Menno Hurenkamp

Springvloed

De afgelopen dagen dobberde ik in een zeilboot op de Noordzee. In principe heb je dan tijd om na te denken. Bijvoorbeeld over het grote aantal akkefietjes dat de Haagse politiek nu teistert, Pronk en Verdonk en Van Bommel en de diepere grondstromen die al deze deining veroorzaken. Maar kleine werkjes nemen je op zo’n boot in beslag. Allerlei touwen, ‘lijntjes’, ‘trossen’ of ‘landvasten’ en zwengels, ‘lieren’ of ‘winches’, vragen voortdurend aandacht. Je staart telkens door ‘peilkompasssen’ en sjort aan ‘schoten’. Men haalt je er voor uit je bed – zo je daar überhaupt in weet te blijven liggen. En bij alles wat je doet, is er ook nog ‘één hand voor de boot’, omdat je anders in het water eindigt. Zeilen lijkt een kapitalistische zee van vrije tijd. De werkelijkheid is dat je ook op een boot van een half miljoen rondsjokt als arbeider onder de arbeiders: koud, nat en ’s avonds laat blij met een bord lauwe aardappels.

Dus pas zestig mijl uit de kust daagde de verklaring voor de hausse aan opstootjes van de laatste weken. Het gaat om wind én om stroming. Eerst de wind. Politieke partijen die het electoraal goed gaat (nu: cda, SP) worden geplaagd door de vraag of hun cultuur wel deugt. Logisch, de media zijn achterdochtig van nature: prima dat jullie populair zijn, maar dan zal binnenskamers wel iets niet deugen. Maar de partijen die het electoraal slecht gaat (nu: pvda, vvd), worden geplaagd door de vraag of hun koers wel deugt. De media denken, andermaal zwart-wit: men wil niet op jullie stemmen, dus jullie boodschap deugt niet. Deze kritiek bepaald door positie in de peilingen, dat is de wind. Maar er is ook zoiets als een partijtraditie. Dat is de stroming. Je hebt partijen die van oudsher liever niet intern twisten (cda, SP), en je hebt er die dat juist gráág doen (pvda, vvd). Ook de partijtraditie is een kracht op zichzelf.

Wat we nu zien is dat wind (media) en stroming (cultuur) elkaar versterken tot een springvloed aan incidentjes. De clubs die het electoraal goed gaat, twisten onderling niet graag, maar worden – omdat het ze goed gaat – wél overwegend op hun interne verhoudingen aangesproken. Die combinatie móet tot incidenten leiden. Zie de affaire rond het SP-Eerste-Kamerlid Yilderim die een doorstart kreeg met de fratsen van Tweede-Kamerlid Harry van Bommel. Maar ook het cda tracht een lastige hoofdredacteur weg te werken – Thijs Janssen die het (mooie) blad cdv maakt. Tenzij ik me vergis – en dat kan, zo tussen de huizenhoge golven – is daar minder aandacht voor geweest dan voor Van Bommels onderbroek. Vermoedelijk omdat het cda machtiger is en het voor journalisten minder bedreigend is de SP te plagen.

De clubs die het nu niet goed gaat, hebben van zichzelf al conflictueuze trekken. De peilingen staan voor hen niet goed, en dus achtervolgt hen de vraag naar hun inhoud: zijn ze het wel eens over de koers? Dat is precies de kwestie waar ze van oudsher zelf druk mee zijn. Ook hier versterken wind (media) en stroming (partijcultuur) elkaar tot een orkaantje aan ideologisch gekibbel. Vandaar dat Pronk en Verdonk telkens weer de voorpagina halen. En terwijl ik op het voorlopige eindpunt van de redenering in mijn ‘Noordzee-model’ belandde, wakkerde de wind aan tot 35 knopen en werd ik even héél misselijk. Maar ik bereikte tijdig, en ‘met één hand voor de boot’, de reling.