2-2-2001: Vesting Amsterdam

Staat van beleg

Komt Máxima’s foute moeder nu wel of niet op de koninklijke bruiloft van 2-2-2002? En hoe zit het met die 2300 militairen op de feestroute? Burgervader Cohen zit behoorlijk met het Oranje-feest in zijn maag.

Al vriest het dertig graden onder nul, een Elfstedentocht zit er het komend jaar niet in, zo maakten de Friese ijsmeesters deze week bekend. Oorzaak: een dramatisch gebrek aan politieagenten. Iedere beschikbare agent is namelijk gereserveerd voor 2-2-2002, de dag dat in Amsterdam het Huwelijk zal worden voltrokken. Het is een saillant detail dat iets vertelt over de draconische ordemaat regelen waarmee de D-Day van de BV Oranje-Nassau zal zijn omgeven. Naast de politionele troepenmacht wordt ook de koninklijke landmacht ingezet. De koninklijke rijtour per gouden koets door de Amsterdamse binnenstad vindt plaats onder toezicht van maar liefst 2300 militairen die om de meter zullen staan opgesteld. Die soldaten, zo informeerde burgemeester Job Cohen onlangs zijn gemeenteraad, zullen weliswaar bewapend zijn, maar hebben geen munitie bij zich. Gehanenkamde autonomen zullen dus kennelijk met de blote sabel worden bewerkt, al verzekerde Cohen dat de militairen vooral een decoratieve functie zullen hebben.

René Danen, gemeenteraadslid namens Amsterdam Anders/ De Groenen, polste de burger vader over de gehanteerde bevelsstructuur. Danen uitte de vrees dat de militaire troepen onder commando zullen staan van een andere, niet nader genoemde autoriteit, anders dan de burgemeester, zodat Amsterdam min of meer zou belanden in een staat van beleg. Danen: «Ik begreep al dat er een generaal-majoor is aangesteld als chef van de troepen. Maar wie nu precies de eindregie heeft, is me vooralsnog niet duidelijk geworden.»

Het is niet het enige vraagteken in het scenario voor 2-2-2002. De gemeente Amsterdam, die zes miljoen gulden in het spektakel steekt, is al maanden druk in de weer het evenement van seconde tot seconde voor te bereiden. Geen detail is geschuwd: het aantal paarden dat de Gouden Koets zal voorttrekken (negentig), de klederdracht van de vertegenwoordigers van de diverse provincies die langs de rijroute zullen worden opgesteld, de corridors over de Dam, de straalwagens van de Mobiele Eenheid, de accreditatie van de duizenden te verwachten journalisten tot en met het slotlied van de aanhankelijkheidsbetuiging in de Arena, het door Marco Borsato tezamen met het nieuwe tv-sterretje Sita te vertolken gelegenheidslied Lopen over water.

Maar over vitale vraagstukken bestaat vooralsnog grote onzekerheid. Zo is nog steeds onbekend of de moeder van Máxima inderdaad bij het huwelijk aanwezig zal zijn. De komst van Maria Carmen Zorreguieta is een heet hangijzer sinds de vers opgerichte organisatie Hijos, een belangenvereniging van in Nederland woonachtige kinderen van tijdens de junta in Argentinië verdwenen ouders, afgelopen dinsdag bij Cohen een petitie inleverde met het verzoek alles in het werk te stellen om de komst van Máxima’s moeder en foute tante te verhinderen.

Alejandra Slutzky, oprichtster van het comité, wijst erop dat Maria Carmen Zorreguieta evenals Máxi ma’s tante Alina Zorreguieta in 1989 medeondertekenaar was van een petitie ten faveure van de militairen die loyaal waren gebleven aan de verdreven junta van Videla. Daarmee, aldus Slutzky, stelden de moeder en de tante van Máxima zich politiek op één lijn met Jorge Zorreguieta, en moet hun komst naar het Oranje-trouwfeest dus als even ongewenst worden beschouwd. «Een ontvangst van elk van genoemde personen door de stad Amsterdam en Nederland is ronduit kwetsend, onrechtvaardig en beledigend jegens de nabestaanden en slachtoffers van de laatste Argentijnse dictatuur 1976-1983», aldus Hijos in haar verklaring. «Zulke mensen mogen in onze Nederlandse samenleving niet welkom zijn».

Tijdens de raadsvergadering van 11 december probeerde René Danen de gastenlijst los te krijgen bij burgemeester Cohen, maar deze weigerde die te overhandigen. Sterker nog, Cohen verklaarde dat hij zelf niet eens weet wie de genodigden zijn. Danen: «Wel een beetje vreemd, een gastheer die niet weet wie zijn gasten zijn.» In een eerder stadium verklaarde Cohen al dat Maria Carmen en tante Alina wel degelijk van plan waren naar de bruiloft te komen.

Die indruk werd maandag jongstleden nog eens bevestigd in De Telegraaf, die onthulde dat er verleden week op initiatief van oud-rentmeester Onno Ruding in kasteel La Hulpe buiten Brussel een ontmoeting had plaatsgevonden tussen de ouders van Máxima en een groot deel van de koninklijke familie, inclusief Willem-Alexander en zijn broers Friso en Constantijn, doch zonder Beatrix en Claus. Máxima en Willem-Alex ander, zo schreef De Telegraaf, speelden een prominente rol tijdens dit informele samenzijn aan de dinertafel, waar ook de Belgische kroonprins Filipe en zijn Mathilde waren aangeschoven. «Het diner vond plaats in een ontspannen atmosfeer», zo schreef De Telegraaf. «Zo was duidelijk te zien dat Willem-Alexander zeer op zijn schoonfamilie is gesteld. Daarnaast maakte Jorge Zorreguieta grote indruk op de aanwezigen. De vader van Máxima voldeed volledig aan het beeld dat al eerder van hem is geschapen: dat van een innemende, vriendelijke man.»

Leden van het kabinet waren niet aanwezig, zo bericht de krant. Wel was er een zware delegatie van de hofhouding present. De opmerkelijke bemiddelingspoging van Ruding toont aan dat de familie Zorreguieta zich nog lang niet heeft neergelegd bij de banvloek die over Jorge Zorreguieta werd uitgesproken sinds de publicatie van het rapport van de Amsterdamse professor Baud. Diverse royalty watchers zien in het samenzijn in Château La Hulpe zelfs een aanzet tot de rehabilitatie van Jorge Zorreguieta en profe teren dat straks niet alleen Máxima’s moeder en haar foute tante op het bordes verschijnen, maar haar vader ook nog.

Een en ander zou natuurlijk directe implicaties hebben voor het gevoerde openbare-ordebeleid op 2-2-2002. Een feest met inbegrip van de politieke delinquenten uit de Zorreguieta-clan zou in roerig Amsterdam als een rode lap op een stier kunnen werken. Er zou zonder meer een provocatieve werking vanuit kunnen gaan, vergelijkbaar met de crisisperikelen rond de woningnood in het rampjaar 1980.

Vastgesteld moet worden dat de poging tot rehabilitatie van Jorge Zorreguieta wel erg prematuur komt. Waarschijnlijk moet de actie-Ruding in La Hulpe worden gezien als een poging tot pacificatie van de Argentijnse schoonfamilie, die zich — zo bleek uit de verklaringen van Jorge Zorreguieta tegen over diens biograaf Jan Thielen — het afgelopen jaar ernstig geschoffeerd heeft gevoeld door de ophef in Nederland ten aanzien van het Zorreguieta-aandeel in de Vuile Oorlog. Dat neemt niet weg dat pa Zorreguieta juridisch gezien in Nederland nog steeds niet uit de gevarenzone is. Er bestaat een kans dat hij ooit zal worden aangeklaagd vanwege zijn aandeel in de massale schendingen van de mensenrechten ten tijde van de Videla-jaren.

Weliswaar kon pa Zorreguieta onlangs opgelucht ademhalen toen de Hoge Raad het Amsterdamse hof terugfloot in zijn voornemen om Desi Bouterse in Nederland te vervolgen vanwege de decembermoorden. Als Bouterse wél vervolgd zou zijn geworden (dat alles op grond van het VN-anti-Folterverdrag dat Nederland in 1989 ondertekende), had dat betekend dat ook Jorge Zorreguieta in Nederland voor de rechter zou kunnen worden gebracht, zoals de bedoeling was van oud-VN-ambassadeur Maarten Mourik. De Hoge Raad besloot echter dat het anti-Folterverdrag in Nederland, anders dan bijvoorbeeld in Engeland, Duitsland en België, niet met terugwerkende kracht van toepassing is, hetgeen betekent dat misdaden begaan vóór 1989 niet voor de Nederlandse rechter kunnen worden gebracht.

De uitspraak van de Hoge Raad oogstte veel kritiek van organisaties die zich bezighouden met de internationale mensenrechten. Theo van Boven, hoogleraar internationaal recht en gewezen directeur mensenrechten bij de Verenigde Naties, klaagde dat Nederland een tegenstrijdig beleid voert. Enerzijds streeft Nederland ernaar Den Haag de hoofdstad van het internationale recht te maken door het Joegoslavië Tribunaal en het Internationale Strafhof binnen te halen, anderzijds doet Nederland niets aan het toepassen van het internationale recht op eigen territorium.

De initiatiefgroep Argentinië, Juist Nu, een samenwerkingsverband van kerkelijke vredesgroepen en mensenrechtenorganisaties, omschreef de uitspraak van de Hoge Raad als «in alle opzichten restrictief». Het besluit om Bouterse (en dus ook Zorreguieta) niet te vervolgen, wordt door de groep gezien als «een stap terug in de tijd». Sinds het tribunaal van Neurenberg en Tokio bestond er uiteindelijk al een internationaal gewoonterecht om grove mensenrechtenschendingen te vervolgen. «Het is moeilijk voor te stellen dat de Nederlandse wetgever instemt met de ‹stilzwijgende pauze› in het moreel en juridisch verwerpen van misdrijven tegen de menselijkheid in de periode tussen de tribunalen van Neurenberg en Tokio en het van kracht worden van het Folterverdrag», aldus de groep in een officiële verklaring.

In diezelfde verklaring wordt gewezen op de mogelijkheid dat de Tweede Kamer komend jaar alsnog besluit types als Bouterse, Zorreguieta en andere grove schenders van de mensenrechten te laten vervolgen. Dat kan wanneer in de Staten-Generaal de nationale wetgeving ten aanzien van het Statuut van Rome zal worden behandeld. Vanaf dat moment zou Jorge Zorreguieta, momenteel bezig aan zijn rehabilitatie, weer in één klap in de juridische gevarenzone terecht komen. En dan helpt zelfs een cordon van 2300 al dan niet decoratieve militairen niet meer, noch het witte voetje van Andrée van Es als Máxima’s persoonlijke inburgerster. Pa Zorreguieta zal dan ook voorlopig niet op Nederlands grondgebied te bezichtigen zijn. Amsterdam zal het op 2-2-2002 moeten doen met zijn echtgenote en zijn zuster Alina. Maar of die werkelijk zullen bijdragen aan de feestvreugde?