Menno Hurenkamp

Spruitjes

Het is zo last week om te constateren dat de verkiezingsuitslag voor de Tweede Kamer een overwinning van de provincie inhield. Ik heb deze ‘verzwolling’ – deze machtsgreep van Zwolle, als model van het degelijke Nederland, over Amsterdam, als model van het vrijzinnige Nederland – op deze plek reeds regelmatig aangekondigd. Het doet pijn, maar ik zal me verder onthouden van pedant-grootsteedse opmerkingen daarover. Ettelijke commentatoren hebben er ook al op gewezen dat het ‘gemeenschapsdenken’ nu een zege heeft geboekt op het ‘liberalisme’: dat de denkers van orde en fatsoen de denkers van vrijheid en creativiteit electoraal het nakijken hebben gegeven.

Balkenende en zijn teerbeminde filosoof Amitai Etzioni, die zo hechten aan het herstel van onze gemeenschappen, hebben gewonnen. Bos, Halsema en de vvd van onder Bolkestein, toen men daar nog aan nadenken deed, hebben verloren met hun vrijheidslievende filosofen John Rawls en Isaiah Berlin. De commentaren bevatten steevast wat zure opmerkingen richting Balkenende en consorten – omdat het een zooitje conservatieven van heb-ik-jou-daar zou zijn, dat niet alleen abortus, euthanasie en koopzondag, maar ook zelfgekozen eenzaamheid en seks voor en na het huwelijk wil verbieden. Dit is dan bedoeld als hint richting de informateur van een nieuw kabinet: hallo meneer Hoekstra, let op dat die behoudende gasten niet in één keer al onze verworvenheden uit de jaren zestig en zeventig terugdraaien.

Daar reageren die gemeenschapsdenkers, ‘communitaristen’, zoals ze ook wel heten, heel verbaasd op. Wíj conservatief, ben je mal, we zijn alleen voor meer dialoog tussen de mensen, het liefst zelfs voor meer moréle dialoog, over alles tussen klimaatverandering en kinderporno. Wanneer een groep mensen, een ‘gemeenschap’, práát over hun uiteenlopende meningen, stellen ze samen vast wat ze goed en slecht vinden. Zo ontwikkelen ze gezamenlijk hun waarden en normen. Dat heeft niets met conservatisme en spruitjeslucht te maken, mopperen de gemeenschapsdenkers, maar alles met hoe mensen nu eenmaal zijn: groepsdieren. Daar voegen ze trouwens iets paradoxaals aan toe. Namelijk dat wanneer je mensen wél als ongebonden individuen benadert, zoals liberalen willen, niemand zich gehouden voelt aan de regels van de maatschappij. Dan krijg je bandeloos gelazer, anomie, Sodom, rookworst zonder loodjes, het Romeinse Rijk in zijn nadagen, the works. Dus echt zeker van hun zaak zijn ze eigenlijk niet.

Maar dat van die groepsdieren, daar hebben die ‘communitaristen’ groot gelijk in.

Het probleem is dan ook niet dat gemeenschapsdenkers conservatief zijn, zo’n zacht verwijt horen ze graag. Het leidt af van de echte kwestie. Die is dat die gemeenschappen van hunnie vreemdelingen buitensluiten. Mensen praten alleen met mensen die erg op henzelf lijken. Types met afwijkende voorkeuren of uiterlijk – homo’s, zigeuners, artiesten, joden, Arabieren – worden in ‘gemeenschappen’ in het beste geval geplaagd en in het slechtste geval doodgemaakt. Waarom staan er zo verdomd weinig migranten op de lijst van de SP, hoe zit het met homo’s bij de ChristenUnie? Linkse arbeiders en sociale christenen hebben een glashelder, eendimensionaal zelfbeeld en wie daar niet aan voldoet, hoort er niet bij. In een partij is dat prima, voor een maatschappij als de onze is dat een drama. Niet spruitjeslucht maar onderdrukking is het probleem. Onze gemeenschappen moeten dan ook helemaal niet gereanimeerd worden, want ze zijn nog springlevend: ze moeten leren omgaan met ruzie, met conflicten en verschillen. Dát is de boodschap van de verkiezingsuitslag, meneer Hoekstra. Tot volgende week.