Groen

Sprookje

September. Vroeger, als ik uit schilderen ging om geld bij te verdienen: kraakfrisse ochtenden, spinnenwebben, spinnen, een zurige geur in de lucht, dauw en algehele vochtigheid vanuit de grond, stroperige verf. Kastanjes die het er al bij laten zitten, wat helemaal niet vreemd is, die domme bomen botten veel te vroeg uit, en zijn na de eerste koude, winderige nacht al bruin, wat de hele lange zomer lang niet meer goed komt; ongeduldige fruitbomenbezitters plukken de eerste Gieser wildemannetjes en ongedurige walnotenboombezitters kijken de vruchten uit de takken, de najaarframbozen worden geplukt, gekookt met flink veel geleisuiker en in potten gestopt; en overal die spinnen en als het nog een beetje warm wezen wil libellen, die ik altijd associeer met de zomer en zinderend stilstaand water; tuiniers bekijken met vochtige ogen hun Kirengeshoma palmata, verkneukelen zich over de zachtgele bloemen die nog lang niet van opgeven weten, maar ze vragen zich zoals elk jaar weer af wanneer ze de verfrommelde Lavendel zullen snoeien, nu of toch maar wachten tot het voorjaar, en vermijden het naar hun Hosta’s te kijken, liever verbazen ze zich over onverwachte nabloei van Magnolia en Wisteria sinensis of inspecteren het hout dat keurig gekloofd vocht ligt af te scheiden onder het afdakje; rozenliefhebbers zitten achter een of andere sempervirens met de snoeischaar in de aanslag, de échte die-hards willen immers niet de winter in met struiken tot borsthoogte, en waar in godsnaam vinden ze nog een boer die oude stalmest heeft, niet alleen goed voor de grond, maar ook met een zoetige walm die mooi zich vermengt met de rinse septembergeur in het algemeen; aan de overkant van het Kanaal lopen de Beagles zich warm, wordt proefgeblazen op hoorns en verdringen de celebritychefs zich om de fijnste kookprogramma’s te maken, de herfst immers is de tijd van overvloedig en eerlijk eten, met vers spul, direct van het land of uit de boom. September, de havermaand (o ja, stomende paarden in de wei), de grensmaand, die, hoewel uiteindelijk uitmondend in herfst en winter, toch altijd een tintelende verwachting in zich heeft. Het lijkt goddomme wel een sprookje.