Kijken

Staan en wiegen

Zwaarte en stilte brengen het beeldenbos van het Kröller-Müller, en dan – bijna verscholen – een bungelen.

Richard Serra, One, 1987-1988. Staal, 180 x 210 cm © Kröller-Müller Museum 

Het is rond en zwaar, het werk One van Richard Serra, dat zeker. Het is van massief ijzer. Dat je kunt zien dat het zwaar is, komt door hoe het ding staat. In wezen is het dat wat een sculptuur doet: onwrikbaar stilstaan. Bij dat roerloze en zwijgzame ding, kom je langzaam naderbij – daar waar het zo onverbiddelijk staat op een plek waar zandpaden samenkomen. Het is een plek aan de voet van een groen begroeide heuvel. Rondom en ook op de heuvel staan slanke bomen. Die omgeving is een wezenlijk aspect van de enscenering van het beeld. Serra was daar zelf bij betrokken. Pas bij het dichtbij komen realiseer ik me dat het zware ding ook rond is. Als ik het dan bekijk en het aanraak om het oneffen oppervlak te voelen, merk ik dat de ronde vorm niet glad-oneffen maar ook niet ruw is. De vorm, een ronde klont van ijzer, is eerder plomp. Ongeveer 180 centimeter hoog is het ding dat ook wat scheef staat. De zandbodem kan het gewicht van het ding nauwelijks nog dragen. Zo lijkt het. De bovenkant van het beeld reikt bij mijn gestalte iets tot borsthoogte. Overzichtelijk kan ik eroverheen kijken en merk dat die ronde vorm er geheimzinnig onbeweeglijk uitziet. Het gewicht is ondraaglijk zwaar. Zo zwaar is die compacte vorm dat het beeld aan de voet van de heuvel zelfs zwaarder lijkt dan de heuvel. De glooiende helling daarvan geeft nog uitzicht op ruimte.

Het ovaal van blauw marmer lijkt licht als een boomblad

Het beeld One van Serra is, net als de titel, een duistere vorm van het ondoorgrondelijke. Het is ook streng in de leer van zijn minimal methode. Maar op weg daarheen, in het beeldenbos, kwam ik voorbij aan een sculptuur van Luciano Fabro: een zwierig ovale schijf van hemelsblauw marmer die daar, bijna verscholen, tussen de bomen hangt. De omgeving is groen. Serra’s beeld werkt ook daarom zo streng en gesloten omdat het eigenlijk zonder kleur is. En, zegt Dante, e vegno in parte ove non è che luca. Donkerder kon niet (Inferno IV, 151). Nu was hij op een plek gekomen waar er niets was dat nog licht gaf. Serra is dat op zijn hardst. Daarmee vergeleken was Fabro een uiterst opgewekte kunstenaar die, kort samengevat, zich in zijn praktijk niets gelegen liet liggen aan welke strenge leer dan ook. Hij maakte wat hij maakte – en dat kwam uit zijn wendbare handschrift en uit een avontuurlijk, onorthodox instinct. Het werk van blauw marmer heet La doppia faccia del cielo, dat is het tweeledig gelaat van de hemel. Voordat het in het bos van het Kröller-Müller terechtkwam, was het in 1986 speciaal gemaakt voor een tentoonstelling in het Park Sonsbeek. Het is een ovaal van blauw marmer van 270 centimeter breed en ongeveer 20 centimeter dik. De rand is los gekapt. Het ovaal lijkt daardoor licht als een boomblad. Een kant van het Braziliaanse marmer is gepolijst. In het zonlicht schittert het intens en levendig blauw. Azul da Bahia heet het. Het hangt in een netwerk van roestvrij staaldraad tussen twee bomen, een kleine meter van de grond. De andere kant van het marmer is ruw van oppervlak gelaten. Het licht dat daarop schijnt heeft een doffe glans. Die kant weerspiegelt het grijze weer hier in het Noorden. Op de andere kant klatert de zuidelijke zon. De tentoonstelling in Sonsbeek was georganiseerd door Saskia Bos die met Fabro bevriend was. In de hechtheid van die vriendschap heeft de kunstenaar haar deze lezing verteld.

Luciano Fabro, La doppia faccia del cielo / Het tweeledige gezicht van de hemel, 1986. Marmer, staaldraad, rvs, 98 x 270 x 20 cm (steen);onder: Richard Serra, One, 1987-1988. Staal, 180 x Ø 210 cm © Kröller-Müller Museum 

Werken van Serra zijn doorgaans streng en ernstig in vormgeving. Dat is hun moraal. Fabro maakte deel uit van een Italiaanse groepering die Arte Povera heet. In de tijd valt die ongeveer samen met minimal art. De Italianen gedragen zich veel vrijmoediger in het kunstmaken. De blauwe schijf marmer hangt daar tussen het groen maar wat te bungelen. Dat is het woord. Zoals veel werk van Fabro is het extreem on-nadrukkelijk. Of het een werkstuk van sculptuur is of toch eerder een mise-en-scène zo wonderbaarlijk als een sprookje, is een vraag waarover Luciano zich het hoofd niet brak. Zijn werken zijn doorgaans niet zwaar op de hand. Serra is in zijn kunst onbuigzaam als een sermoen. In de praktijk van Fabro, die ook ambachtelijk is, kan alles buigen. Het is alsof inventies komen aanwaaien. La doppia faccia del cielo was een vertelling die licht is als een anekdote. Luchtig is ook de vorm van het ding en de hemelsblauwe kleur ervan. Een ovaal is een wonderlijk onbestemde vorm: geen vierkant en geen cirkel maar iets daartussen. Een frivool soort vorm waar Luciano van hield. Het ovaal hangt, ruim los van de grond, aan twee bomen. Als het flink waait en de bomen bewegen kan het zijn dat de blauwe schijf toch wat begint te wiegen.