Srebrenica is Nederlandse geschiedenis

Bosnian Girl, het nieuwe collectief van vier prominente Bosnisch-Nederlandse vrouwen, lanceert deze week de campagne Srebrenica is Nederlandse geschiedenis. Niets tegen in te brengen, zou je zeggen.

Tijdelijk fotomonument voor de 25-jarige herdenking: 25 25-jarige Bosnische Nederlanders. © Robin de Puy

Vierhonderd Nederlandse blauwhelmen keken in 1995 machteloos toe hoe de mannen werden gescheiden van de vrouwen, kinderen en bejaarden. Zeven jaar later produceerde het NIOD een rapport van 4000 pagina’s. Alleen dat fotorolletje waren we kwijt. Premier Kok bood zijn ontslag aan. Het ministerie van Buitenlandse Zaken betaalde meer aan de Bosnische wederopbouw dan waar ook ter wereld. En de staat was voor tien procent verantwoordelijk voor de dood van de 350 mannen die veiligheid zochten op de compound van Dutchbat, oordeelde de Hoge Raad vorig jaar. Kortom: Srebrenica is al 25 jaar ononderbroken Nederlandse geschiedenis.

En toch. De genocide staat op school niet in de geschiedenisboeken. Er is geen monument. De regering heeft nooit haar excuses aangeboden aan de overlevenden en nabestaanden. Vanaf 2021 trekt het ministerie geen geld meer uit voor Bosnië en Herzegovina. Nederland lijkt klaar om dit hoofdstuk uit het verhaal te schrappen.

We hebben van Srebrenica een Hollands trauma weten te maken. Een trauma voor de vierhonderd mannen en vrouwen die nog steeds zwetend wakker worden, aan de pillen zitten of aan de drank, moeite hebben hun plek in de maatschappij te vinden, hard moeten werken om niet te vervreemden van hun geliefdes, kinderen, familie en vrienden. Zorg en erkenning van de overheid krijgen ze nauwelijks. Om te voorkomen dat zoiets nog eens gebeurt zorgen we ervoor dat alle volgende vredesmissies zo weinig mogelijk contact maken met de plaatselijke bevolking en zoveel mogelijk binnen de eigen compound blijven. Kortom: sinds 1995 gaat het verhaal alleen nog maar over ons. Over het eigenlijke, nog veel grotere trauma, dat van de Bosnische moslims die moeten leven met de herinnering aan 8372 doden, hebben we het niet.

Daarom was ik blij met de uitnodiging van vredesbeweging PAX om een boek te schrijven over hun geschiedenis van 25 jaar solidariteit met de nabestaanden en overlevenden van Srebrenica. De organisatie die is ontstaan uit IKV en Pax Christi was tijdens de oorlog al in Bosnië actief en werkt sindsdien aan waarheidsvinding en herstel. Ze stond de overlevenden bij toen die terugkeerden in de huizen waar ze in 1995 uit waren verjaagd, maar ook toen ze de rechtbank opzochten om de Nederlandse staat aan te klagen.

Eind januari bezocht ik Srebrenica. De vorige keer dat ik er was, was jaren geleden. De straten waren nog leger dan ik had verwacht. Aan de halte van het uitgestorven busstation hing een poster met de kop van Ratko Mladić. Daaronder de tekst: ‘Het was geen genocide.’ De enige afspreekplek in de stad bleek de koffiehoek boven de supermarkt. Aan de muren een behang met tropische eilanden. De twee hotels waren dicht. Aan de deur van het bureau voor toerisme hing een bordje: gesloten. Op het marktplein stonden de kramen leeg. Schoonheid was ver te zoeken. Alleen de bergen rondom, waar de vluchtende mannen destijds werden afgeschoten als wilde dieren, rezen monumentaal de hoogte in. Srebrenica is tegenwoordig een gemutileerd fabrieksstadje, meer niet, onaanzienlijk en alledaags zoals veel plaatsen waar mensen iets hebben gedaan dat de verbeelding tart.

Een paar kilometer verderop, langs de enige asfaltweg die de stad uit leidt, ligt Potočari. Aan de ene kant de uitgestrekte begraafplaats op de glooiende heuvels, in afwachting van het moment dat alle 8372 doden uit hun massagraven zijn opgediept en hier met eerbied ter aarde kunnen worden besteld. Aan de andere kant de voormalige accufabriek die het hoofdkwartier werd van Dutchbat. Samen vormen ze nu een herinneringscentrum. In het vroegere kantoorgebouw is sinds drie jaar een tentoonstelling ingericht: Srebrenica Genocide: The Failure of the International Community. De tentoonstelling, met Nederland als hoofdsponsor, Kamp Westerbork als ontwerper en PAX als intermediair, bewaart een per definitie precair evenwicht tussen twee perspectieven: dat van de overlevenden en dat van Dutchbat. Tijdens de voorbereidingen liepen de spanningen hoog op. Hasan Nuhanović, in 1995 de tolk die zijn broer en ouders verloor en nu de vertegenwoordiger van de vrouwen, kostte het zijn schildklier. Dutchbatters en overlevenden dreigden beurtelings hun medewerking te staken. Maar het resultaat is indrukwekkend. Vorig jaar kwamen er 130.000 bezoekers. En als Hajra Ćatić, voorzitter van de Vrouwen van Srebrenica, me ontvangt in de smetteloze woning waar ze voor de oorlog al leefde, toen nog met haar man en haar zoon, zegt ze: ‘Voor ons is het is een soort Ka’aba. De plek waar de genocide onder ogen wordt gezien. Een waarschuwing aan de wereld: Dit nooit meer.’

Elk jaar staan er op 11 juli ook Bosnische Nederlanders op de begraafplaats. Om de overblijfselen van nog meer geïdentificeerde familieleden te begraven, of gewoon om hun respect te betuigen. Onder hen ook een paar van de mensen die dit jaar met een metershoge foto te zien zijn op het Plein in Den Haag.

‘Zij vertegenwoordigen zowel de gedeelde geschiedenis als de gezamenlijke toekomst.’ Het is een briljant idee van de grimmige soort. Bosnian Girl heeft 25 Bosnische Nederlanders van 25 jaar oud verzameld: oorlogskinderen met een leven voor zich. Samen staan hun foto’s nu drie weken lang in een kring opgesteld voor de ingang van de Tweede Kamer: een tijdelijk monument, in afwachting van het permanente. En ze maken deel uit van het online platform dat Bosnian Girl ook biedt: geschiedenis, context, beelden, portretten, getuigenissen, korte films en documentaires – een plek die het vergeten tegengaat.

Robin de Puy, in 2016 fotograaf des vaderlands, portretteerde de 25 in de eerste dagen dat we na de intelligente lockdown weer bij elkaar in de buurt mochten komen. Ik was in die Amsterdamse studio om ze te interviewen en zag De Puy aan het werk. Gastvrij, ontspannen – en bliksemsnel. Ze ving mensen die een geschiedenis dragen, geen argeloze twintigers. Op de foto kijken ze de toekomst tegemoet met ogen die donker staan van het verleden. Elf van hen, of in elk geval hun ouders, komen uit Srebrenica en omgeving. Arijana’s vader zat vast in een Servisch kamp. Elvirs vader werd afgevoerd, zijn lichaam maanden later gevonden. Merima’s oom is levend aan het spit gedraaid. Op de vlucht liet Elma’s moeder haar van uitputting bijna achter in het bos. Adnans oma kwam om in 1993 en nog altijd reist hij elke zomer met zijn familie naar Bosnië om haar lichaam te zoeken.

Behalve zulke verhalen hebben ze meer gemeen. Waar ze ook opgroeiden – in Breda, Assen, Volendam of Roermond - hun leeftijdgenoten hadden geen idee van Srebrenica. Ze zijn verontwaardigd over hoe weinig er op school over werd verteld. Vaak hielden ze dan maar zelf spreekbeurten, soms in meerdere klassen. Met gepaste eerbied maar merkbare wrevel constateren ze dat de Tweede Wereldoorlog wél uitgebreid wordt herdacht, en die is toch al veel langer geleden. Zonder uitzondering zijn ze heel close met hun ouders, van wie sommigen niet ophouden de oorlogsverhalen te vertellen, maar waarvan de meerderheid liever zwijgt. In de dagen rond 11 juli kan het heel donker zijn in huis. Omdat hun vader en moeder een leven hebben achtergelaten om de kinderen een toekomst in Nederland te bezorgen, hebben die een sterk ontwikkeld plichtsbesef. Dit zijn geen chillende millennials. Ze studeren hard, doen soms twee opleidingen tegelijk. Daarna kiezen ze voor verantwoordelijke beroepen: jurist, marechaussee, geschiedenisleraar, bestuurskundige, accountant. Ze zijn buitengewoon welgemanierd. Modelburgers, stuk voor stuk. Maar wel met die geschiedenis, die achternamen, vaak dat geloof. En dus een brandend rechtvaardigheidsgevoel. Terwijl ze zelf op straat niet opvallen, nemen ze het vaak op voor zichtbare minderheden. Als witte moslims hebben ze veel Turkse of Marokkaanse vrienden. Ze zijn bovengemiddeld gevoelig voor signalen van discriminatie en uitsluiting, want ze weten waar die toe kunnen leiden – en beseffen heel goed hoe klein ooit de kans was dat ze hier nu zouden zitten.

‘Wij zijn nooit in het nieuws’, zegt Zana. ‘Hoeveel Bosnische jongeren zijn er eigenlijk in Nederland? Wij vallen gewoon niet op.’ Ze zijn met enige tienduizenden. Naar alle maatstaven de best geïntegreerde migranten ooit. Daar zijn ze zich van bewust. Ze hebben er hard voor gewerkt. En tegelijkertijd vinden ze het niet meer dan vanzelfsprekend. Die integratie was geen keus maar een plicht, door hun ouders erin gestampt. Ze zijn Nederland dankbaar voor de kansen die ze hebben gekregen en ze zijn nuchter genoeg om te weten dat de toekomst hier stabieler oogt. Maar hun passie ligt in Bosnië. De chaos, corruptie en apathie daar staan ze tegen, en toch: elke zomer zijn ze er. Voor hun familie, de warme stijl van leven, de eenvoudige genoegens. Vaak zijn ze daarna ook blij weer naar Nederland te kunnen, maar sommigen hebben er een missie. Nedžad, die net zijn master finance heeft afgerond, zit me rustig te vertellen over de band die hij voelt met Srebrenica, zijn geboorteplaats. Hij was een paar maanden oud toen zijn ouders vluchtten. Elk jaar gaat hij erheen. En opeens is hij in tranen. Minutenlang kan hij geen woord uitbrengen, overweldigd door de verantwoordelijkheid die hij voelt om ervoor te gaan zorgen dat de stad weer tot leven komt. Dat mensen terugkeren naar Srebrenica, dat er werkgelegenheid ontstaat. ‘Dat die stad weer van ons wordt.’

Srebrenica is Nederlandse geschiedenis. Deze 25 jonge mannen en vrouwen belichamen dat. Ze kennen het onderzoek van PAX, dit voorjaar verschenen. De NOS kopte: ‘Te weinig aandacht voor genocide Srebrenica in het geschiedenisonderwijs.’ Auteur Marc van Berkel concludeerde dat het in de summiere aangeboden lesstof vooral gaat over de rol van de Nederlandse militairen. Dat Srebrenica een van de vijftig vensters blijft in de Canon van Nederland verandert daar niet veel aan.

Neem het serieus, zeggen de 25, loop er niet omheen. Een pijnlijke geschiedenis wordt alleen maar pijnlijker als je ervoor terugdeinst. Met Lejla, ook in Srebrenica geboren, zoek ik naar de juiste formulering voor haar verhaal. Haar ouders hebben jarenlang zichtbaar geleden. ‘Als het erkend zou worden zou die pijn niet nodig zijn’, suggereer ik. Nee, antwoordt zij, dan komt het over alsof erkenning alle pijn zou weghalen die er is. Het wordt: ‘Erkenning zou die pijn verlichten.’

In Srebrenica zelf is het nog erger. Daar is het geen kwestie van meer of minder aandacht op school. Een gezamenlijke canon? Onmogelijk. De overlevenden en nabestaanden wonen er tussen keiharde ontkenners. Mensen die posters van Mladić op de bushalte plakken. Een van de Idfa-documentaires die Bosnian Girl deze week presenteert, The Fog of Srebrenica (Samir Mehanović, 2015), laat je zien wat dat doet met mensen: gegroefde koppen, schichtige ogen, niet glimlachend, defensief, dof van het gewicht dat ze dragen en niet kunnen delen. Zij maken deel uit van de Bosnische geschiedenis. Die was al triest en wordt alleen nog maar bodemlozer. Want zij worden omringd door ontkenning.

Dat gaat deze 25 niet overkomen. Daar zijn ze nu te Nederlands voor. Zij laten zich niet voor een tweede keer uit het verhaal schrijven.


SREBRENICA & PAX: Een geschiedenis van 25 jaar solidariteit van Chris Keulemans is gratis te bestellen bij Marieke Droogsma van PAX, onder vermelding van uw postadres: droogsma@paxforpeace.nl.