een daalder waard, maar is dat veel of weinig?
Als je alles van tevoren wist, dan kwam je met een dubbeltje de wereld rond. Dat kan echt niet.
Je moet de huid niet verkopen voor de beer geschoten is. Je mag niet op beren schieten, dat is algemeen bekend.
Als het kalf verdronken is dempt men de put. Niemand heeft meer putten waar kalveren in kunnen verdrinken. De Dierenbescherming heeft in de loop der jaren veel dierenleed verhinderd. De kat in het donker knijpen doet niemand meer.
Je kunt altijd een stok vinden om een hond te slaan. Laat dat maar uit je hoofd. Of het is een pitbull, óf het Vegetarisch Dierenbevrijdingsfront komt gezellig bij je aanbellen.
Met onwillige honden is het kwaad hazen vangen. De haas is al bijna uitgestorven.
Er gaan vele makke schapen in een hok. Als je schapen in een hok gaat proppen, zit je meteen in de cel.
Schijn bedriegt. Dat was misschien vroeger zo, maar een virtuele realiteit is inmiddels ook een realiteit.
De soep wordt nooit zo heet gegeten als ze wordt opgediend. Wel als je de soep in de magnetron opwarmt.
Er zijn geen rozen zonder doornen. Die zijn er wél. Die doornen zijn er al lang uitgekruist of -gemanipuleerd.
Alle schoenen worden niet over één leest gemaakt. Sinds kort weten we dat alle sportschoenen die in het Westen worden gedragen, worden gefabriceerd in één reusachtige fabriek in China.
Dat kan dus allemaal niet meer. Op de schop en de helling ermee. Misschien is het een goed idee als het Nederlands de banden met de sport eens wat strakker aanhaalt en zich meer laat inspireren door wat er zoal op de velden en in de zalen gebeurt de hele tijd. Want er gebeurt een hoop! Daar kun je genoeg spreekwoorden aan ontlenen om een heel land een jaar op te laten draaien. Een soort spreekwoorden-update.
Wie serveert, kan een return verwachten.
Hoge ballen vangen veel wind.
Eigen troefkaart is goud waard.
Oost west, De Graafschap uit, altijd lastig.
De beste zwemtrainers staan aan wal.
Zonder wind vaart niemand wel.
Het is niet alles goud wat er blinkt als je tweede wordt achter Sven Kramer.
Beter één kleiduif in de hand dan tien in de lucht.
Commandeer je waterdrager en fiets zelf!
Met valpartijen en opstapartijen.
Te hooi en te kunstgras.
Bloeddoping kruipt waar ze niet gaan kan.
Een fluitsignaal van een cent.
Dat is van hetzelfde laken een supersnel haaienzwempak.
Daarmee is de sportkous af.
Veel sporten draaien om een bal. Die kan ook inspirerend zijn. Beter één bal in de hand dan tien in de lucht. Een man een man, een bal een bal. Aan de ballen herkent men de meester. Aan iemands ballen hangen. Alles is mogelijk, behalve zijn eigen ballen afbijten. Het gebeurde tussen neus en ballen door. Zijn ballen naar de wind hangen. Wie zijn ballen brandt moet op de blaren zitten.
Het Nederlands wordt dankzij de sport nóg levender. Dat kun je op je ballen natellen.