Zwarte Piet zwart of niet?

Staakt uw wild geraas

Van Robert Vuijsje verscheen onlangs het prentenboek Alleen maar stoute kinderen, met daarin pietjes in alle kleuren. Zwarte Piet in alle kleuren? Oom Herman Vuijsje moet er niet aan denken. Een briefwisseling zonder rijm.

Medium groene piet 232

Hallo Robert,

Het werd hoog tijd dat we het eens over die pietenkwestie hebben. Allebei hebben we veel geschreven over etnische ontwikkelingen in Nederland. Toen jij in 2008 met je boek Alleen maar nette mensen kwam, dacht ik: hé, grappig, hier groeit een mooie familietraditie. Net als ik eerder in essayvorm had gedaan, bond jij in je roman de strijd aan met een benepen politieke correctheid.

Ik weet wel bijna zeker dat je genoten hebt van de golf van kritiek die je daarna over je heen kreeg, want ik herken daarin een familietrekje. Nooit akkoord gaan met de gevestigde mening; altijd dwarsliggen en stennis maken. Dat is belangrijk voor een gezond debatklimaat, zeker in een consensuscultuur als de onze. Maar de ware reden ligt dieper, denk ik: het is lekker om tegenspraak te bieden. Nee, meer dan lekker, het is een behoefte!

Intussen is de kritiek op je boek wel gaan liggen. In het huidige Nederlandse denkklimaat is politieke incorrectheid in hoge mate geaccepteerd, om niet te zeggen toonaangevend geworden. Met de boodschap van Alleen maar nette mensen zou je tegenwoordig bij de gezapige meerderheid horen – een angstvisioen voor een rechtgeaarde Vuijsje! Ik vermoed dat deze angst ten grond ligt aan je wonderbaarlijke bekering tot de politieke correctheid. Want anders snap ik het ook niet. Een psychologische uitleg is de enige manier waarop ik kan verklaren dat je (in de Volkskrant van 15 oktober) dingen opschrijft als: ‘De Hollandse reacties op de aanmerkingen op hun Zwarte Piet zijn racistisch. (…) Het racisme was er al. Zwarte Piet heeft er slechts voor gezorgd dat het werd onthuld.’

Laten we deze uitspraken even goed onder de loep nemen. We zijn allebei mede het product van een joodse traditie waarin discussies op het scherp van de snede en tot het gaatje worden gevoerd. Al was het alleen maar, zoals ik al schreef, vanwege het plezier daarvan. Nu dan. Als ik wat jij hier schrijft op mezelf betrek, moet ik concluderen dat ik – gezien mijn verdediging van een zwarte Zwarte Piet – volgens jou altijd al een racist ben geweest en nu als zodanig uit de kast ben gekomen. Geen ramp – in iedere familie loopt wel een zwart schaap rond (nu ik toch een racist ben, hoef ik ook niet meer op m’n woorden te passen).

Erger lijkt me dat tachtig à negentig procent van de Nederlanders bij enquêtes aangeeft mijn standpunt te delen. Erger voor jou, bedoel ik. Je buren, je medeburgers, de kopers van je boeken… het percentage racisten onder hen ligt volgens jou ongeveer even hoog als onder de Duitse bevolking in 1940. Dan dringt zich de vraag op hoe je in zo’n land kunt leven. Je kunt nog weg met je kinderen, voor het te laat is!

Je schrijft ook nog iets anders: Nederland is voorgoed veranderd. Wie Piet zwart wil houden, klampt zich vast aan de tradities van ‘een land dat niet meer bestaat’. Ter illustratie vertel je over een feestje met vooral Braziliaanse, Turkse en Surinaamse kinderen, waar een bevriende moeder met een wit kind zich de uitzondering voelde. Veel autochtone Hollanders zullen hetzelfde gevoel hebben, vervolg je, als ze in de stad om zich heen kijken. ‘Maar dit is hoe Nederland in 2014 eruitziet.’

Dat klopt natuurlijk niet helemaal. Je bedoelt: dit is hoe Amsterdam en de andere grote steden in Nederland er in 2014 uitzien. Daar zijn donkere kinderen in alle gradaties inderdaad in toenemende mate beeldbepalend. Dat was Sinterklaas al lang opgevallen. ‘Als ik het Damrak op rij, zie ik een zee van toch hoofdzakelijk donkere gezichtjes’, verklaarde Dries Zee, de vorige Amsterdamse stadssint.

En hier kom ik op een tweede punt dat ik niet begrijp. Juist in dit deel van het land, met zijn vele donkere kinderen, klinkt de roep om Piet te ontzwarten om te voorkomen dat kinderen ‘voor Zwarte Piet worden uitgescholden’. ‘Uitschelden’ impliceert dat je iemand identificeert met iets negatiefs. Nikker, rotjood en kutmarokkaan, dat zijn scheldwoorden. Hoewel er tegenwoordig een modieuze trend bestaat om dit soort kwalificaties te tolereren ‘zolang ze niet oproepen tot geweld’, zijn wij het er waarschijnlijk over eens dat zulke scheldwoorden ontoelaatbaar zijn.

Maar wat is het scheldgehalte van ‘Zwarte Piet’? Waarom zou een donker jongetje, omringd door andere donkere kinderen, ineenkrimpen bij het horen van die kreet? Eerder zou hij trots kunnen zijn: hij lijkt blijkbaar op die mooie, schitterend opgemaakte en geklede slimmerds die ieder jaar de Sint uit de brand helpen als die weer eens dingen vergeten is of de reis uit Spanje niet goed heeft gepland. Piet heeft zich al lang, geheel op eigen kracht, opgewerkt van ‘knecht’ (geen mens die dat woord in Nederland nog serieus gebruikt, behalve jij en je mede-ontzwarters) tot logistiek manager.

Waarom dan toch zo hardnekkig blijven spreken van een ‘negatief en beledigend stereotype’? Wie op het schoolplein wordt uitgemaakt voor dikzak, puistenkop, vuurtoren of brillenjood heeft méér reden om zich ongelukkig te voelen. Net als bij je racismeverwijt kan ik alleen maar concluderen dat er een psychologische factor in het spel moet zijn. Want ja: Nederland is veranderd. Het aandeel niet-westerse immigranten is gestegen, evenals hun sociale status. Zij herinneren zich de frustraties uit de tijd waarin zij – en Zwarte Piet – nog aan hun emancipatie moesten beginnen. Een aantal van hen werpt zich nu op als conservator van deze frustraties.

Jij hebt je bij hen aangesloten, uit verontrusting over dat schelden, die negatieve stereotypering en dat racisme. Ben jij dan niet degene die in een andere tijd is blijven steken? Dring je de kinderen van nu niet een gevoeligheid op waarvoor zij geen reden meer hebben en waarom zij niet hebben gevraagd? Nederland is veranderd in een land dat van alle mogelijke verschillen aan elkaar hangt. Een caleidoscopische samenleving, waarin iedereen wel tot een of meer minderheden behoort. Het beeld van een kleine zielige minderheid die mikpunt is van een kwaadaardige meerderheid is anachronistisch en contraproductief. Kinderen leren vanzelf met die verschillen om te gaan en zelfbewust en assertief op te komen voor hun eigen identiteit.

Zwarte Piet? Best hoor – so what? Dat zou je ze ook kunnen leren terug te zeggen. Dat is de welgemeende tip van je oom

Beste oom Herman,

Jazeker, de strijd aanbinden met benepen politieke correctheid is een mooie familietraditie. Een traditie ook waar ik nog steeds bij hoor en altijd bij zal blijven horen. Maar dat zal ik zo uitleggen. Politiek correct zijn is een beschuldiging die ik natuurlijk niet over mijn kant kan laten gaan.

Eerst even over een andere mooie familietraditie. Het sinterklaasfeest. In Nederland bestaan twee soorten families. Gedichtenmensen en surprisemensen. Onze familie hoorde vooral bij de gedichtenmensen, al was het maar omdat de meesten van ons te onhandig zijn om een surprise in elkaar te timmeren.

Wie op school wordt uitgemaakt voor dikzak, puistenkop of brillenjood heeft méér reden om zich ongelukkig te voelen

Ieder jaar werden op hoog niveau gedichten uitgewisseld waarin wij elkaar te slim af probeerden te zijn. Misschien zouden we deze briefwisseling ook op rijm moeten opstellen. Ik schreef niet in de schoolkrant, een dagboek hield ik niet fanatiek bij. Mijn vroegste herinnering aan je best doen om iets zo goed mogelijk op te schrijven, bestaat uit sinterklaasgedichten. Misschien waren die gedichten een van de redenen om later van schrijven mijn beroep te maken. De sinterklaastraditie is voor mij net zo waardevol als voor iedere andere Nederlander. Misschien zelfs wel waardevoller.

Dan je beschuldiging dat ik zou zijn overgestapt naar de racismeroepers. Volgens mij heb je niet nauwkeurig gelezen, een opvallend veel voorkomende fout in deze discussie. Je schrijft dat ik vind dat iedereen die voor het behoud van Zwarte Piet is altijd al een racist moet zijn geweest. Ik kan niet goed beoordelen of je het bewust niet begrijpt, maar volgens mij is vrij duidelijk dat dat juist niet is wat ik beweerde. Wat ik schreef: niet Zwarte Piet was racistisch bedoeld, daar ben ik nog steeds van overtuigd. Wat wel racistisch is: het riool van de zogeheten onderbuik van Nederland. Een riool dat uit schrikbarend veel Nederlanders blijkt te bestaan. De mensen die roepen: als Zwarte Piet je niet bevalt, dan rot je toch op naar je eigen land.

Wat ik bedoelde: dit onderliggende sentiment, waarbij autochtone Nederlanders vinden dat allochtone Nederlanders, die in de veronderstelling waren dat dit hun eigen land was, helemaal geen Nederlanders zijn en als een zak vuilnis het land uit kunnen worden gegooid – het kan niet anders worden geïnterpreteerd dan als racisme, dat dankzij iets letterlijk kinderachtigs en ogenschijnlijk futiels als Zwarte Piet werd onthuld.

Dat is ook voor mij het meest onthullende aan deze discussie, waarin de kleur van Zwarte Piet al bijna een bijrol heeft gekregen. Niet de vraag of hij na al die jaren misschien een andere kleur kan krijgen, heeft de zaak doen escaleren, maar de ongemeen felle reactie op die vraag.

Medium groene piet 234

Resumerend zijn hier twee misverstanden. Ten eerste: niet iedereen die voor het behoud van Zwarte Piet is, wordt met terugwerkende kracht tot een levenslange racist verklaard. Ik vind dat een (bewuste?) verdraaiing van wat ik schreef. Het is evident dat dit een malle bewering zou zijn. Net zo mal als de vergelijking die je maakt tussen Nederlanders die jouw standpunt delen en het percentage racisten onder de Duitse bevolking in 1940. Ten tweede: niet Zwarte Piet zelf was racistisch bedoeld, want dat was hij in bijna alle gevallen niet, wat overigens niet betekent dat hij niet als zodanig kon worden ervaren.

Om dit alles te kunnen zien, hoef je niet een politiek correct gekkie te zijn, je hoeft slechts je ogen open te doen. Ik vind het dan ook enigszins simpel en kortzichtig om iedereen die zijn logische verstand gebruikt meteen in te delen bij de politiek correcte gekkies. Ik ben niet overgestapt van politiek incorrect naar politiek correct – voorzover zoiets al realistisch zou zijn. Ieder geval beoordeel ik op zichzelf en gelukkig ben ik niet een politicus die daarbij rekening moet houden met allerlei factoren.

Over naar je bewering dat niet Nederland een ander land is geworden, maar dat dit slechts geldt voor steden zoals Amsterdam. Toevallig heb ik de afgelopen jaren zowel vele middelbare scholen als bibliotheken bezocht om over mijn boek te vertellen. De merkwaardige situatie doet zich voor dat literaire lezingen worden gegeven voor óf middelbare scholieren óf de oudere lezers die bijeenkomsten bezoeken in bibliotheken. Wanneer je afgaat op dit lezingencircuit zou je denken dat boeken slechts worden gelezen door mensen onder de twintig of boven de zestig. De bijeenkomsten in bibliotheken werden inderdaad vrijwel uitsluitend bezocht door autochtone Nederlanders. Maar op de middelbare scholen – waar de leerlingen gedwongen waren om de lezing bij te wonen, en meestal ook wat groter in aantal, dus het vormde een meer betrouwbare steekproef – kreeg ik een ander beeld. Of die school nu stond in een dorp in Groningen of Brabant of Limburg: ja, de meerderheid was blank, maar ook in het kleinste gehucht was er geen klas bij zonder minstens een handvol leerlingen met een andere afkomst. En er zat geen klas bij waar die leerlingen niet een uitgesproken mening hadden over hun afwijkende afkomst. Of jij het nu wilt zien of niet, Nederland is wel degelijk een ander land geworden waarin een zwart geschminkte knecht van een oude baas met een witte baard echt niet meer past.

Ten slotte ga ik een soort Godwin gebruiken om jouw eindconclusie te weerleggen. (Voor het geval je niet weet wat een Godwin is: dat staat voor een manier van discussiëren waarbij te pas en te onpas het zware geschut van de Tweede Wereldoorlog erbij wordt gehaald teneinde de verbale strijd te winnen.) Jouw conclusie zal ik parafraseren als: een nationaal jaarlijks kinderfeest waarbij blanke Nederlanders zich zwart schminken om de knecht te spelen is hetzelfde als op het schoolplein worden uitgescholden voor dikzak of puistenkop. Ook denk je dat Nederland bestaat uit een caleidoscopische samenleving, waarin iedereen wel tot een of meer minderheden behoort. En de minderheid waar het hier om gaat, moet juist trots zijn op Zwarte Piet.

Hier komt mijn soort van Godwin: in Nederland behoort niet iedereen tot een minderheid. Er is één grote meerderheid, met daarnaast allerlei verdeelde minderheidjes. Maar om dat te zien moet je wellicht zelf behoren tot een minderheid, en/of diepgaand contact hebben met mensen die daartoe behoren. Om het in familietermen te houden: jij zat weliswaar één generatie dichter bij de Tweede Wereldoorlog, maar jouw moeder was een niet-joodse Hollandse vrouw. Mijn moeder is een joodse immigrant uit New York. De moeder van mijn oudste zoon is een immigrant uit Brazilië, mijn huidige vrouw is de dochter van Surinaamse immigranten. Misschien helpt zo’n buitenstaandersblik bij het beoordelen van Zwarte Piet.

Beste Robert,

Toen we aan deze briefwisseling begonnen, was ik een beetje ongerust. Dat pietendebat komt intussen menigeen de neus uit; zouden we daaraan nog wel iets kunnen toevoegen? Intussen denk ik van wel, en ik zal zo uitleggen waarom.

Maar eerst moet ik toch even terugkomen op je gebruik van dat woordje ‘racisme’. Je schreef in de Volkskrant dat ‘de Hollandse reacties’ op het pietendebat racistisch zijn. Nu zeg je dat dat niet geldt voor iedereen die Piet zwart wil houden, maar toch weer wel voor de ‘schrikbarend veel Nederlanders’ die roepen dat je naar je eigen land moet oprotten als Zwarte Piet je niet bevalt.

Natuurlijk, iedereen die zoiets roept is er een te veel, en ik geloof onmiddellijk dat de ‘sociale media’ bol staan van dit soort haatreacties. Zoals dat tegenwoordig gebeurt naar aanleiding van ieder denkbaar onderwerp. Maar schrikbarend wordt het pas als racisme inderdaad, zoals je schrijft, een ‘onderliggend sentiment’ bij de autochtone bevolking zou zijn. Dat is niet zo. Uit onderzoek blijkt steevast dat racisme leeft bij niet meer dan een paar procent van de Nederlanders, en dat wij ons daarmee gunstig onderscheiden van omringende landen.

Misschien is racistisch niet het juiste woord, maar ik kan me goed voorstellen dat zwarte Nederlanders niet blij worden van dit klimaat

Maar, en nu kom ik op datgene waarmee we het debat misschien wat verder kunnen helpen, moeten we eigenlijk wel blijven kissebissen over die al dan niet racistische motieven? Zouden we ons niet beter kunnen richten op de manier waarop het ‘aankomt’ bij degenen die zich aangesproken voelen? Jij kunt je daar wel in vinden, lijkt mij, en ik tot op zekere hoogte ook.

Ik denk dan bijvoorbeeld aan het gesis en het ‘joden aan het gas’-geroep op voetbaltribunes. De rotjongens die dat roepen, zijn geen racisten, ze willen alleen de tegenpartij ontmoedigen. Degenen die ze er echt mee treffen, zijn joodse oudjes die de oorlog hebben meegemaakt. Daarom zou dat gesis, racistisch bedoeld of niet, serieus moeten worden bestraft, vind ik.

Dat klinkt simpeler dan het is, want een dergelijk ‘gevoelsracisme’ roept ook weer nieuwe vragen op. Dat blijkt in de Verenigde Staten, waar deze benadering – kijk minder naar intent en meer naar impact – toonaangevend is en een scrupuleuze politieke correctheid heeft opgeleverd. Ik werd daar toevallig vorige week mee geconfronteerd, toen ik met je neefje Abeltje in de Efteling was. Ze hebben daar een attractie ‘Groeten aan de buren’, met grijnzende Japanners met rare voortandjes en stemmetjes, lepe Arabieren en negers met dikke lippen en botjes door hun neus. Er is ook een draaimolen met kookpotten waarin je plaats kunt nemen, getiteld Monsieur Cannibale. Gemoedelijke spot met onze eigen vooroordelen uit het verleden – niemand die daar ooit problemen over maakte. Totdat er onlangs een Amerikaanse journaliste langs kwam…

Medium groene piet 231

Bij de Amsterdamse sinterklaasintocht is al een stap in deze ‘Amerikaanse’ richting gezet: het kruis van de Sint – aanstootgevend voor moslims! – is weggecensureerd en vervangen door de drie sint-andrieskruisen uit het stadswapen. Het lijkt nu of de heiligman zijn entree in de hoofdstad maakt met een ‘amsterdammertje’ op zijn mijter. Ik noem dit voorbeeld omdat hier, in overeenstemming met wat jij schrijft, gereageerd is op wat de ‘buitenstaanders’ ervan vinden.

Maar daarmee zijn we er nog niet, want wie zijn die buitenstaanders dan? Hadden moslimkindertjes langs de route geklaagd over dat kruis? Of zouden het hun ouders zijn geweest? Of slechts een minderheid van die ouders, die als ‘zaakwaarnemers’ zeiden op te treden? Of had er misschien nog niemand geklaagd en anticipeerden de brave leden van het intochtcomité op mogelijke reacties?

Dit soort vragen moeten we denk ik onder ogen zien als we allebei vinden dat het racismedebat vooral zou moeten gaan over de manier waarop omstreden uitingen ‘aankomen’ bij de betreffende buitenstaanders. Waar leggen we de grens van wat wel en niet geoorloofd is, en wie bepaalt die? Moeten we dat inderdaad aan de ‘buitenstaanders’ overlaten? Moeten we ieder beroep op een gevoel van etnische krenking honoreren door het wegnemen van de bron van dat gevoel? Dan wordt iedere verwijzing naar etnisch of cultureel verschil – of het nu gaat om gesis uit de gaskamers, om een gouden oorring bij een zwartgemaakt gezicht of om een kruis op een bisschopsmijter – op eerste afroep bestempeld tot schadelijk en dus ongewenst.

Is dat de kant die we op moeten? Ik ben benieuwd wat jij, als medestrijder tegen politieke correctheid, daarvan vindt.

Beste oom Herman,

Het is mooi om te zien dat we, ondanks onze verschillen van mening, het ook op bepaalde punten eens zijn. Eerst waar we het over eens zijn.

We moeten inderdaad niet doorslaan en alles maar verbieden, zoals in Amerika gebeurt. Over de Efteling kan ik niet oordelen omdat ik daar in mijn volwassen leven nooit ben geweest, maar het lijkt me niet dat een Amerikaanse journaliste ons hoeft te komen vertellen dat daar onacceptabele taferelen plaatsvinden. Ik geloof dat Amerikanen het ook niet op prijs stellen als wij erop wijzen dat het misschien niet zo’n goed idee is om iedere gek een wapen te laten hebben. Dan krijg je bijna wekelijks wel iemand die met zo’n wapen om zich heen gaat schieten.

Ook over de joden aan het gas zijn we het denk ik eens. Wat inderdaad vermoeiend is: overal maar het woord racisme, discriminatie of zelfs institutioneel racisme op te moeten plakken. Een stadion vol mensen waarvan de ene helft roept dat ze de joden zijn, terwijl ze overigens helemaal niet joods zijn, en de andere helft tegen deze niet-joden schreeuwt dat ze aan het gas moeten. Ik betwijfel of je dit nu racistisch moet noemen. Het is vooral, gezien de toch best recente geschiedenis in Nederland, ongelooflijk smakeloos. Ik voel enige terughoudendheid om het woord respect, in dit geval dus: respectloos, te gebruiken.

Dan de mijter waar geen kruis meer op mag staan. Ik weet niet wie daarover had geklaagd, maar van mij mag die mijter zo blijven als-ie was. Aanstootgevend voor moslims vind ik een minder goede reden om iets te veranderen dan een paar eeuwen Nederlandse slavernij. Maar dat kan ook komen doordat ik van religies in het algemeen weinig tot geen positieve gevolgen kan bedenken.

Over naar het ingewikkelde woord buitenstaanders. Wanneer het gaat om buitenstaanders in de zin van mensen die niet in Nederland wonen, heb ik een kanttekening en ik denk dat we hier arriveren bij het gedeelte waar we het niet over eens zijn. Over de hele wereld hebben mensen sterk verschillende gebruiken en gewoontes. Mensen uit andere delen van de wereld kunnen die tradities mal vinden. Ik betwijfel of het verstandig is om naar een ander land te gaan en de lokale bevolking te dwingen tot verandering. Wat buitenstaanders in sommige gevallen wel kunnen doen: met een betere en meer frisse blik ergens naar kijken. In sommige gevallen ziet een buitenstaander iets wat jou niet meer opvalt omdat je er al zo vaak naar hebt gekeken. Zwarte Piet is daar een goed voorbeeld van.

Nog iets waar we het niet over eens zijn: dat het pietendebat intussen menigeen de neus uit komt. Zo van: we hebben het er nu al zo vaak over gehad dat het gezeur wordt, dus laten we er maar over ophouden. Ik vind dat geen valide argument. Toen zwarte Nederlanders eindelijk de moed verzamelden om massaal te laten weten dat ze zich niet prettig voelden bij Zwarte Piet, hadden de andere Nederlanders ook kunnen vragen: waarom vinden jullie dit zo onprettig, wat is er aan de hand? Gezien de geschiedenis lijkt me dat een normale vraag. Dat is niet gebeurd. De andere Nederlanders lieten weten: wij beslissen nu voor jullie dat het niet kwetsend is, dus we zien geen reden om het te veranderen. Door die reactie is deze lange discussie ontstaan.

Uit onderzoek zal vast blijken dat het percentage neonazi’s in Nederland gering is. Maar twee miljoen Nederlanders die vorig jaar de zogeheten Pietitie ondertekenden is niet gering. Dat eerst de Hema en daarna Albert Heijn uit angst voor omzetverlies razendsnel hun aangekondigde aanpassingen terugdraaiden: ik vind het ook niet gering. Misschien is racistisch niet helemaal het juiste woord, maar ik kan me goed voorstellen dat zwarte Nederlanders niet blij worden van dit klimaat. Ik word het ook niet. En ik had verwacht dat jij het ook niet zou worden, ouwe (vader)jood. Het heeft niets te maken met politiek correct zijn. Dit gaat over empathie en verdraagzaamheid. Ik weet dat dit besmette termen zijn, maar in sommige gevallen zijn ze toch van toepassing.

Ten slotte. Waar ga jij sinterklaas vieren? Ik mag hopen dat de aan mij gerichte gedichten dit jaar gewoon weer gaan over dat ik op een dieet moet en niet over Zwarte Piet, dat zou wel erg meta en ook cult worden.


Herman Vuijsje is socioloog en publicist. Zijn neef Robert Vuijsje is romanschrijver. Hij debuteerde in 2008 met de controversiële roman Alleen maar nette mensen. Onlangs verscheen zijn kinderboek Alleen maar stoute kinderen (Leopold, € 13,99)