Sprookjes van Afghanistan

Over een paar weken zijn al onze jongens en meisjes terug uit Afghanistan. Nog net bijtijds, hopen we. Niet dat we zouden twijfelen aan hun dapperheid, inzet, hun verdienstelijk werk ter plaatse. Maar van het begin af is het voortdurend de vraag geweest welk perspectief hun aanwezigheid in groter verband zou kunnen hebben. Die vraag is door geen van de verantwoordelijke kabinetten beantwoord. Voortdurend heeft Den Haag de indruk gewekt dat het hier feitelijk om een bilaterale verhouding tot de provincie Uruzgan zou gaan, waarbij onze taak beperkt zou zijn tot het slaan van waterputten, de aanleg van wegen en het bouwen van scholen. Ongetwijfeld hebben de soldaten zich kranig geweerd maar het heeft niet voldoende geholpen. De opbouwmissie ontwikkelde zich tot vechtmissie. Dat was niet afgesproken maar toch bleven we. De oppositie groeide maar de vechtersbazen in het kabinet en de Tweede Kamer gaven geen krimp, lijmden er een verlenging aan waarbij de vechtmissie tot trainingsmissie werd. Laten we hopen dat het met die vergeefsheid nu ook is afgelopen.
In werkelijkheid zijn we ook als ‘leidende natie’ in Uruzgan altijd afhankelijk geweest van wat er in groter verband werd besloten. Dat gebeurde in Washington. En daarna moesten we afwachten hoe daarop door de Taliban, de president in Kaboel, drugshandelaren en krijgsheren zou worden gereageerd. Nooit heeft een Nederlandse minister van Defensie daarover opening van zaken gegeven, en nooit is iemand in de Kamer op het idee gekomen de bewindsman daarover grondig te ondervragen. In feite is onze missie in Afghanistan ook een Nederlands schandaal, zoals onze steun aan president George W. Bush en zijn inval in Irak. Dankzij de commissie-Davids zijn we daarover nu officieel iets wijzer geworden. Over Afghanistan zijn we nog niet behoorlijk ingelicht.
In Washington is nu, nadat eerst de surge onder leiding van generaal McChrystal was aangekondigd, daarna McChrystal ontslagen en door collega Petreaus opgevolgd, nieuwe twijfel ontstaan. 'Na negen jaar oorlog en een toenemende Amerikaanse betrokkenheid is het nog altijd niet waarschijnlijk dat de Amerikaanse investeringen in mensenlevens en kapitaal op een of andere manier tot duurzame verbeteringen zullen leiden. Het is tijd om onze ambities naar beneden bij te stellen en onze betrokkenheid te verminderen en te reorganiseren.’ Dit schrijft Richard N. Haass, voorzitter van de Council on Foreign Relations, in het deze week verschenen nummer van Newsweek. In het artikel analyseert hij de anderhalf jaar Afghaanse praktijk van Obama. De president heeft drie mogelijkheden. De eerste is stay the course, op dezelfde weg verdergaan tot over een jaar een begin wordt gemaakt met het terugtrekken van de troepen. Dit betekent dat Amerika op z'n minst nog eens honderd miljard dollar zal moeten betalen terwijl de Taliban, die zich toch al doeltreffend hebben gereorganiseerd, een nog aanlokkelijker licht aan het einde van de tunnel zullen zien. En dan, als het Westen straks echt vertrekt? Dat zou het einde van de regering-Karzai betekenen, waarschijnlijk een burgeroorlog, gezichtsverlies voor de Navo. Voor Haass is dit geen optie.
Een andere mogelijkheid is onderhandelen met de Taliban. Dit initiatief zou dan moeten eindigen in een soort verdeling van het land waarbij Amerika en haar bondgenoten het zuiden zouden erkennen als land van de Pasjtoen waar de Taliban het feitelijk voor het zeggen zouden krijgen, op voorwaarde dat daar al-Qaeda niet zou worden toegelaten, op straffe van hernieuwde bombardementen. Het andere deel van Afghanistan zou verder in het genot van de westerse hulp blijven. Het risico is dat er dan een zelfstandig Pasjtoenistan zou ontstaan, wat in Pakistan weer als een bedreiging zou worden gezien. En op de ontwikkelingen die daaruit kunnen voortvloeien, zou het Westen geen enkele invloed meer hebben.
Derde mogelijkheid. Vragen we ons eerst af waarom het Westen uiteindelijk in Afghanistan aanwezig is. Ten eerste om te verhinderen dat al-Qaeda daar een veilige uitvalsbasis zal vestigen; ten tweede om te verzekeren dat uit Afghanistan de stabiliteit van kernmacht Pakistan niet zal worden bedreigd. Volgens het hoofd van de CIA, Leon Panetta, zijn die twee doelen vrijwel bereikt. In Afghanistan houden zich misschien nog zestig tot honderd leden van al-Qaeda verborgen. Het heeft geen zin om met een leger van honderdduizend man dit clubje in bedwang te houden. 'De oorlog die wij daar nu vechten, is aan het mislukken en is het niet waard gevoerd te worden.’ Dat is de conclusie van Haass.
De nieuwe secretaris-generaal van de Navo denkt er anders over. Meer troepen, nog intensievere bemoeiing met de democratisering en wederopbouw. Afgelopen dinsdag hebben zeventig landen en internationale organisaties in Kaboel een conferentie gehouden. Voor Nederland zal het resultaat zijn dat er weer om troepen wordt gevraagd. Weigeren. Eerst moet onze oorlogsleiding met begrijpelijke en uitvoerbare plannen komen.