Sport

Ssst

Er is maar één ding erger dan voetbal, en dat is praten over voetbal. Behalve als Louis van Gaal het doet. En die doet het niet meer.

Toptrainer Van Gaal is de afgelopen vier jaar analist geweest bij SBS6 bij de voetbalwedstrijden van het Nederlands elftal. Voor de wedstrijd, in de rust en na afloop evalueerde en bekritiseerde hij het spel van Oranje, voor vaak miljoenen televisiekijkers. Maar nu stopt hij ermee.

Zaterdag analyseerde Van Gaal de wedstrijd Nederland-Luxemburg (1-0). Tijdens de nabespreking zei hij opeens dat hij ermee ophoudt. ‘Ik word soms ziek van mezelf als ik mezelf hoor praten’, bekende hij. ‘Ik heb het gevoel dat ik steeds dezelfde verhalen vertel.’

Louis van Gaal stopt omdat hij vindt dat hij zichzelf te veel herhaalt. (We denken aan wat Gerard Reve antwoordde op de kritiek dat zijn nieuwe roman niet geweldig was omdat hij zichzelf herhaalde: ‘Wie anders moet ik herhalen dan mijzelf?’ In de literatuur gelden andere wetten dan in het commerciële amusementswezen, dat blijkt.) Ziek wordt hij ervan, Louis, van zichzelf. Van dat praten. En praten en praten. Omdat de mensen het wilden ging hij er al die jaren mee door. Tegen zijn zin, steeds zieker wordend van alles, van de slechte wedstrijden, van Van Basten, van het praten en van zichzelf.

Steeds hetzelfde. Elke keer weer dingen zeggen over het systeem zus en de ruit met de punt naar achteren zo, en 4-3-3 en 4-4-2 en falderaderie olé. Louis van Gaal, die persoonlijk een linguistic turn in het voetbal heeft bewerkstelligd door de taal serieus te nemen en zelfs als wapen te gebruiken; die keer op keer benadrukte hoe belangrijk het is de dingen op de juiste manier te benoemen; die de journalistiek de retorische vraag stelde: ben ik nou zo slim of zijn jullie zo dom? Louis van Gaal, die vaak zei: hoe vaak heb ik dat nu al niet gezegd?

We herinneren ons het onvergetelijke (dat heb je met onvergetelijke dingen, die herinner je je) moment toen hij in 2004 aantrad als technisch directeur van Ajax. In plaats van weer zo’n bourgeois-variant van het Olé olé af te steken en de club in voetbalplatitudes en trainersclichés te prijzen, droeg Van Gaal een gedicht voor. Een gedicht dat visionair genoemd mag worden: ‘Hier bij Ajax ligt mijn hart,/
een club fascinerend, altijd apart./
Door velen genoemd naar godenzonen,/
voor mij de bakermat van voetbaliconen./
Mijn herinneringen gaan terug naar De Meer,/
ook daar heerste een bijzondere sfeer./
Nu ga ik mijn gevoelens weer achterna,/
en treed technisch toe in de Arena./
In mijn levensfase is dit een nieuwe kans,/
en mijn jeugdliefde krijgt een extra stimulans./
En daarom klinkt het vol overgave uit mijn mond,/
vandaag is de cirkel echt rond.’

Die Van Gaal besluit te stoppen met praten. Wat een held. Dat zouden meer mensen moeten doen. Ophouden met praten. Want er wordt te veel gepraat zonder doel of richting. Praten om het praten zelf. Autonoom, gratuit praten. Niks dialoog, een uitwisseling van monologen. Stereoloog.

Taal is niet alleen maar bedoeld om oraal mee te communiceren. Ze heeft nog andere mogelijkheden. Je kunt er ook mee schrijven, bijvoorbeeld. Maar dat is voor de meeste mensen een treetje te hoog. Daarom verzuipen we in een oeverloze stroom taaldiarree, in kolkend tekstbraaksel, daarom zoemt en ruist en suist het om ons heen, om onze kop en in onze kop – mag het stil zijn?

Zoals de leraar aan de rumoerige klas vraagt of het stil mag zijn, zo bidt God met samengeknepen billen en het schuim op de lippen de mensheid of ze even kan zwijgen. Zodat Hij even kan nadenken en Zijn eigen gedachten kan horen.

Van Gaal, met al zijn ervaring en al zijn inzicht, is een eminente analist van de voetbalsport. Hij weet alles, ziet alles en begrijpt alles, en kan het ook nog uitleggen. Dat juist hij ermee ophoudt, en niet al die anderen die zonder ervaring en inzicht en kennis en intelligentie maar doorgaan met het afscheiden van een eindeloze stroom mededelingen is wrang.

Ze moeten zich schamen. Zij die doorgaan met praten. Die niet ziek worden van hun eigen gepraat. Hun geneuzel, hun geëmmer, hun gejeremieer. De lieden die zichzelf graag horen praten en daar niet ziek van worden maar juist beter. Die er niet over piekeren afstand te doen van hun podium, hun zeepkist. Nee, zij gaan door met miepen, met miezemuizen, met oreren, met debiteren, met ouwehoeren en beppen, met kletsen en kakelen, met keuvelen en babbelen. Om maar iets te zeggen en niet te zwijgen. Even een kletsje doen, en tien minuten later zijn vergeten wat er is gezegd. Louis van Gaal heeft de weg gewezen. Zijn voorbeeld dient gevolgd te worden.