‘spreekt u kazachs?’

(THE GLOBE) Beurtelings zijn Groene-redacteuren een aantal weken de gast van een Oegandees dagblad, een Boliviaanse tv-zender of een Vietnamees weekblad. Vanaf de Redactie Binnenland berichten ze over het dagelijks leven ter plekke. Deze week de vierde aflevering rondom The Globe, een tweetalig krantje in Kazachstan.
Ten tijde van de sovjetmacht mocht het Kazachs niet. Nu moet het. Maar wie beheerst de taal, waar zijn de leerboeken en waar is de literatuur? ‘Er zou weer een groot schrijver à la Mukhtar Auezov moeten opstaan.’ Een bericht over de Kazachse taalstrijd.

ALMATY - ‘Houdt stand, Russen van Kazachstan! Vlucht niet!’ Een onbekookte Alexander Solzjenitsyn richtte zich drie jaar geleden in een interview in de Komsomolskaja Pravda rechtstreeks tot de Russen in Kazachstan. 'Ik weet dat jullie het moeilijk hebben, dat men jullie je cultuur ontneemt, je Russische boeken, je Russische tv-uitzendingen. Maar geloof me, in de grond van zijn hart weet president Nazarbayev dat hij niet zomaar zestig procent van zijn bevolking kan verjagen. Ik ben ervan overtuigd dat Rusland en Kazachstan ooit weer een eenheid zullen vormen.’
Het is waar, de bevolking van Kazachstan bestaat nog niet voor de helft uit etnische Kazachen. De Russen vormen echter niet zestig, zoals Solzjenitsyn suggereert, maar iets meer dan dertig procent van het totaal; de rest bestaat uit vertegenwoordigers van vele tientallen andere volken en volkjes. Het aandeel Kazachen groeit weliswaar, maar dat komt vooral doordat meer niet-Kazachen dan Kazachen de schrijnende armoede in het land ontvluchten. Het aantal inwoners is de laatste jaren flink gedaald en ligt nu iets boven de vijftien miljoen.
Onder wie dus ruim vijf miljoen Russen. Worden die zo zwaar onderdrukt als Solzjenitsyn meent? De dames Ala Ivanova en Larissa Mazerova vinden van wel, zij het ieder op hun eigen manier. Zij zijn actieve leden van Lad, de Slavische beweging in Kazachstan. Larissa, rijzig en blond: 'Er is sprake van een “stille discriminatie” van Russen. Vooral in het onderwijs.’ Ala, pinnig en bebrild: 'Niks “stille discriminatie”! Er is sprake van openlijk separatisme. Kazachse kinderen worden gedwongen naar Kazachse scholen te gaan.’ Larissa: 'Er is steeds meer sprake van gescheiden onderwijs.’ Ala: 'Maar de Kazachse kinderen willen helemaal niet naar Kazachse scholen, ze willen Russisch leren.’ Larissa: 'Het probleem is vooral dat er voor het onderwijs in het Kazachs nog altijd geen goede leerboeken bestaan. Daarom willen ze naar Russische scholen.’ Ala: 'Maar die scholen krijgen veel minder geld en de klassen zijn er veel groter.’ Larissa: 'Feit is dat de situatie in het onderwijs voor veel Russen een reden is om te emigreren.’ Ala: 'De laatste jaren zijn er al twee miljoen vertrokken.’ Larissa: 'Dat waren niet allemaal Russen, ook andere nationaliteiten.’ Ala: 'Nee, Russen!’ Larissa: 'De Russen zitten hoe dan ook in de verdomhoek.’ Ala: 'Daarom streven we naar culturele onaf hankelijkheid.’ Larissa: 'Nou ja, separatisme is een groot woord.’ Ala: 'Het is Nazarbayev die ons tot separatisme dwingt.’ Larissa: 'Ach, vroeger was het veel beter, toen vormden we één groot sovjetvolk.’
'IN DE SOVJETTIJD was er sprake van een “stille discriminatie” van de Kazachse taal en cultuur, dat kunnen we nu gerust stellen.’ Nurlan Orazalin, voorzitter van de Kazachse Schrijversbond, begint vanachter zijn immense bureau (met plastic telefoons, protserige pennenhouder en afgrijselijke sierklok) een compact exposé over de Russische wandaden jegens de Kazachen. 'Niet alleen voor de Kazachse taal was de sovjettijd een moeilijke periode, ook voor de Kazachse natie en het Kazachse volk. De Kazachse cultuur heeft op het punt gestaan in haar geheel te verdwijnen. En dat terwijl die cultuur in vroeger tijden de belangrijkste was onder de Turkse culturen in Centraal-Azië. Het Kazachse volk was de drager van de Centraal-Aziatische beschaving. En dat volk, met inbegrip van zijn taal en cultuur, dreigde onder Stalin van de aardbodem te worden weggevaagd. Een half miljoen Kazachen zijn door zijn toedoen de hongerdood gestorven, en in de Tweede Wereldoorlog verloren we nog eens een half miljoen van onze beste zonen.’
Orazalin moet toegeven, onder Chroesjtsjov en vooral onder Brezjnev steeg het algehele culturele peil van de Kazachse natie enorm. Onderwijs, kunsten en wetenschappen bloeiden. 'Maar de Kazachse taal werd hoe langer hoe meer een archaïsme, het raakte bijna geheel in onbruik. Dat maakte het er niet gemakkelijker op om na de onafhankelijkheid een nieuw nationaal bewustzijn op te bouwen. Daarvan hebben we nu pas de eerste fase achter de rug, een populistische, romantische fase.’ Waarmee Orazalin onder meer doelt op Nazarbayevs geforceerde proclamatie van het Kazachs tot nationale taal en op de vele nieuwe plaats- en straatnamen die maar niet willen inburgeren. (Zeg tegen een taxichauffeur: 'Naar Kazybek Bi, graag’, en hij antwoordt: 'U bedoelt de Sovjetstraat.’)
'De tweede fase zal veel moeilijker zijn’, vervolgt Orazalin. 'Hoe moeten we ons nationaal bewustzijn opbouwen? Hier zitten we nu, in onze immense lege steppe, terwijl de grote mogendheden van Oost en West ons met argusogen bekijken. Hoe moeten we ons uitdrukken, nu alles mag, nu er zo veel vrijheid is? Er is gewoon te veel ruimte. Cultuur gedijt bij tegenstand, bij confrontatie. Toen we nog nomaden waren, wisten we precies wie onze vijanden waren. Nu dreigen we een slagveld te worden voor de ideeën van Oost en West. Maar wie zijn we zelf? Ik vind het bijvoorbeeld heel moeilijk om jonge Kazachse schrijvers te noemen die iets weten bij te dragen aan de oplossing van dit probleem. Het zal nog lang duren voor er een nieuwe Auezov opstaat.’
IN HET AUEZOV-museum worden de lichten speciaal voor mij ontstoken. Veel belangstelling is er kennelijk niet voor de grootste schrijver van Kazachstan. Het museum bestaat uit het buitengewoon elegante huis dat de schrijver de laatste tien jaar van zijn leven bewoonde, en het mausoleum waar hij, na zijn dood in 1961, enige tijd gebalsemd lag opgebaard, tot ze hem toch maar onder de grond stopten.
De tentoonstelling over zijn leven heeft, zo merk ik als ik een catalogus uit de sovjettijd opsla, na de onafhankelijkheid een totale metamorfose ondergaan. Auezov is niet langer de man die reeds in de jaren twintig en dertig het Kazachse volk de weg naar het internationale communisme wees, maar een van de weinige schrijvers die aan Stalins genadeloze vervolging wist te ontsnappen. De laatste twintig jaar van zijn leven wijdde hij aan het betrekkelijk veilige thema van de Kazachse geschiedenis. In die periode schreef hij zijn magnum opus: het vierdelige epos Abai, dat verhaalt van de verheffing van het Kazachse volk uit het duistere nomadenbestaan. De hoofdpersoon van het verhaal is de negentiende-eeuwse dichter Abai Kunanbayev, inmiddels uitgegroeid tot ideologische mascotte van Nazarbayev.
Mukhtar Auezov heeft de sprong van nomade naar modern burger hoogstpersoonlijk doorgemaakt: van de ajoel (steppedorp), waar hij in 1897 in een joerte (steppetent) het levenslicht zag, klom hij op naar de kosmopolitische wereld van het sovjetrijk. Zijn eerste werk schreef hij nog in het Arabisch - hij ging school bij een imam in het provinciale Semipalatinsk. Tijdens zijn studie in Petersburg ging de wereldliteratuur voor hem open. De literaire werken die hij sindsdien schreef, dragen het stempel van de grote Russische literatuur, maar hij schreef ze in het Kazachs, een Turkse taal in het cyrillische schrift. Ondertussen communiceerde hij net als iedereen in het Russisch en schreef hij in die taal ook zijn wetenschappelijke werken. Het is die merkwaardige talige gespletenheid die tot op de dag van vandaag de onbestemdheid van de Kazachse cultuur uitmaakt.
De meeste indruk in het museum maken de groepsfoto’s uit de jaren twintig en dertig van de Kazachse intelligentsia. Achter de namen in de onderschriften staat steevast als sterfdatum 1937 of 1938 vermeld, een eenvormigheid waarin de hand van Stalin herkenbaar is. Opmerkelijk zijn ook de foto’s van Auezovs vier opeenvolgende echtgenotes, de een nog knapper dan de ander - de schrijver was een man om van te houden, hetgeen ik, gezien zijn onmiskenbaar zachtaardige charisma, best wil geloven. Zijn vierde vrouw baarde hem een zoon die al jarenlang een belangrijk oppositieleider is. Van alle kanten wordt hem een zelfde geleerdheid en beminnelijkheid als zijn vader toegeschreven. Hij is momenteel op verkiezingscampagne in de binnenlanden, niemand kan mij beloven dat ik hem spoedig te spreken zal krijgen.
'AL VANAF de jaren zeventig, toen ik aan de Moskouse filmacademie studeerde, wil ik dit script verfilmen, maar het is me nog altijd niet gelukt. Een meisje met een uitstekende Russische opleiding keert terug in het dorp van haar ouders. Daar ontdekt ze een groot gemis, een gat in haar identiteit: ze spreekt geen Kazachs. Ze voelt zich afgesloten van haar familie en komt in een ernstige crisis terecht.’
Asiya Suleyeva heeft inmiddels talloze documentaires en speelfilms op haar naam staan, maar nu net die ene, die voor haar allerbelangrijkste, heeft ze almaar niet kunnen maken. 'Dat script gaat ook over mezelf. Veel van mijn films gaan over de relatie tussen stad en platteland. Ik heb daarvoor vaak in dorpen gedraaid. In het begin sprak ik de taal niet en daar schaamde ik me vreselijk voor. Ik ervoer het als een diep en existentieel gemis. Ik merkte: als je zelf je wortels niet opzoekt, zoeken ze jou op.’
Dat de sovjetautoriteiten geen geld voor haar film wilden geven, paste in hun beleid van 'stille discriminatie’ van de Kazachse taal en cultuur. Maar waarom krijgt ze er nu dan geen geld voor? 'Het stimuleren van de Kazachse taal gebeurt momenteel op een heel oppervlakkige manier. Natuurlijk wordt er veel geld in het onderwijs gestopt, en dat is ook goed. Maar de echte cultuur komt er bekaaid vanaf. Wat de regering onder cultuur verstaat, is alleen maar folklore en kitsch. Het meeste geld komt trouwens bij de televisie terecht. Maar we hebben juist grote literatuur nodig, en waarachtige cinema.’
Asiya Suleyeva wil dat haar kinderen bespaard blijft wat zij zelf in haar jeugd heeft meegemaakt. 'Op school in een provinciestad werd ik gepest omdat ik Kazachs was en van een dorp kwam. En later in Almaty was het al niet veel beter. Ik wil mijn kinderen leren dat de Kazachse taal iets is om trots op te zijn. Het is ook een mooie taal, heel geschikt voor muziek, niet alleen traditionele muziek maar juist ook popsongs. Mijn zoon, die ook films maakt, heeft op school Kazachs ge leerd. Hij doet er echter niets mee, de jongelui van tegenwoordig willen veel liever Engels leren.’
IN HET NUMMER van 28 augustus publiceerde The Globe enkele opmerkelijke cijfers. In een enquete werd mensen gevraagd of ze het Kazachs machtig waren. Dat meer dan negentig procent van de ondervraagde Kazachse Russen daar ontkennend op antwoordde, viel te verwachten. Maar dat meer dan negentig procent van de etnische Kazachen daar ja op zei, verbaasde me. Asiya Suleyeva was de eerste Kazachse die mij ervan overtuigde de taal echt te beheersen. Anderen zeiden niet meer dan een paar woorden te kennen of zich een beetje te kunnen behelpen, ook al waren ze op het platteland geboren. Speelde de neiging om een 'sociaal wenselijk’ antwoord te geven de geënqueteerden parten? De zekerste en best betaalde banen zijn overheidsbanen, schrijft de verslaggever van The Globe, en voor die banen is kennis van het Kazachs een krachtige aanbeveling.
Overigens antwoordde honderd procent van de etnische Kazachen dat ze niet geloofden dat wie geen Kazachs spreekt, in zijn burgerrechten wordt beperkt. En dat vond ook meer dan negentig procent van de Russische Kazachen - de discriminatie waar Ala en Larissa van de Lad-beweging het over hadden, wordt slechts door weinigen van hun Slavische broeders en zusters gevoeld. En vindt u dat er meer televisieprogramma’s in het Kazachs moeten komen? Van de Russische Kazachen meende, genereus als ze zijn, vijfendertig procent van wel. Maar de meeste etnische Kazachen vonden het wel genoeg: slechts vijftien procent wilde dat er meer programma’s in het Kazachs moesten komen.
In hetzelfde nummer van The Globe schrijft een commentator een nogal boos stuk over de Kazachse soapserie Perekryostok. In die Russisch gesproken serie zou propaganda gemaakt worden voor de Kazachse taal.
De auteur beschrijft een scène waarin twee Amerikaanse bezoekers er hun verbazing over uitspreken dat zo weinig mensen Kazachs spreken, om zich vervolgens enthousiast in de taal te laten onderwijzen. 'Het is voor het eerst dat in Kazachstan een soapserie wordt gebruikt voor politieke reclame’, stelt The Globe, en vraagt zich af of we binnenkort ook te horen krijgen wat de soapsterren in oktober gaan stemmen.
HET IMMENSE complex van Kazach Film staat er troosteloos bij. Nog maar enkele jaren geleden, toen er nog geld was en de Kazachse film internationale faam genoot, werkten hier tweeduizend mensen. Nu is er nog maar één hal in gebruik: de hal waarin een handjevol mensen bezig is met de opnamen voor de soapserie Perekryostok. De titel is een letterlijke vertaling van het Engelse Crossroads - van die serie zijn concept en techniek overgenomen.
Met de gebruikelijke snelheid worden de scènes er doorheen gejast. Restaurantscène. Te rijpe blonde del zit met te jonge blonde geliefde aan een tafeltje Coca-Cola te drinken wanneer haar man binnenkomt en haar smeekt met hem mee naar huis te gaan om de verjaardag van haar zoontje te vieren. Slechts één tussenscène moet over: de kelner bood 'Moldavische wijn’ aan in plaats van 'Moldovische’. Aan etnische correctheid wordt zeer gehecht, ook al betreft het wijnen. Aan andere tafeltjes figureren enkele etnisch Kazachse gasten.
De serie gaat over twee families, een Russische en een Kazachse. Op de muur in de kamer van de scriptschrijfster staan de verwantschapsrelaties uitgetekend, verluchtigd met pasfoto’s en met glamourfoto’s wanneer de acteur of actrice is uitgegroeid tot een nationale ster. 'In de serie is één keer een gemengd huwelijk voorgekomen, maar die zijn al weer gescheiden’, vertelt Leili Akynzhana met een glimlach. Al meer dan drie jaar zet ze, in opdracht van de televisiemaatschappij Chabar, de verhaallijnen uit.
Nog niet zo lang geleden is Chabar in handen gekomen van de dochter van president Nazarbayev - een geruchtmakende gebeurtenis. Heeft dat enige invloed op haar werk gehad? 'Nee hoor, absoluut niet’, ontkent ze dapper. 'We gaan gewoon door met het aan de orde stellen van de problemen waar mensen in een stad als Almaty mee te maken hebben. We hebben het over vluchtelingen uit Tadjikistan, over baby’s die op de stoep worden achtergelaten, over mensen die van het platteland komen en aanpassingsproblemen hebben, over de pensioenregelingen, over abortus en voorbehoedmiddelen, en ook over de invoering van de Kazachse taal. We krijgen heel veel brieven van mensen die vragen waarom we de serie niet in het Kazachs doen. Maar dat is gewoon niet realistisch. We zijn een massamedium, en de massa spreekt Russisch.’
Is ze zelf het Kazachs machtig? Leili Akynzhana begint een omslachtig verhaal. Over haar grootmoeder, bij wie ze opgroeide. Over haar grootvader, die historicus was maar niet in het Kazachs mocht publiceren. Over haar ouders, die beiden in Moskou hebben gestudeerd. 'Nee, ik spreek amper een woord Kazachs.’ En dan ineens opgewonden: 'Maar ik heb collega’s die vroeger gewoon Russisch spraken en Russisch dachten en zich nu plotseling fanatiek op het Kazachs hebben gestort. Die doen heel agressief tegen me en maken me de felste verwijten omdat ik geen Kazachs spreek. Dat vind ik… dat vind ik zo… zo hypocriet!’