BuZa © BNNVARA

Vorige week is de tweejaarlijkse Kees Holierhoek Scenarioprijs voor beste tv-drama uitgereikt. Wordt op het Nederlands Film Festival in Utrecht voor elk denkbaar onderdeel van het filmbedrijf een Gouden Kalf uitgereikt, een kalfje voor tv-fictie-scenario kan er daar nog altijd niet af. Wel voor speelfilmscenario, wat doet vermoeden dat televisie er, op zijn 21ste-eeuws, nog altijd als het sneue zusje van Hare Majesteit Cinema wordt gezien. Terwijl wereldwijd tv-drama vaak beduidend interessanter is dan wat voor de bioscoop wordt gemaakt. Wat dachten we, om al ver terug te gaan, van Mary Hartman, Twin Peaks, All In The Family, The Sopranos, The Wire enz. enz. En lees in De Groene, recenter, bijvoorbeeld Joost de Vries over Succession en The White Lotus. Wat dachten we trouwens van Oud geld, De Daltons, Hollands Hoop, Annie M.G. enz. enz.? Nooit een scenario-Kalf voor die producties, terwijl, met alle respect voor regisseurs, acteurs en andere betrokkenen, geen verhaal verteld kan, geen kwaliteitsdrama denkbaar is zonder scriptfundament.

Die voor buitenstaanders vreemd klinkende Kees Holierhoek-prijs heeft de best denkbare naam. Niet alleen was hij ooit zelf belangrijk tv-scenarist (Waaldrecht, Klaverweide, De Lemmings, Turkse aarde – Hollandse bodem, De schaduw van het water), na zijn schrijfloopbaan werd hij als voorzitter van Stichting LIRA voorvechter van rechten en belangen van ‘tekstmakers’, van toneelschrijver tot freelance journalist, van liedtekstauteur tot tv-scenarist. In 1993 stelde hij voor die laatste categorie de LIRA-scenarioprijs in, de eerste en meest substantiële bekroning van dat ambacht, die kunstvorm. Eerste, spraakmakende winnaar: Wim T. Schippers. Later: Arthur Japin, Ger Beukenkamp (twee keer), Tamara Bos (twee keer), Maria Goos, Mieke de Jong (twee keer), Alma Popeyus & Hein Schütz, Frank Ketelaar, Maike Meyer & Margot Ros, Hans Hylkema, Franky Ribbens en het achtkoppige team dat Fenix (destijds alleen te zien bij KPN) schreef. En daar zijn dan oudgedienden als Annie Schmidt, Eli Asser, Willem Capteyn, Carel Donck, Hugo Heinen, Kees Holierhoek (jawel), het Schrijverscollectief (verantwoordelijk voor De Stratemakeropzeeshow en J.J. de Bom) en, van een jongere generatie, onder meer Robert Alberdingk Thijm en Marnie Blok nog niet eens bij.

De prijs voor beste scenario 2019 en 2020 ging naar Luuk van Bemmelen en Martijn Hillenius voor de inderdaad verrukkelijke serie voor jong en oud Rudy’s Grote Kerstshow (VPRO, 2020). De twee andere genomineerden: het schrijfteam van Mocro Maffia, seizoen 2 (Videoland) en het team van Treur TeeVee, seizoen 2 (VPRO) – meer dan waardige verliezers. De jury stelt vast dat maar één keer eerder een kinderproductie werd bekroond (Dag juf, tot morgen van Tamara Bos, 1999), terwijl het niveau van Nederlands kinderdrama toch hoog is. En noemt de twintigdelige prijswinnaar komisch, ontroerend én spannend, waarbij de gein ontroering nooit in de weg zit. ‘Diepe buiging voor de geraffineerde spanningsopbouw, met aan het eind van iedere aflevering een goed geplaatste cliffhanger.’ Dat de reeks ook inhoudelijk interessant is (kinderexploitatie, de lokroep van commercie, welvaartsverschillen, ernstige ziekte bij een kind, buitenbeentje zijn) heeft zwaar gewogen. Voor wie het heeft gemist: bingen, liefst in gezinsverband, warm aanbevolen, door jury en De Groene.

Actueler: vrijdag begint een nieuwe dramaserie bij BNNVARA: BuZa van, alweer, Frank Ketelaar. Hij kreeg maandag een voorpaginagrote foto op het V-katern van de Volkskrant en bijna drie pagina’s om de ‘geheimen achter het succes van zijn series’ te ontvouwen. Waarbij zijn biografie, van belang voor zijn oeuvre, ook uitgebreid aan de orde kwam. Dit alles zonder enige ironie gezegd, want het is gerechtigheid dat het scenario in de pers eindelijk verdiende aandacht krijgt. En gerechtigheid voor een veelzijdig vakman die na ooit Bij ons in de Jordaan (2000, geschreven samen met Kees Prins, die ook de hoofdrol speelde) onder meer de series Vuurzee, Overspel, Klem, De prooi schreef. Maar ook een paar fraaie Telefilms, waaronder het bekroonde De uitverkorene over de teloorgang van het Veluws-christelijke ict-bedrijf van de gebroeders Baan. Hoofdrol, met Pierre Bokma: Kees Prins. Ouwe gabbers dus, Prins en Ketelaar, want Kees dook in meer van Franks werk op en nu dus ook als hoofdrolspeler in het vierdelige BuZa. Waarvan Ketelaar ook nog eens regisseur is.

Graag zou ik de productie luid bejubelen, maar ondanks alle vakman- en vrouwschap in het geheel lukt me dat toch onvoldoende. Een van de redenen: de disclaimer in de opening (‘elke overeenkomst met bestaande personen, gebeurtenissen, plaatsen of entiteiten berust op louter toeval’) lijkt al snel overbodig vanwege meerdere ongeloofwaardigheden die zich in Haagse kring, afdeling Buitenlandse Zaken, voordoen. Daar is het toch juist fictie voor, kunt u zeggen, maar hier gaat het mij toch te veel schuren met de suggestie van echtheid rond locaties, instanties, procedures en gedragingen. Opvallend trouwens hoe dominant en expliciet de dood hier hoofdrolspeler, katalysator, spanningselement is.

We raken al bij de opening onze minister van Buitenlandse Zaken kwijt aan een hartstilstand in het vliegtuig. Levensecht gefilmd, dat dan juist weer wel. We zien hem later ook nog uitgebreid in zijn kist, ook heel echt, al zie ik ministers niet gauw opgebaard in hun ministerie. Dan wordt een buitenlandse diplomaat verdacht van moord op een prostituee in een bordeel. Maar opheffing van ’s mans immuniteit wordt uitgesteld tot na een stemming in het Europees parlement, omdat zijn Baltische land van herkomst anders wel eens tegen een maatregel ten gunste van de Nederlandse boeren zou kunnen stemmen. (Naar de geest klopt het, zou je kunnen zeggen, want boeren … tja, daar is iedereen bang voor – en er worden vaak vreemde spelletjes gespeeld; maar rond een moord in een hoerenkast?)

Daarbovenop worden Nederlandse gevangenen in een fictieve Midden-Amerikaanse dictatuur zomaar opgehangen. En de opvolger van onze overleden minister is sinds een jaar weduwnaar, maar blijft geregeld vergezeld gaan van zijn overleden vrouw (Saskia Temmink) die hem kritisch bevraagt. De ontroering die plots aanwezige, sprekende doden kunnen wekken ontbreekt. Geestig is het soms wel. Een van de vragen die dode mevrouw Meinema aan haar net als minister geïnstalleerde man Maarten stelt: ‘En je probleem?’ Oei. Welnu, dat blijkt van fikse omvang en wordt ons eerst met slokjes, later met wel erg grote teugen toegediend. ‘Hij spuugt er niet in’, is de omzichtige formulering tussen ambtenaren voor wat een fikse drankverslaving is. Die een onschuldige automobiliste weer bijna het leven kost.

Enfin, deze Maarten komt voor bijna alle politieke ingewijden, ook voor de premier (Jacob Derwig) na vijftien jaar VN-werk in buitenlanden, als een Grote Onbekende. Sigrid Kaag als inspiratie, suggereerde iemand, maar Kaag en Prins alias Meinema, nee. In feite is maar één ambtenaar op BuZa, partijgenoot, lyrisch over hem op basis van veel vroegere samenwerking, en instigator van de nogal risicovolle benoeming. En de AIVD heeft of geen of een belabberd risicoprofiel geleverd. Zie zelf, want ja, ik blijf ook kijken.

Omdat er prima geacteerd wordt, ook door relatief onbekende acteurs (Sanne Samina Hanssen; Werner Kolf) en omdat Kees Prins altijd de moeite waard is. Omdat Meinema meer dan louter drankorgel is en zodra hij een cliché lijkt te worden een verrassende andere kant laat zien. En omdat Ketelaar, ondanks genoemde scenariobezwaren, voortreffelijk en geestig dialoogschrijver is. Ik blijf na twee afleveringen toch nieuwsgierig naar waar dit heen gaat. Niet een guilty pleasure van het hooggebergte als Succession, wel eentje van het heuvellandschap. Al is Ketelaar zelf meerdere keren hoger geklommen.

Maar dan het slechte nieuws. Van immens belang voor de waardering van het scenario zijn naast LIRA ook wijlen het Mediafonds en haar directeur Annemieke Gerritsma geweest. Waardering artistiek en financieel. Bij toekenning van dramasubsidie aan omroepen werd voor het eerst fatsoenlijke honorering voor scenaristen, tot dan tamelijk vogelvrij, als voorwaarde gesteld. Dat heeft stimulerend gewerkt voor het niveau van Nederlands drama. Dat Mediafonds is in 2016 onder groot protest uit de hoek van makers van kwaliteitsdrama (en documentaire) opgeheven. Ik was er zijdelings bij betrokken en hoewel loketten die subsidiegeld verdelen altijd kritiek krijgen van makers wier aanvragen niet worden gehonoreerd, was ik onder de indruk van ernst en integriteit waarmee aanvragen beoordeeld werden door commissies uit de wereld van kunst en cultuur (nee, ik heb nooit mee beoordeeld).

Die opheffing was een slechte zaak, waarbij veel expertise verloren ging, maar werd verzacht door de oprichting van het NPO-Fonds, dat ook met deskundigen werkt en zestien miljoen jaarlijks, ook voor radio en internet, te verdelen heeft (een schijntje op de mediabegroting). Had, wilde ik zeggen, maar zo ver is het niet. Nog niet, want de NPO overweegt wel degelijk ook dat fonds af te schaffen.

In de leader van BuZa flitst een aantal echte ministers van Buitenlandse Zaken voorbij: Luns, De Hoop Scheffer, Kaag, Blok en, jawel, diens directe voorganger Zijlstra. Halbe zal dat niet leuk vinden, want het is uitgerekend het moment waarop hij af moet treden vanwege een stupide Poetin-leugen. Voor hem een tragische, carrière brekende zaak, maar toen noch nu voel ik ook maar een greintje mededogen met de man die daarvoor de cultuursector onherstelbaar, bot en met apert genoegen heeft beschadigd. Populisme van het meest troebele soort. Ik kan er niets aan doen: bij de berichten over mogelijke opheffing van het NPO Fonds verschijnt zijn gelaat voor het geestesoog. Net als corona: houdt het dan nooit op?

Frank Ketelaar (scenario en regie), BuZa, vier delen, BNNVARA, vanaf vrijdag 19 november, NPO 1, 21.30 uur.