In haar nieuwste boek Mission Economy pleit de Londense hoogleraar Mariana Mazzucato voor een ‘missie-gedreven’ overheid. Vorige maand gaf zij (virtueel) in TivoliVredenburg de D66-Marchantlezing. Mazzucato betoogde daar, net als in haar eerdere boek De ondernemende overheid, dat de sleetse tegenstelling markt versus overheid niet helpt om te begrijpen hoe het kapitalisme werkt. Zonder overheden bestaan er helemaal geen markten. De overheid is altijd bezig de markt vorm te geven. De vraag is niet: willen we meer of minder overheid, maar: hoe willen we dat de overheid de markt vorm geeft?

Het neoliberale idee is dat dit moet gebeuren ten behoeve van grote bedrijven en de rijkere burgers. Mazzucato wijst op de missie van de overheid als bepalende factor. Hier en nu betekent dat: de maatschappij door een pandemie leiden, de transitie naar duurzaamheid maken. Het zijn missies waarin technische innovaties zoals vaccins en waterstofenergie centraal staan.

De reden dat zulke nieuwe en vernieuwende veranderingen door het bedrijfsleven niet zonder overheid lukken, is dat het niet om kleine stapjes op bekend gebied gaat. Er moeten grote sprongen worden gemaakt, met radicale innovaties. De kosten en baten zijn nog onduidelijk, de noodzaak en het enorme potentieel niet. Dat rechtvaardigt een forse investering met altijd onzekere uitkomst. De overheid is de enige partij die – namens ons allemaal – radicaal nieuwe processen breed in gang kan zetten en daarbij zulke grote financiële risico’s kan nemen. Mazzucato’s ondernemende overheid is geen boekhouder die eerst alles kloppend moet krijgen, en ook geen investeringsfonds dat bestaande ideeën en bedrijven opkoopt. Ze moet een durfkapitalist zijn. Soms met zeperds tot gevolg, maar als het lukt, zijn de baten groot. Dan is het dus wel belangrijk, aldus Mazzucato, dat de overheid namens ons ook de vruchten plukt. Dat kan ze door als staatsbedrijf of aandeelhouder mee te doen, of door afspraken over eigendom en licenties te maken.

Ik moest afgelopen week aan Mazzucato’s optreden terugdenken. Onze eigen overheid is – samen met staatsbedrijf Gasunie en Shell – bezig het waterstofenergiecentrum NortH2 in Groningen te bouwen. Het kabinet wil tot 2030 tientallen miljarden investeren om vier gigawatt waterstofcapaciteit te bouwen, als onderdeel van de Europese strategie om tot veertig gigawatt te komen. Prima, dacht ik, we investeren in de toekomst – niet alleen van de planeet, maar ook van onze economie, die zo in de Groningse Energy Valley na het gastijdperk een spilpositie behoudt. Regeren is vooruitzien.

Mariana Mazzucato’s overheid moet een durfkapitalist zijn

Nieuwsuur berichtte dat Ulco Vermeulen van de raad van bestuur van Gasunie nu waarschuwt dat de overheid voorwaarden moet stellen bij de miljardensubsidies. Anders zou ze macht en zeggenschap in de nieuwe waterstofeconomie aan het bedrijfsleven verliezen, wellicht zelfs aan een monopolie (lees: Shell). Over die vormgeving zou een politiek debat moeten worden gevoerd in de Tweede Kamer, meent hij.

Inderdaad, dacht ik. Vermeulen heeft gelijk. Voorkom dat dit het zoveelste neoliberale project wordt. Organiseer democratische inspraak en zorg ervoor dat eventuele baten de maatschappij ten goede komen.

Maar toen nam de berichtgeving een vreemde wending. Arno Visser, voorzitter van de Rekenkamer, boekhouder van de staat, werd geïnterviewd. Hij waarschuwde dat ‘de business case niet compleet en het totale financiële plaatje niet op orde is’. De volgende spreker, hoogleraar staatsrecht Paul Bovend’Eert bleek financieel expert te zijn geworden. Hij somberde voor de camera: ‘Dit is een sprong in het duister. Je hebt nog geen concrete plannen, je weet niet wat precies de doelstellingen zijn. Geen goed beeld van de financiële gevolgen. En dat is riskant.’

Ja, wat willen we nu? Een voortrekkersrol in radicale innovaties en grootschalige investeringen binnen de EU, maar alleen als we vooraf zeker weten dat we er geld aan verdienen? De Rekenkamer is nodig en nuttig, maar ondernemers laten hun strategie niet door de boekhouder bepalen. Bovend’Eert kan vanuit zijn expertise alleen wijzen op de noodzakelijke rol van de volksvertegenwoordiging. Door de framing van Nieuwsuur wordt de inherente openheid en onzekerheid van zo’n innovatie nu tot het probleem gemaakt. Dat was niet Vermeulens punt. Een sprong in het duister, of op z’n minst in het schemerlicht van de onzekere toekomst: dat is precies wat we nodig hebben. Wie niet wil springen, zet kleine stapjes – en komt te laat.