Theater Romeo en Julia in Diever

‘Spreken is zilver, kussen is goud’

Zeventig jaar al wordt er in de bossen bij het Drentse dorp Diever ieder jaar een Shakespeare gespeeld. Nog nooit is de spelersgroep zo jong geweest als nu. Voor een zinderend liefdesverhaal als Romeo en Julia is dat een opsteker.

Medium img 3836

De eerste ontmoeting tussen Romeo en Julia, inclusief hun eerste kus, is geschreven als een sonnet. Vol met religieuze hyperbolen. Romeo komt op de proppen met begrippen als ‘schrijn’, ‘zonde’ en ‘pelgrims’. Waarop Julia, een beetje pesterig misschien, antwoordt met woorden als ‘heilig’, ‘gebed’, ‘priesters’. Alsof ze samen in wierookwalmen geestig om de hete brij heen draaien.

In de vertaling van Frank Albers, in 2009 dicht op de huid van het origineel gemaakt, klinkt dat zo:

Romeo Schend deze ruwe hand dit heilig schrijn,

laat mij dan zondigen en boete doen:

mijn lippen, schuchter als twee pelgrims, zijn

gereed om pijn te stillen met een zoen.

Julia Goede pelgrim, je hand verdient geen blaam,

dit is een mooi gebaar en geen bedrog.

Ook priesters raken pelgrimshanden aan,

en hand in hand, zo zoenen pelgrims toch?

Romeo Een priester heeft toch ook lippen, of niet?

Julia Ja, pelgrim, die gebruikt hij voor ’t gebed.

Romeo Zo, standbeeld, dan bid ik een liefdeslied,

maar lippen bidden beter als kwartet.

Julia Een standbeeld roert zich niet, het staat of zit.

Romeo Beweeg dan niet, terwijl ik tot je bid. (Hij zoent haar)

Je nam mijn zonde met je lippen weg.

Julia Ze heeft zich aan de mijne vastgehecht.

Romeo Een zonde van mijn lippen? Zoet beleg.

Geef mij mijn zonde terug. (Hij zoent haar)

Julia Je zoent niet slecht.

Jack Nieborg (1959) is al weer vijftien jaar artistiek leider van het Shakespeare-theater in Diever. Hij vertaalt zelf de teksten die hij regisseert. Hij bedient met zijn voorstellingen ruim duizend toeschouwers per avond, uit alle lagen van vakantievolk en toneelliefhebbers. Hij vertaalt, bewerkt moet je eigenlijk zeggen, die jambische vijfvoeters, de meanderende versregels van William Shakespeare, naar een spreektaal waar zijn spelers mee kunnen jongleren. En waar Nieborgs scenische inventiviteit dan weer vleugels van krijgt. Ook omgekeerd trouwens. Zijn manier van regisseren trippelt tiptoe op een taal die puntig recht op haar doel af gaat. Minder weelderig dan in het origineel misschien. Maar terzake en snel. Bij Nieborg klinkt die eerste ontmoeting zo:

Romeo Als mijn niet gewassen handen deze schoonheid besmeuren, laat mijn lippen dan het vuil wegkussen.

Julia Kunt u niet beter gewoon uw handen wassen?

Romeo En mijn lippen? Wat moet ik dan met mijn lippen?

Julia Zwijgen.

Romeo Laat liever mijn lippen spreken als mijn handen zwijgen.

Julia Zeg niks meer.

Romeo Ik zwijg. (hij kust haar) Wat heb jij daarop te zeggen?

Julia Spreken is zilver. Kussen is goud. (hij kust haar) Niet slecht.

Het spel in deze scène (eigenlijk in de hele voorstelling) is in hoge mate gebaat bij zulke staccato-zinnetjes. De Ja-ha! Ik Wil!-_schwung hoort ook heel erg bij alles waardoor de twee pubers hier, als in een dronken roes, worden overmeesterd. Romeo komt uit een ongelukkige kalverliefde die hij tien pagina’s hiervoor nog omschrijft met de vraag: ‘Hoe kan iets, dat ontstaat uit niets, zo zwaar vallen?’ Hij heeft een vermoeden, maar wéten doet hij niks. Voor Julia, bijna veertien lentes jong, is alles letterlijk nieuw. Haar moeder heeft vlak voor de eerste ontmoeting met Romeo aan haar gevraagd of ze al aan trouwen denkt. Waarop ze antwoordt: ‘Ik heb er nog niet eens over gedroomd.’ Deze _star-crossed lovers exploderen zodra ze elkaar zien. Ze dansen dan nog gemaskerd. Maar ze ruiken de liefde.

Shakespeare in Diever lijkt trouwens ingrijpend veranderd. In de kwart eeuw dat ik hier bijna ieder jaar kom, spelen de Dievenaren in een grote kuil met bos eromheen en bosgrond als toneelvloer. Die kuil is gebleven. Het bos trouwens ook. Maar het toneel, het podium, de speelvloer staat tegenwoordig fier in het midden van de kuil, een hoog, smal en transparant gevaarte, voor de spelers van alle kanten en op alle niveaus bereikbaar en beklimbaar. Wij kijkers zitten op twee tribunes tegenover elkaar. We zijn als het ware omsingeld door de vertelling. Vorige zomer kwamen 21.000 mensen kijken. Naar een Shakespeare waar vrijwel niemand van had gehoord, Love’s Labour’s Lost (Lang leve de liefde). Dat record gaat dit jaar met Romeo en Julia gegarandeerd sneuvelen, en fors ook. Er zijn nu al extra voorstellingen ingepland. Om de kuil heen (‘the pit’, zou Shakespeare zeggen) staan de houten bedrijfsgebouwen van de toneelvereniging en de artiesten. Dit jaar is er voor het eerst ook een ‘buitenfoyer’. Waardoor het op zichzelf vrij kleine terrein tijdens de avonden dat er gespeeld wordt, zoemt en zindert van het volksfeest dat deze toneelavonden maar wat graag willen zijn. De vereniging die verantwoordelijk is voor de Shakespeare-voorstellingen telt all-in (spelers, artistiek medewerkers, staf, vrijwilligers) enkele honderden medewerkers, ruim tien procent van de bevolking van dit zandgrondendorp. Diever is Shakespeare.

Romeo en Julia is hier op de kop af dertig jaar niet meer gespeeld. De laatste keer was 1985. Dat lijkt een soort trend. Het stuk is weliswaar een merknaam geworden voor dé vertelling en dé tragedie over eerste liefde onder het gesternte van haat en verraad, maar op het toneel is het werk beduidend minder vaak te zien dan andere over-bekende Shakespeare-titels als Hamlet, King Lear en Othello. Een factor die daarbij een beslissende rol heeft gespeeld is dat de stof van Romeo en Julia in de afgelopen kwart eeuw min of meer lijkt te zijn ‘gekoloniseerd’ door de film. En meer in het bijzonder door twee bioscoopfilms die kort na elkaar in roulatie werden gebracht: Romeo + Juliet van Baz Luhrmann uit 1996 en Shakespeare in Love van John Madden uit 1998. De film van Luhrmann (met de jonge Leonardio DiCaprio en Claire Danes) verkortte het stuk en verplaatste de handeling naar een bendeoorlog tussen twee maffiafamilies. De omzetting naar film, met handhaving van een belangrijk deel van de toneelpoëzie, maakte destijds een verpletterende indruk. Het toneelstuk hinkte als het ware achter de filmische bravoure van Luhrmann cum suis aan en leek die nooit meer te kunnen inhalen.

Dat trok een beetje bij toen de met zeven Oscars omhangen kostuumfilm Shakespeare in Love verscheen. Waarin vernuftig werd gesuggereerd dat het schrijven van Romeo en Julia de echo was van een onstuimige liefdesaffaire van de schrijver met een jongedame van hoge geboorte, en dat het stuk tot stand kwam als product van een bloedige vete tussen twee toneeltroepen in het Londen van 1595. Het leverde een van de allerbeste films over William Shakespeare ooit op. De animo om daarna het stuk nog te spelen werd er niet groter door. In Nederland en Vlaanderen kregen we enkele, voornamelijk curieuze, verbouwingen van Romeo en Julia voorgeschoteld. In Duitsland, van oudsher een uitgesproken Shakespeare-land, verdween de tekst naar de achtergrond. En in het in 1997 herbouwde Globe-theater in Londen kreeg het stuk pas in 2010 een respectabele uitvoering.

Jack Nieborg is een regisseur van het type ‘show, don’t tell’. Op die capaciteit traint hij zijn toneelspelers. Zijn Julia, Judith Teune, is eigen kweek uit de Dieverse toneelopleiding. Romeo is geworven in audities waarvoor jongens uit het hele land kwamen opdraven. Het werd Stijn de Jong, een zeventienjarige gymnasiast van ‘om de hoek’, uit Zuid-Laren. Zij dragen de voorstelling, ze zijn geweldig goed. Expressieve, fysiek fitte en getrainde klimmers, vechters en sprekers. Met een trefzekere, muzikale tekstbehandeling. En een timing om je vingers bij op te vreten. Nieborgs vertaling is een geraffineerde constructie, waar zij naar hartelust in kunnen klauteren. Een constructie die scharniert op ritmes waarin ontroering en spitsvondigheid met elkaar vrijen.

De mise-en-scène, zeg maar: het raamwerk van podiumbewegingen, is raak en sterk ondersteunend. Neem de beroemde balkonscène, tweede bedrijf, tweede scène, vrijwel direct na de eerste ontmoeting. Shakespeare (en zijn ‘traditie’) schrijft voor: Romeo in de tuin, Julia op het balkon, hij mag even klimmen voor een zoen, ze worden onderbroken door de voedster, Julia’s tweede moeder en vertrouweling. Nieborg gooit dat vertrouwde roer om: voor we het in de gaten hebben is Romeo opeens op het balkon en wandelt Julia eronder. Allemaal op het ritme en de harteklop van de tekst. En het lijkt of het ze ter plekke invalt.

Behalve over onstuimige pubers is Romeo en Julia ook een stuk over stomme volwassenen. Die vetes in stand houden en huwelijken afdwingen. Of goed bedoelde plannen maken en oplossingen verzinnen. Van die laatste categorie is pater Lorenzo een goed voorbeeld, hier gespeeld door Dick van Veen, een Diever-veteraan en een stijlvol toneelspeler. Hij heeft in het derde bedrijf een sterke dialoog met Romeo, die radeloos is over zijn dreigende verbanning:

Pater Lorenzo Ik geef je geestelijk voedsel om je te sterken. Het zal je troosten als je verbannen bent.

Romeo De boom in met die troost.

Pater Lorenzo Romeo, luister…

Romeo Nee! Ik heb een enorm probleem aan mijn hoofd.

Pater Lorenzo Twee.

Romeo Wat twee?

Pater Lorenzo Je hebt twee enorme problemen aan je hoofd: je oren die niet willen luisteren.

Romeo Waar moeten ze dan naar luisteren? Naar oude mannen die geen ogen hebben?

Pater Lorenzo Zullen we proberen om vanaf nu ons verstand ook mee te laten doen in dit gesprek?

Het helpt niet meer. Want dat is nu eenmaal het stuk.

Als alles voorbij is, krijgen we nog dat verrassende slotbeeld, dat hard aankomt en zacht raak slaat. Eternal love, jawel, zeker. Het is een treffend slot van een prachtige toneelavond.


Romeo en Julia is te zien in Diever tot en met 12 september. Speellijst op shakespearetheaterdiever.nl. Wacht niet te lang


Beeld: (1) Romeo, Stijn de Jong en Julia, Judith Teune in Romeo en Julia (Koen Timmermans)