Menno Hurenkamp

Sprinkhanen

Het is een onverbiddelijke wet. Landen waar wij huisjes aan zee kopen, sturen ons gastarbeiders. Ooit vestigden Nederlanders op zoek naar de zon zich in Spanje, Griekenland, Italië. Later werd het Turkije. Voor luttele bedragen kochten gewone Nederlanders daar witte villa’s, om er de winter of schoolvakanties door te brengen. En die landen waar we dat deden, mochten ons vervolgens graag van goedkope werknemers voorzien. Wat het verband is tussen de aanschaf van vakantieverblijven en het aantreden van gemakkelijk personeel staat nog niet vast. Komt men uit dankbaarheid of uit ergernis? Is de stiekeme bedoeling van de arbeidsmigranten geld te verdienen om al die door buitenlanders aangeschafte strandhuizen te kunnen terugkopen? Wie weet. Maar de relatie is een feit. En dat leidt tot de conclusie dat we hier binnenkort over Amerikaanse gastarbeiders beschikken.

Immers, de verhalen over Nederlanders die in Florida villa’s opkopen, stapelen zich op in de media. Met ‘een tonnetje in euro’s’ pak je een vierkamerwoning met uitzicht op zee, vertellen huizenhandelaren hier op beurzen. Want de Amerikaanse banken hebben domme trucs uitgehaald met hypotheken voor de niet-rijken. Nu veel Amerikanen hun schulden niet kunnen afbetalen, moeten de banken enorme bedragen afschrijven en dalen de prijzen van de huizen fors. Bovendien staat de dollar ook nog eens heel erg laag. Thuisblijven is duurder, zo ontdekken de Nederlanders, die nog eens de benzinetank volgooien voor een kwart van wat ze gewend zijn. Het beeld van een nieuwe Costa Brava doemt op. Enclaves van Hollandse pensionado’s naast de Cubanen in Miami. Tussen Orlando en Almere pendelende tweeverdieners.

De recente geschiedenis leert dus dat zich hier binnenkort werkzoekende Amerikanen aandienen. Volgens onderzoek van het gerenommeerde bureau Zogby overweegt inderdaad een tiende van de Amerikanen om hun land – op z’n minst tijdelijk – te verlaten. Of ze bij ons tandarts en dokter mogen worden staat te bezien. Die beroepsgroepen weten de overheid wel duidelijk te maken dat concurrentie op de wereldmarkt (‘globalisering’) meer iets is waar mensen zonder diploma last van moeten hebben. Maar als loodgieter of makelaar is ook een hoop geld te verdienen, dus geen nood voor de ambitieuzere Amerikanen. Zelfs als schoonmaker zouden ze een eind moeten komen, of wellicht als krantenjongen. Vergeet niet dat 1500 euro per maand gelijk staat aan het inkomen waarvan dertig procent van de Amerikaanse huishoudens moet rondkomen. Wie hier hard werkt en zuinig leeft, houdt genoeg over om zijn gezin in Cumberland, Tennessee te onderhouden.

Zo zal het niet gaan. De gemiddelde Amerikaan roostert liever zijn laarzen bij wijze van diner dan dat hij zijn land verlaat om elders geld te verdienen. En wie weet trekt een nieuwe president het land weer uit het slop. Maar de vermaledijde verzorgingsstaat Nederland, bespot om al zijn sociale regels en voorzieningen, stuurt een sprinkhanenplaag op klompen naar het land van de onbegrensde mogelijkheden om daar de failliete boedel te kapen. Dat zet de sinds Ruud Lubbers’ uitspraken sterk levende gedachte dat ‘Nederland ziek is’ in een andere context. Het zijn inderdaad de arme Amerikanen die slachtoffer zijn van de ontwikkelingen. Reden te meer om rechtse retoriek over de vitaliteit van het Amerikaanse model versus de sleetsheids van het Rijnlandse model met vrolijke scepsis te beantwoorden. Trots jazeker, op onze sociale inventiviteit.