H.J.A. Hofland

Sputteren

Iets meer dan vier jaar geleden, kort voor het begin van de aanval op Irak, heb ik een column geschreven waarin ik een grote vergissing heb gemaakt. De oorlog was al onvermijdelijk geworden. Paus, wapeninspecteurs van de VN, Schröder en Chirac: ze konden soebatten wat ze wilden, maar president Bush had zijn besluit genomen. Er was, dacht ik toen, nog één macht die de Amerikaanse regering ertoe zou kunnen brengen van deze heilloze onderneming af te zien: de publieke wereldopinie.

De aanval begon. De tegenstanders sputterden nog wat na, een paar kranten die toch al tegen waren, tekenden protest aan, hier en daar verzamelden zich clubjes betogers en dat was dat. Standbeelden van de dictator werden omver getrokken, bevrijde kinderen kregen chocola, embedded reporters die van de opmars direct getuige waren, schreven het allemaal op, legden het vast voor de televisie. Deze week herdenken we de historische eerste mei, de president die op het vliegdekschip Abraham Lincoln het einde van de ‘major operations’ afkondigt, met op de achtergrond in koeien van letters de tekst ‘MISSION ACCOMPLISHED’. De democratisering van het hele Midden-Oosten was begonnen!

Hoe heeft de wereld zich vier jaar lang een zo gigantisch oor kunnen laten aannaaien? Verder rommelend in het verleden vond ik een column van 8 oktober 2003, waarin ik een interview van Menno de Galan met David Halberstam citeer. ‘In de jaren negentig hebben de nieuwszenders hun journalistieke geheugen verkwanseld’, zei David Halberstam. Daarna legde hij uit hoezeer Irak hem aan Vietnam deed denken. Hij noemde ook overeenkomsten tussen de weergave in de media, toen en nu. De aanvoerders van de onderneming waren geneigd alle kritiek, ook gefundeerde kritiek, met onthutsende bewijzen gestaafd, als een soort landverraad te bestempelen en aldus onschadelijk te maken. Maar, zei Halberstam, tussen Vietnam en Irak in de media is één verschil. Na de Koude Oorlog is het televisienieuws waardoor de publieke opinie wordt gevormd, steeds lokaler en leuker geworden.

Het opmerkelijke is dat de aanval van 11 september 2001 daarin geen wezenlijke breuk heeft veroorzaakt. In Amerika is het patriottisme opnieuw geactiveerd. De datum is het begin van de ‘war on terror’ die na een campagne van leugens tot de oorlog in Irak heeft geleid. Verder hebben de elfde september en latere aanslagen in het Westen het wantrouwen en de haat tegen ‘de’ moslims bevorderd. In Europa is dat een belangrijke politieke factor geworden. Maar voor het overige is de publieke opinie er niet dusdanig door geraakt dat die zich van haar entertainment, het voetballen en het grote nieuws van om de hoek heeft laten afbrengen. Eerder is het grote publiek verder geprovincialiseerd.

Hoe komt dat? Je bent geneigd de techniek de schuld te geven. Eerst was het de televisie. Daarna de laptop met fun. Nu misschien het mobieltje. Aan het begin van deze eeuw bevond dit gereedschap zich verhoudingsgewijs nog in het stenen tijdperk. Nu is het mobieltje de toverstaf van het modernste leven. Uit de laptop en het mobieltje plus camera is de burgerjournalistiek verrezen. Iedereen is journalist, iedereen kan een foto van een overstroming of een brand om de hoek maken. Iedereen kan iedereen uitschelden. De toekomst, dat weten we nu, is aan de bloggers. Het totale informatietijdperk is definitief aangebroken.

Is dat zo? Sinds het begin van Irak schrijven de beste Amerikaanse journalisten – Seymour Hersh, Bob Woodward, Peter W. Galbraith – boeken over de zich onweerstaanbaar uitbreidende catastrofe. Ze staan op bestsellerlijsten. Hun invloed is nul. Vorige week kwamen de VN met alarmerende cijfers over vier miljoen vluchtelingen van wie twee miljoen in Jordanië en Syrië. Het zal wel, denkt de publieke opinie. Deze week is een rapport verschenen over de wederopbouw van Irak. Wat je wederopbouw noemt. Deze onderneming is vastgeraakt in oeverloze verspilling en corruptie. Wie herinnert zich nog dat volgens mevrouw Rice, vier jaar geleden, de wederopbouw een fluitje van een cent zou zijn, bovendien door het land zelf gefinancierd? Vorig jaar zomer liet premier Olmert ten behoeve van twee ontvoerde Israëlische soldaten Beiroet verwoesten. Nu blijkt uit een onderzoek dat er toen ‘grote fouten’ gemaakt zijn. De soldaten zitten nog vast. Van je fouten leer je, zegt Olmert en hij blijft zitten. En dan hebben we Nederland, met kabouterpremier Balkenende, die vier jaar geleden achter Bush stond en nu geen onderzoek naar zijn motieven wil. De PVDA gaat wegens coalitiebelangen door de pomp.

De moderne communicatie is een van de oorzaken van de mondialisering. Tegen de verwachtingen van een jaar of tien geleden in is het een paradoxaal proces geworden. Het nieuws van de dorpspomp en de leugens van de machthebbers zijn gemondialiseerd. De publieke opinie kan dat allemaal weten, of weet het misschien ook wel, maar heeft er uiteindelijk vrede mee. En dat weten onze leiders ook. Vandaar dat ze de waarheid blijven ontduiken en de verantwoordelijkheid voor hun leugens blijven ontlopen. Met gemak.