Televisie: ‘De kijk van Koolhoven’

Springen over het Kanaal

Martin Koolhoven © VPRO

Over De kijk van Koolhoven schreef ik vorig seizoen niet, mede omdat ik het te moeilijk vond. Ik blijf bij tv-drama, discipline die verschilt door de afmetingen van het scherm, met alle visuele en inhoudelijke gevolgen van dien – deels gevat in het begrippenpaar ‘director’s medium’ (cinema) versus ‘writer’s medium’ (tv). Simplificatie, maar toch. Onvoldoende thuis in cinematografie ben ik meer de kapelaan die inhoud, moraal, tendens weegt. Ja, de ene boevenachtervolging is knapper gedraaid dan de andere, net zoals de ene auto spectaculairder van rotsen de zee in flikkert dan de andere, maar boeien doet het me zelden.

In aflevering twee van zijn tweede reeks Kijk, waarin Martin Koolhoven de Europese misdaadfilm bespreekt, zegt hij over de Franse variant: ‘Veel mensen denken dan aan een saaie film over een man die uit het raam staart.’ Die zijn er zeker, zegt hij, maar Franse grote-publieksfilms kunnen gewoon heel lekker zijn. Betrapt, denk ik, ik hou meer van films over uit het raam starende mannen – ben er zelf een. Dan laat Koolhoven iets zien uit Du rififi chez les hommes (1955) van Jules Dassin. Beroving van een juwelierspand door een team specialisten. Bijna een half uur totaal woordloos en ik ben weer zestien en verkocht, zittend in bioscoop Victoria op de Sloterkade. Formidabel. Madeleine, dankzij Koolhoven.

Maar, veel belangrijker dan dit particuliere plezier: wat is het leuk als iemand onwaarschijnlijk veel weet over een onderwerp en daar hartstochtelijk over praat. En dat niet in autocue-braafheid, maar, hoewel gemonteerd, toch schijnbaar aus einem Guss, improviserend, associërend zonder de grote lijn te verliezen. Wat is trouwens enthousiasme van een kenner in welk vakgebied dan ook (vogelkenner, meubelmaker) toch aanstekelijk. We springen met een acteur levensgevaarlijk over Parijse daken (Banlieue 13 van Pierre Morel, 2004) – en dan terug naar de stilte van Rififi (1955). We zien hoe Jean-Pierre Melville met Un flic (1972) Alex van Warmerdam inspireerde. Ik zie door gids Koolhoven veel beter dan destijds hoe indrukwekkend La haine (Mathieu Kassovitz, 1995) in beeld is gebracht, opgeslokt als ik destijds was door de vertelling.

Springen we over het Kanaal naar The Long Good Friday (John Mackenzie, 1980) waaruit we de scène zien waarin de geniale Bob Hoskins woordloos een scala van emoties over zijn gezicht laat trekken als hij beseft dat hij eraan gaat. Zelfs zonder context adembenemend. In Sexy Beast (Jonathan Glazer, 2000) zien we hoe Ben Kingsley, die in 1982 de heilige Gandhi speelde, diens angstaanjagende tegenpool kan zijn. En we leren waarom Once Upon a Time in America (VS, Sergio Leone, 1984) naar de geest Europees is. Ach, we leren zoveel, ook dankzij Peter Lorre in Fritz Langs M (1931). Veel van Koolhovens ‘lekkere’ genrefilms blijf ik niet moeten, maar fijne colleges zijn goud waard.


Martin Koolhoven (verteller), David Kleijwegt (regie), De kijk van Koolhoven, VPRO, tweede reeks, zes delen, vrijdags vanaf 21 februari, NPO 3, 21.25 uur. Sequels, remakes via Gemist. Eurocrime 28 februari. Daarna nog Aliens, American Gangster 1 en 2, Tijdreizen