Staatsgevangene nummer 1

Sinds China’s beroemdste staatsgevangene vier jaar geleden in huisarrest overleed is het stil in de Fuqiang-steeg. De verveelde veiligheidsagenten zijn al lang vertrokken en de wachttoren in de tuin is afgebroken. Maar de reformistische partijtopman Zhao Ziyang die twintig jaar geleden op het hoogtepunt van het drama op het Plein van de Hemelse Vrede smadelijk werd afgezet, laat zijn voormalige collega’s zelfs vanuit het graf niet met rust. In zijn memoires, die naar buiten werden gesmokkeld op cassettetapes, geeft hij een inkijkje in het dagelijkse reilen en zeilen van een regime dat wat geheimzinnigheid betreft alleen van Pyongyang nog wat te leren heeft.

Sinds China’s beroemdste staatsgevangene vier jaar geleden in huisarrest overleed is het stil in de Fuqiang-steeg. De verveelde veiligheidsagenten zijn al lang vertrokken en de wachttoren in de tuin is afgebroken. Maar de reformistische partijtopman Zhao Ziyang die twintig jaar geleden op het hoogtepunt van het drama op het Plein van de Hemelse Vrede smadelijk werd afgezet, laat zijn voormalige collega’s zelfs vanuit het graf niet met rust. In zijn memoires, die naar buiten werden gesmokkeld op cassettetapes, geeft hij een inkijkje in het dagelijkse reilen en zeilen van een regime dat wat geheimzinnigheid betreft alleen van Pyongyang nog wat te leren heeft.

Voor een belangrijk deel wijkt het betoog niet veel af van wat altijd al werd vermoed en onder meer werd beschreven in The Tiananmen Papers uit 2001. Officieel was hij al jaren met pensioen, maar het was inderdaad Deng Xiaoping die de tanks naar het plein verordonneerde. Interessant genoeg voorzag volgens Zhao zelfs die oude ijzervreter echter niet de tragische gevolgen. Willekeurig burgers aan stukken schieten zou in de nacht van 3 op 4 juni 1989 nooit de bedoeling zijn geweest: Tiananmen als adembenemend misverstand.

Weinig helden of schurken. Teleurstellend genoeg dus niet heel veel gezellige roddel en achterklap in Staatsgevangene no.1: Het geheime dagboek van Zhao Ziyang. Alhoewel zijn nu tachtigjarige aartsvijand Li Peng op een paar komische uithalen kan rekenen, bleef de afgezette partijbons ook na eindeloos huisarrest op zijn manier opvallend loyaal aan de partijdiscipline.

Het belang van het boek zit vooral in de beschrijving van de ronduit feodale machinaties die uiteindelijk en onvermijdelijk tot het bloedbad leidden. De onaantastbare monarch Deng Xiaoping die doof en met zijn vette Sichuan-accent als een orakel zijn ondoorgrondelijke mandaten brabbelde. Het gekmakende gevlei en gemasseer door iedere bureaucraat die iets van de opperbaas wilde, en Zhao’s eindeloze rondgang langs stokoude legendarische revolutionairen die hij op zijn beurt moest zien te paaien. Deprimerend. Shakespeareaanse paleisintriges in de twintigste eeuw. Traditionele Chinese politiek, eerder prachtig beschreven in Het privé-leven van Mao onthuld door zijn lijfarts Li Zhisui uit 1995.

De cassettetapes werden naar buiten gesmokkeld door vier getrouwen. Van hen durft tot nu toe alleen de altijd vermetele Du Daozheng dat toe te geven. De nu 86-jarige reformistische censuurbaas verloor in 1989 zijn baan en trekt zich op grond van zijn leeftijd niets meer aan van iedere bemoeienis. Dat werd in november in deze krant al gemeld. In een verklaring zegt Du dat het simpelweg tijd wordt voor Zhao’s rehabilitatie: ‘Gedurende het historische tijdsgewricht van 4 juni 1989 was het Zhao Ziyang die verantwoordelijk handelde naar de Chinese natie, naar de geschiedenis en het gewone volk.’

Staatsgevangene no.1: Het geheime dagboek van Zhao Ziyang ligt deze week in de Nederlandse boekwinkels